Surinaamse Hindostanen verdienen een museum

(Trouw)

Een subsidiestop bedreigt het Sarnámihuis. Waar wordt de Surinaams-Hindostaanse geschiedenis dan belicht?

Het gemeentebestuur van Den Haag beslist binnenkort of de subsidie van het Sarnámihuis, het enige Surinaams-Hindostaanse museum in Nederland, wordt voortgezet of stopgezet. Een adviescommissie is uiterst negatief (Trouw, 28 augustus). Het museum zou zakelijk en commercieel niet goed functioneren. Met geen woord ging het over de noodzaak van zo’n museum, voor de Hindostaanse gemeenschap of voor de Nederlandse vaderlandse geschiedenis.

In het Sarnámihuis is een unieke collectie te bezichtigen van foto’s, gebruiksvoorwerpen, muziekinstrumenten en boeken uit en over de Hindostaanse migratiegeschiedenis en de worteling, zowel in Suriname als later in Nederland. Bijna tien jaar na de afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863, hadden de Hollanders geen arbeiders meer over op hun plantages. Om die leemte te vullen, verzonnen ze het middel contractarbeid. Ze lieten bewoners van Brits-India (nu India) ronselen en brachten hen naar Suriname om met contracten van telkens vijf jaar op de plantages te werken. De Hollandse geschiedenis van de contractarbeid was met het eerste schip de Lalla Rookh een feit.

Over hoe het leven op de plantages was, zullen we hier niet uitweiden. De kersverse bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie, Chan Choenni, van de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft daar kort geleden in Trouw over verteld. Wie er meer over wil zien en weten, kan zelf een kijkje komen nemen in het museum aan de Brouwersgracht in Den Haag. Daar zien ze bijvoorbeeld in een replica van een woning hoe contractarbeiders woonden aan het begin van de vorige eeuw in Suriname.

Deze geschiedenis behoort net als het slavernijverleden tot de vaderlandse geschiedenis van Nederland. In Nederland wonen ruim 160.000 Hindostanen. In Den Haag wonen de meeste nazaten uit die immigratiegeschiedenis: 45.000 Surinaamse Hindostanen ofwel tien procent van de Haagse bevolking. Het is de grootste allochtone bevolkingsgroep in de regio Haaglanden. Toch is deze unieke historie vrij onbekend. Wanneer het Sarnámihuis er niet was, had dit stukje verleden op geen enkele andere wijze gestalte gekregen

Ieder volk heeft kennis van de historie nodig om zelfbewustzijn bij de groep te kweken. Dat geldt voor autochtonen en voor allochtonen evenzeer. Als mensen weten wie ze zijn en waar ze vandaan komen, weten ze beter waar ze naartoe gaan. Om dat zelfbewustzijn te ontwikkelen heeft een groep iets tastbaars nodig. Hoe tastbaarder hoe beter; een plank met boeken is niet genoeg. Er moet een plek zijn waar ze zich kunnen onderdompelen in hun eigen geschiedenis. Daarnaast is het belangrijk dat niet alleen Hindostanen, maar ook de rest van het Nederlandse volk kennis kan nemen van deze geschiedenis.

Maar dit Huis voor Hindostanen, dat een deel van de Nederlandse geschiedenis conserveert en presenteert, dreigt te moeten sluiten. Zoals Den Haag het Indisch Huis ooit heeft verloren, lijkt de stad nu ook het Sarnámihuis te verliezen. De bestuursleden die het Sarnámihuis bestieren, zijn natuurlijk niet blind. Ook zij zien dat zaken de afgelopen jaren niet altijd goed zijn gegaan, maar het nieuwe bestuur dat daar sinds een jaar zit, zet alle zeilen bij en is bereid om te praten over een nieuwe oplossing. Het staat open voor samenwerking met andere professionele partijen, bijvoorbeeld de bijzondere leerstoel Hindostaanse migratie aan de VU en het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam.

Het belangrijkste is dat de collectie van een uniek stuk Nederlands cultureel erfgoed behouden blijft en gepresenteerd wordt. Verder is het van belang dat de Nederlandse cultuurpolitiek hiermee ruimte creëert voor Hindostaans-Nederlandse kunst en cultuur. Het liefst geschiedt dit alles dan in een huis dat toegankelijk is voor iedereen, in het hart van de onze regeringsstad. Dicht bij de mensen, in het Sarnámihuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden