'Suriname is heilig voor mijn vader'

Heimwee, gezinshereniging, meer kansen daar dan hier en het herstel van de democratie. De redenen van Surinamers die Nederland verruilen voor een bestaan in de voormalige kolonie, hun geboortegrond, lopen uiteen. Een serie interviews over de terugkeer naar Sranang.

We steken het terrein over naar de loods die op enkele grote, in plastic verpakte machines na, leeg is. "Dit bedrijf heeft drie jaar stilgestaan omdat het elektriciteitsbedrijf geen stroom kon leveren" , zegt Ludwig. "We hebben uiteindelijk geld bij elkaar kunnen schrapen om een generator aan te schaffen, zodat het bedrijf binnenkort toch kan draaien. En dan komt het EBS opeens met de mededeling dat ze wel voor stroom kunnen zorgen. En dat nadat we 70 000 gulden hebben neergeteld voor die generator. Dat is toch wel frustrerend hoor in Suriname. Ik denk dat mijn vader over ongelofelijk veel doorzettingsvermogen beschikt, want anders was hij allang in Nederland terug geweest. Maar dat moet je niet tegen hem zeggen, want Suriname is heilig voor hem."

Een man met grijze kroeskrulletjes en een korte baard komt rustig binnenwandelen. "Ik was je eigenlijk helemaal vergeten, het was deze week ook zo druk" , zegt Eduard Marte (62) met grote vriendelijke ogen. Gemoedelijk loopt hij naar een wit houten bankje in de schaduw van enkele bananenpalmen.

De markt

Tien jaar geleden keerde de in 1957 naar Nederland geemigreerde Eduard Marte terug naar Suriname om zijn grote ideaal - het opstarten van een eigen elektrodenbedrijf - te verwezenlijken. "In Suriname hadden ze nog nooit van een elektrodenbedrijf gehoord" , zegt hij. "Voor mij was het daarom ook een uitdaging. In Nederland had ik tegen grote bedrijven moeten opboksen, maar hier speelde dat probleem niet. De markt was nog open. Bovendien wilde ik iets voor Suriname doen. Er komt toch een brok techniek binnen waar het land iets aan heeft." Hij lacht. "Ja het klinkt allemaal heel idealistisch. Natuurlijk wilde ik in de eerste plaats terug uit puur egoisme, ik wilde niet oud worden in Apeldoorn. Dat idee om naar Suriname te remigreren was altijd al aanwezig. Maar ik wilde wel als zelfstandig ondernemer terug en niet in loondienst."

In Apeldoorn, waar Eduard bij een landbouwtechnisch bedrijf werkte, verklaarden zijn collega's hem voor gek. Hij had een goede baan, reisde regelmatig voor zijn baas naar het Midden-Oosten en bezat een mooie woning. En dat wilde hij allemaal opgeven om naar een ontwikkelingsland terug te keren. "Ze begrepen er niets van" , zegt Eduard. "In die tijd werd het politiek ook heel onrustig in Suriname. Toen ik goed en wel in Paramaribo terug was, werd die militaire coup gepleegd. Maar ik dacht er niet over terug te gaan. Ik ben zo lang bezig geweest alle papieren bij elkaar te krijgen voor de remigratie en het opzetten van een bedrijf dat ik blij was dat alles eindelijk rond was."

Eduard had zijn Nederlandse paspoort al ingewisseld voor een Surinaams, omdat hij anders geen recht op domeingrond had. En machines die hij voor een zacht prijsje op de kop had weten te tikken, waren al naar Suriname verscheept. Zijn ticket en verhuiskosten waren betaald door de Nederlandse overheid. Alles was dus goed en wel geregeld. "Een weg terug was er ook niet. Mijn huis en bezittingen in Nederland waren al verkocht."

In Suriname kreeg Eduard al snel door dat het opzetten van een elektrodenbedrijf niet makkelijk was. "Ze kenden het hier niet en wilden me er ook geen lening voor geven. Ze vonden het te kleinschalig. Van Nederland kon ik ook geen steun verwachten, daar werd ik door verwezen naar Surinaamse instanties. Ik besloot dat grote idee dus wat uit te stellen en een gereedschapbedrijf op te zetten. Ik moest tenslotte toch ergens van leven."

Met al zijn gespaarde geld, zo'n zestigduizend Nederlandse guldens, begon Marte met de bouw van zijn gereedschapsbedrijf. De Surinaamse gulden was toen bijna het dubbele waard van de Nederlandse. Het bedrag dat hij meenam was dus slechts zo'n 40 000 Surinaams. Door de enorme inflatie in de jaren die volgden werd de Surinaamse gulden al minder waard. Met ironische grijns zegt Marte. "Als ik nu met die zestigduizend piek op zak naar Suriname was gekomen, had ik de rest van mijn leven op rozen gezeten. Met de huidige zwarte wisselkoers van 1 op 10 was mijn spaargeld nu zes ton Surinaams waard geweest. Ik heb er eerlijk gezegd wel gigantisch spijt van dat ik niet een paar jaar gewacht heb met de investering van dat geld."

Peinzend draait hij zijn glas met markoesasap tussen zijn vingertoppen. "Maar misschien is het ook helemaal niet goed voor me als ik niets meer zou moeten doen voor mijn geld. De hele dag thuis zitten gaat vervelen, toch?"

Gereedschap

In 1982 was het bedrijf gereed. De beginperiode was moeilijk. Het bleek een probleem om het gereedschap te slijten. "We zijn echt alle winkels afgelopen om onze produkten te promoten" , zegt Marte. "Surinamers zijn niet gewend om hun spulen van eigen bodem te kopen. Eigenlijk is alles per definitie al beter als het uit het buitenland komt. Maar later moesten ze onze produkten wel kopen, want er werd niets meer geimporteerd. In 1984 was er geen hark of schop meer te krijgen. Voor ons bedrijf was dat natuurlijk heel gunstig, we zijn toen echt goed gaan draaien. Nu zijn er weer veel buitenlandse merken te koop. Maar we hebben onze plek op de markt weten te veroveren.

Ludwig" , hij wijst naar zijn zoon die in de werkplaats druk in gesprek is met een klant, "is toen samen met zijn broer John ook naar Suriname gekomen. Ze hebben een beetje afgewacht hoe het mij hier zou vergaan, he. Toen ze doorhadden dat ik niet verhongerde, wilden ze wel naar Suriname. Mijn schoondochters zijn beiden Nederlands en wonen ook hier. En ze hebben het hier prima naar hun zin, hoor." Eduard Marte zegt geen moeite te hebben gehad met aanpassingsproblemen. "De eerste weken werd ik natuurlijk verschrikkelijk verwend door m'n familie. De vrienden die ik vroeger had, waren er niet meer, die zaten in Holland. Maar ik heb door mijn werk snel andere mensen leren kennen. Eigenlijk ben ik meteen begonnen met aanpakken. Ik ging gewoon met m'n vader mee naar het werk. En uit Nederland had ik nog een partijtje elektroden meegenomen die ik kon verhandelen. Dus ik verveelde me niet, probeerde me zo goed mogelijk aan te passen. Kijk, veel Surinamers die uit Nederland komen, zetten meteen een grote bek op. Ze komen met opgepoetste verhalen terug waarin vooral jongeren geloven. Die denken maar dat je in het Hollandse paradijs gebraden patrijs eet en dat willen zij natuurlijk ook. Bij veel Surinamers hier zet dat kwaad bloed, ze kunnen die grote scheur van die Surinaamse Nederlanders niet uitstaan."

Binnenkort zal eindelijk de feestelijke opening plaatsvinden van het elektrodenbedrijf. Marte is er zichtbaar tevreden mee dat de zaak eindelijk rond is. Over de reden waarom het bedrijf drie jaar op stroom heeft moeten wachten, is hij terughoudend. "Het is te gek natuurlijk dat we opeens wel stroom kunnen krijgen als we net een peperdure generator hebben aangeschaft. Dat zijn rare dingen hier. Je bent zo afhankelijk van degenen die het politiek voor het zeggen hebben. Maar ach, als ik me er te veel over opwind, pak ik m'n saxofoon en speel alles van me af. Dan is die kwaadheid zo weer verdwenen. In Nederland liggen de zaken anders. Daar hoef je niet jaren op een faciliteit te wachten. Het is vanzelfsprekend dat je het krijgt. Maar dan spelen er weer andere zaken een rol. De mentaliteit van het bedrijfsleven en onderlinge concurrentie is er bij voorbeeld bikkelhard. Alles wat iemand in een bedrijf investeert, moet er ook weer uit, anders gaat de zaak failliet. Als werknemer word je beoordeeld naar prestaties en als je niet aan de verwachtingen voldoet, sta je op straat. Hier kan iemand die voor zijn werk totaal ongeschikt is, nog jaren aanblijven."

Zijn eigen werknemers haalt Marte direct van de LTS in het bedrijf waar ze het vak in de praktijk leren. "Het komt vaak voor dat als zo'n jongen genoeg ervaring heeft opgedaan, hij naar Nederland vertrekt of een baan bij een groot bedrijf vindt, waar ze hem beter kunnen betalen. Als hij in Suriname blijft, heb ik er vrede mee, dan blijft de kennis in het land. Maar de vlucht van technisch geschoolden naar het buitenland is funest voor Suriname."

Eduard Marte vertrok zelf naar Nederland in 1957, toen hij net twintig was en als lasser bij Paranam in dienst was. Maar ook toen al werd hij gefascineerd door elektroden. "Ik wilde dat vak leren en dat was in Suriname niet mogelijk. Mijn grote kans kwam, toen het Amsterdamse scheepswerfbedrijf ADM naar Suriname kwam om arbeiders te werven." Ironisch. "Toen stonden de Surinamers in Nederland nog als harde werkers bekend. En we waren heel beleefd he. In Amsterdam werd ik door collega's uitgelachen omdat ik, voordat ik de baas antwoord gaf, m'n pet afdeed. Dat vonden ze toch ouderwets. Maar in Suriname was dat heel normaal, je werd nu eenmaal opgevoed met het idee dat de baas God was."

De ADM had 250 mensen nodig en ik behoorde bij de eerste lichting die op de boot naar Nederland stapte. De reis duurde 36 dagen. In Nederland zou ik 65 gulden verdienen, twintig gulden meer dan bij Paranam. Maar omdat de Surinaamse gulden veel meer waard was, ging ik er eigenlijk op achteruit. In die tijd gingen we ook niet voor het geld naar Nederland. Maar meer uit nieuwsgierigheid of om een vak te leren. Hij schudt zijn hoofd en zegt dan: "Weet je, niemand van die mannen die toen samen met mij op die boot stapten, wilde voorgoed in Holland blijven. Maar voor zover ik weet zitten ze daar nog allemaal. Ik heb hier niemand van hen teruggezien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden