Supermarkt moet gewetensvol vlees inkopen

Minister Veerman verwijt de consument hypocrisie door niet diervriendelijk te kopen. Hij kan ook de bio-industrieboeren aanspreken, maar nog beter is als hij het grootwinkelbedrijf aanzet tot een gewetensvol inkoopbeleid.

Varkens, kippen, koeien -miljoenen dieren houden hun adem in. Krijgen hun kinderen en kindskinderen een beter leven? Dat staat op het spel in het politieke debat over de bio-industrie.

In een aanloop tot de discussie -waarin hij zelf overigens neutraal wil blijven- heeft minister Veerman van landbouw de burgers van Nederland gewezen op hun hypocrisie. Zij belijden met de mond diervriendelijkheid, maar in de winkel is daar niets van te merken. Consumenten moeten volgens hem inzien dat ook zij deel uitmaken van de voedselketen en medeverantwoordelijk zijn voor dierenwelzijn.

Toch ziet Veerman hiermee iets essentieels over het hoofd. Hoe kan de consument weten hoe het dier heeft geleefd? Misschien is het wel afkomstig uit Thailand waar de omstandigheden nog beroerder zijn dan in Nederland. En zelfs áls de consument het weet, moet hij nog een duurder stukje vlees wíllen kopen.

De minister kan natuurlijk ook de bio-industrieboeren aanspreken. Zij zouden moeten omschakelen naar een meer diervriendelijke veehouderij. Maar dan moeten die diervriendelijke producten wel worden afgenomen. De boeren staan met hun rug tegen de muur. Strengere regels brengen hun concurrentiepositie in gevaar en de bio-industrie verhuist naar het buitenland. Supermarkten kopen dan nóg meer Thaise kip in. Die eeuwige cirkel kan worden doorbroken. De markt kan fatsoenlijk dierenwelzijn niet garanderen. Dus moet de overheid een handje helpen door accijnzen op dieronvriendelijke producten, door voorlichtingscampagnes die wijzen op de desastreuze effecten van gangbaar geproduceerd vlees, maar ook door het ondersteunen van overgangsprocessen.

Die overgang moet plaatsvinden bij de retailer. Met name de supermarkten kunnen het dierenwelzijnsniveau van de Nederlandse consumptie op een hoger peil brengen. Zij zijn verantwoordelijk voor hun inkoopbeleid. En zij hebben veel macht, in tegenstelling tot de individuele consument. In Groot-Brittannië heeft de grootste supermarktketen, Tesco, een zeer uitgesproken beleid. Zij nemen alleen maar producten af die op een milieu- en diervriendelijke wijze zijn geproduceerd. Dus: geen vlees van boeren die hun biggen castreren, iets wat in Nederland bij bijna alle biggen zelfs onverdoofd gebeurt. Ook in ons land leveren boeren uitsluitend aan het Engelse Tesco en castreren dus niet. Het kan dus wél. Stel dat alle Nederlandse supermarkten en slagers in een convenant afspreken dat zij alleen nog maar vlees verkopen dat voldoet aan bepaalde normen. Dat is positief voor iedereen.

Het aantal dieren in de wereld dat lijdt onder de bio-industrie neemt af. De overlevingskans van Nederlandse boeren verbetert wegens verminderde concurrentie van de internationale bulkproducten. De vleesprijs stijgt, maar de burger kan best met minder toe en de prijzen liggen nog op het niveau van de jaren zestig en zeventig. Het aantal dieren in Nederland zal dalen al blijft die beperkt. De consument kan onbekommerd naar de supermarkt gaan zonder dat zijn keus tussen het ene lapje vlees en het andere meteen een politiek of ethisch statement is. De kwaliteit van het vlees verbetert, net als dat van ons geweten. Grootwinkelbedrijven treden niet vrijwillig op als dierenbeschermers; dat vraagt maatschappelijke en ministeriële druk. De supermarkten moeten hun verantwoordelijkheid nemen en de minister moet daarbij helpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden