SUPERTANKER VINDT GEEN HAVEN MEER IN HET BOS

In de Noordoostpolder ligt vlakbij Kraggenburg het terrein waar het Waterloopkundig laboratorium vanaf de jaren vijftig experimenteerde met modellen van alle grote waterwerken in ons land. De golfmachines zijn nu roestig, de Haringvliet is ingestort, het Veerse Gat zit vol met mos. Tijd om er een bungalowpark van te maken, vindt de gemeente.

In de Noordoostpolder ligt vlakbij Kraggenburg het terrein waar het Water loopkundig laboratorium vanaf de jaren vijftig experimenteerde met modellen van alle grote waterwerken in ons land. De golfmachines zijn nu roestig, de Ha ringvliet is ingestort, het Veerse Gat zit vol met mos. Tijd om er een bungalow park van te maken, vindt de gemeente.

Eens moet dit een heel bedrijvig bos zijn geweest. Een bos waarin werd gewerkt, keurig van acht tot vijf, kantoortijden, door personeel in witte jas. De medewerkers van het Waterloopkundig laboratorium stapten 's morgens op een dienstfiets met zo'n canvas tas over de bagagedrager (links de broodtrommel en de thermosfles met koffie, rechts een blocnote en etui met potloden) en dan reden ze over betegelde fietspaden door het bos: op naar de werkplek van die dag.

In de uithoek van het grote Voorsterbos zijn begin jaren vijftig voorzichtig open ruimten gekapt waarin precies een kleine Grevelingendam paste, of een mini-Maas. Er werd geen boom te veel geveld, want in het 'Waterloopbos', is iedere boom kostbaar. De essen en jonge beuken moesten ervoor zorgen dat er windvrij geexperimenteerd kon worden.

Het laboratorium had op geen betere plek kunnen liggen. Tussen het Vollenhovenkanaal en de Zwolse vaart is een natuurlijk verval van 4,5 meter zodat met een uitgekiend systeem van aan- en afvoersloten en tientallen stuwen, de stroming van de Waal kon worden nagebootst, of die van de Nederrijn of een willekeurige rivier in Azie of Afrika. U vraagt, wij draaien, zeggen ze bij het lab. Op de open plekken kwamen de afgepaste stromen dan uit in de modellen, en kon het meetwerk beginnen.

Het moet een maritiem Madurodam zijn geweest, een nat Legoland. De huidige bibliothecaris van het lab, J. van der Tuin, was destijds in deze proeftuin werkzaam en weet nog precies wat er werd nagebootst en onderzocht. "We hadden daar eigenlijk drie typen modellen" , zegt hij. "Rivieren, havens en deltawerken. In de sectie rivieren hadden we bijvoorbeeld de Waalbocht bij Nijmegen, de Rijnsplitsing Westervoort en de Rotterdamse Waterweg in zijn gehele lengte."

Van der Tuin herinnert zich de havens van Scheveningen, die van IJmuiden, Den Helder, maar ook die van Lagos in Nigeria, en van Bangkok. "We kregen nog wel eens opdrachten uit het buitenland, ziet u. Maar het belangrijkste waren in de jaren vijftig en zestig natuurlijk de Deltawerken. Het Haringvliet, het Veerse Gat, de Grevelingendam, de Volkeraksluizen. We hadden ze allemaal, schaal een op honderd."

Het moet een wat vreemd gezicht zijn geweest, de Rotterdamse Waterweg in de Noordoostpolder, en dan van die mannen in witte jassen op hun knieen erbij die eerst snippers in het water gooien, om vervolgens vanuit een hoge paal het stroompatroon te fotograferen. "We hebben daar echt van alles gemeten" , zegt Van der Tuin. "De stroming natuurlijk, maar ook de ontgronding, de golfhoogten, de stroomsnelheden. Bij de rivieren keken we vooral naar het evenwicht van de bodem. Naast water transporteert een rivier ook grote hoe veelheden slib en zand, en dat wordt erger naar mate een rivier harder stroomt. Je moet goed weten wat de effecten zijn van het weghalen van een rivierbocht. Wij konden hier zien wat zo'n ingreep betekent voor de wa terwerken in de omgeving."

De nagebouwde havens kregen vooral met de golfmachines van het lab te maken. Bijna dagelijks werd een noordwester nagebootst. "We onderzochten de golfdoordringing, de stromingen van zand en slib en bekeken of het in varen van schepen goed mogelijk bleef." Het lab had zijn eigen supertankers waarin een laborant kon liggen. Met schepen van een ander model is geexperimenteerd met de zesbaksduwvaart: moeten de bakken nu als twee-maal-drie voor de duwboot, of als drie-maal-twee? En wat de Deltawerken be treft, daarbij keken Van der Tuin en zijn collega's vooral naar de defensieve werking van de objecten.

In de winter deden de medewerkers vooral het papierwerk. De cijfers die in de zomer waren verzameld werden op kantoor verwerkt, de modellen in het bos gingen dan volledig onder water, zodat bij vorst het ijs het model beschermde. De labmedewerkers hebben dus geen kou hoeven lijden, toch vond niet iedereen het werk in de polder een waar genoegen. "Ja kijk, sommige collega's vinden Emmeloord nu zelfs nog een gat, in de jaren vijftig was je dus helemaal aan het pionieren. Ik vond dat prachtig, dat waren mooie tijden. Maar er waren collega's die veel liever in het lab te Delft waren gebleven." Die groep was dan ook verheugd toen midden jaren zestig het schaalonderzoek verhuisde naar grote loodsen; had je tenminste een dak boven je hoofd. En zij voelden zich nog prettiger toen het schaalonderzoek kon volstaan met computermodellen; tegenwoordig kunnen zij aan het beeldscherm blijven zitten en hoeven hun nette kantoor niet meer uit.

Het Waterloopbos is aan zijn lot overgelaten. De fietspaden zijn groen, de Waterweg is drooggelegd, de golfmakers verroest, de Waalbocht bij Nijmegen ligt vol bladeren. De havens zijn verlaten, geen schip doet Lagos nog aan. De Deltaweg en de Maasboulevard zijn nog steeds aangegeven, maar volledig overwoekerd. Een tocht door het (verboden) gebied, biedt verrassingen. Na elke vijf of tien minuten, ontdekt de wandelaar een nieuw object, een sluizencomplex, een stuw, de zoveelste haven. Objecten die helemaal niet in een bos thuishoren. Eigenlijk hoort het hele rommelige bos niet in het geordende Nederland thuis, maar juist daarom is het zo bijzonder.

Peter Koster en Kees van Hardeveld die tegenover het bos wonen, vinden dat ook en verzetten zich daarom tegen het plan het bos te kappen om er een villadorp neer te zetten, met haven en zo'n subtropisch zwemparadijs. Een investering van 250 miljoen gulden. Het Waterloopkundig lab dat onlangs is geprivatiseerd wil het terrein namelijk voor een aardige prijs verkopen en een jonge projectontwikkelaar is met die grootse plannen gekomen. De gemeente Noordoostpolder kijkt met graagte uit naar die 'verrijking' van het gebied en dacht dat de eerste paal snel de grond in zou kunnen. Er verdwijnt immers niets van waarde, dacht de gemeente, er wordt geen bos gekapt, en verdwijnt slechts een laboratorium. De provincie dacht daar echter anders over en gunt Koster en Van Hardeveld de tijd om het verzet tegen de plannen te bundelen. "Niet alleen is het Waterloopbos een industrieel of cultureel-historisch monument, het gebied is ook van grote ecologische waarde" , zegt Koster. "Het is een loofbos op keileem, vol grote zwerfkeien uit de ijstijd, en dat is uitzonderlijk in Nederland. Verder heeft het formeel gesloten gebied zich de afgelopen jaren in alle rust kunnen ontwikkelen tot een paradijs voor flora en fauna. Tussen de oude modellen van het lab groeien zeldzame planten en mossen, van bosbraam tot tongvaren. En je treft hier de wielewaal en de ijsvogel."

Afgelopen weken kregen de actievoerders te horen dat hun verzet succesvol kan zijn. Het Waterloopbos blijkt door de rijksoverheid aangewezen te zijn als ecologisch kerngebied en kan dus formeel niet bebouwd worden. Toch blijven Koster en Van Hardeveld de gemeente in de gaten houden. Je weet nooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden