Superstrakke Beethoven wint het van rommelige Berlioz

Het Concertgebouworkest tijdens een repetitie voor het Requiem van Hector Berlioz. Die schrijft maar liefst zestien pauken voor.Beeld Pétrie de Vries

Twee kolossale koorwerken vlak na elkaar uitgevoerd. Dat is een zeldzaamheid, maar in het Concertgebouw konden de liefhebbers dit unicum door een gelukkige programmering afgelopen weekend meemaken. 

In de NTR ZaterdagMatinee klonk Beethovens ‘Missa solemnis’ (1824), op vrijdag- en zaterdagavond omsloten door twee uitvoeringen van Berlioz’ ‘Grande Messe de morts’ (1837).

Klassiek
Concertgebouworkest/Antonio Pappano
Berlioz Grand Messe des morts
★★★☆☆

Freiburger barockorchester/rené jacobs
Beethoven missa solemnis
★★★★★

Het zijn immense, machtige en zeer persoonlijke partituren, geschreven door twee revolutionaire componisten die beiden op hun eigen manier worstelden met inhoud en vorm van deze hoogmissen. Beethoven en Berlioz braken hier met veel kabaal door vorm- en geluidsbarrières heen, en creëerden en passant twee volstrekt unieke meesterwerken.

Tussen de eerste uitvoeringen van deze meesterwerken lag amper een decennium, en toch hoor je er een wereld van verschil in. Berlioz dweepte met Beethoven, wiens muziek hij in 1828 voor het eerst had gehoord tijdens concerten van het orkest van het Parijse Conservatorium. Daar hoorde hij een paar delen uit Beethovens Missa solemnis en dat heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten, wat duidelijk terug te horen is in zijn originele dodenmis.

Origineel, dat is een label dat je op alle onderdelen uit Berlioz' Requiem kunt plakken, en dat geldt evenzeer voor Beethovens Missa. Aartslastig is een ander etiket dat beide werken past. René Jacobs, de dirigent van Beethovens mis op zaterdagmiddag, schreef over dat lastige in het programmaboekje: 'Men krijgt het gevoel dat bij de zangers ademnood heerst als in het hooggebergte'. Frappant, omdat zijn collega John Eliot Gardiner daar ooit over zei: "De Missa solemnis is voor koren het equivalent voor het beklimmen van de Mount Everest. Zonder zuurstofmasker."

Mooie beeldspraak, maar van enige ademnood was bij het RIAS Kammerchor zaterdagmiddag helemaal niets te merken. Met soepele lenigheid en strotten van ijzer beklommen deze vijftig zangers Beethovens bergketens alsof het niets was. Het leverde een superstrakke uitvoering op.

Ongeveer het dubbele aantal zangers probeerde een avond eerder de valkuilen in Berlioz' grillige en verraderlijke partituur te ontwijken. Dat lukte een stuk minder goed. Het grote zangersensemble, een fusie van het Hilversumse Groot Omroepkoor en het Koor van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia uit Rome, kwam maar moeizaam - te hard, ongelijk en wankel geïntoneerd - uit de startblokken. Dirigent Antonio Pappano moest her en der behoorlijk de zeilen bijzetten om het rommelige geheel in het gareel te houden.

Onrustig en gejaagd

De grootste ontsporingen deden zich voor in het 'Lacrymosa'. Berlioz probeerde hier met een obstinaat en syncopisch ritme iets ongenaakbaars op te roepen. Bij Pappano klonk het vooral onrustig en gejaagd, alsof hij steeds achter de koorleden aanrende, of zij achter hem. Ook bij de grote versnelling die Berlioz in het 'Rex tremendae' inbouwde had Pappano de grootst mogelijke moeite om de boel bij elkaar te houden.

Het 'Tuba mirum', het pièce de résistance in deze partituur, miste grandeur. De mokerslag kwam maar half aan zogezegd. Ja, er werd op de zestien pauken geroffeld dat het een aard had, en de denderende gongslagen golfden oorverdovend door de zaal. Maar de vier koperfanfares, die Berlioz in de vier uiterste hoeken van de ruimte wilde hebben, stonden te dicht bij elkaar opgesteld. Het beoogde effect, dat de klank de luisteraar angstaanjagend moet omhullen, bleef daardoor grotendeels uit. Dat zoiets in deze zaal wel degelijk mogelijk is, bewees de grandioze uitvoering van het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht, precies vijf jaar geleden.

Er stond vrijdag gelukkig ook veel fraais tegenover. Zoals tenor Javier Camarena, die van zijn solo in het 'Sanctus' iets onvergetelijks maakte. Een heerlijk vrij zwevende stem die in de hoogste regionen - Berlioz laat hem geregeld een hoge Bes zingen - volmaakte controle over timbre en volume behield. En natuurlijk was daar het Concertgebouworkest dat Berlioz' kleurenpracht alle recht deed. De vier fantastische fluitisten speelden daarin een schitterende hoofdrol.

De enige twijfel bij de uitvoering van Beethovens mis gold het opbreken ervan in twee delen. Na het 'Credo' was het zomaar pauze. Dat gebeurt zelden en verstoorde de concentratie en de opbouw danig. Het was op verzoek van de koorzangers gedaan, die met dit werk een Europese tournee maken en het werk alvast voor cd vastleggen voor uitgave in het Beethovenjaar 2020. Maar met dit koor, het Freiburger Barockorchester en vier uitzonderlijk goede solisten realiseerde René Jacobs wel een uitvoering die volmaakt was, zelfs een nieuwe standaard zette.

Zomaar een detail uit vele. Aan het eind van het Gloria, als Beethoven de boel in een nog hogere versnelling duwt en er ook nog eens een spectaculaire modulatie tegenaan gooit, behielden zangers, musici en Jacobs hun kalmte en kwamen spatgelijk uit bij het slotakkoord. Dat liet Jacobs ook nog eens verrassend uitsterven. Nooit zo gehoord, maar voortaan altijd verwacht.

Lees hier meer muziekrecensies van onze recensenten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden