Review

Surinaams voor beginners

Wie de Surinaamse taal Sranantongo voor het eerst hoort, begrijpt er geen letter van. Maak je er langer kennis mee dan blijkt zo'n driekwart van de woorden een Nederlandse of Engelse oorsprong te hebben.

Als je 'Sranantongo, Surinaams voor reizigers en thuisblijvers' doorneemt kun je je mooie Surinaamse buurvrouw passend toespreken, zo prijzen de auteurs hun boek aan. Maar ook stoeien met soms onbegrijpelijke woorden, die je bij nader inzien toch kunt herleiden tot een Engelse of Nederlandse grondvorm, is al een plezier. Dat herleiden gaat gemakkelijker in schrift, want gesproken Sranantongo heeft lastige samentrekkingen en heel aparte intonaties.

Sranantongo is vooral de taal van de Creoolse Surinamers. De Hindostanen, Javanen en Indianen beheersen het vaak wel, maar hebben ook hun eigen talen. Volgens een van de theorieën ligt de oorsprong van Sranantongo in Afrika. In de handelscentra van de Europese slavenjagers ontwikkelde zich een pidgin-Engels, gesproken door mensen die elkaars talen niet verstonden en met elkaar converseerden in kreupel Engels.

De slaven, die de gruwelijke reis naar Amerika overleefden, zouden die taal hebben meegenomen naar het slaveneiland Barbados, en van daaruit naar Suriname, in de korte tijd dat de Engelsen het daar voor het zeggen hadden. Toen de Zeeuwen in 1667 Suriname veroverden, had het Sranantongo zich daar al gevestigd, wat kan verklaren waarom de Engelse invloed op die taal zo sterk is gebleven. Niet alle Afrikaanse elementen zijn verdwenen. Er zijn nog enige puur Afrikaanse woorden, waaronder bakra, blanke, of nyang, eten.

Maar overheersend zijn woorden met een Engelse of Nederlandse herkomst, soms duidelijk en soms zwaar vermomd. Konkru betekent roddelen en zal wel van konkelen komen. Waarom een telefoon konkruttey (roddeldraad?) heet wordt uit de woordenlijst niet duidelijk. Dray-ede, duizeligheid, is een combinatie van het Nederlandse draaien en het Engelse head. En als dringi drinken is is een dringi-oso dus een kroeg. Een Dungroso (donker huis) is een gevangenis, maar de herkomst van dyonku (heup) of motyo (hoer) is voor een leek niet helder. Tof kan twee dingen betekenen, mooi (Hebreeuwse tof) en moeilijk (Engelse tough).

Een test bij Surinamers leert dat dit boek beter is dan eerder verschenen inleidingen in het Sranantongo. Leuk is het hoofdstuk over Wakaman-taal, straattaal, met als voorbeeldzin: den kel e luku fu Bouta, de prinselarij zoekt Bouterse.

Delen van de wakamantaal dringen weer door in het moderne Bargoens, dat verder veel Turkse, Arabische en Berberwoorden bevat. Al met al een leuk boek, maar toch blijft het opnieuw, net als de voorgangers, een beetje bescheiden. Het wachten is op een flink boek met pittige teksten en bijbehorend geluidsmateriaal, dan kun je er echt mee uit de voeten. Nu blijft het steken op het niveau van een leuke curiositeit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden