Superieure vleugel brult en fluistert

Brautigam en Beethoven
Ronald Brautigam, fortepiano Concertgebouw Amsterdam, Kleine Zaal, 10/8

Niet alleen uiterlijk doet Ronald Brautigam met zijn woeste lokken denken aan Ludwig van Beethoven. Het is vooral zijn pianospel waarin hij zich bijna verpersoonlijkt met de componist, zeker wanneer hij een instrument uit Beethovens tijd onder zijn handen heeft.

Dat had hij afgelopen dagen in een mini-Beethovenserie van drie recitals die hij in de Kleine Zaal van het Concertgebouw gaf in het kader van de Robeco Zomerconcerten. Daarin belichtte Brautigam drie scheppingsperioden van de componist. In het afsluitende recital vrijdag was dat Beethovens laatste levensfase. Brautigam speelde de allerlaatste pianoscheppingen, ontstaan in de periode 1819-1824. In die laatste jaren had Beethoven een vleugel van Conrad Graf in bruikleen. Een vergelijkbaar instrument stond Brautigam vrijdag ter beschikking. Hoewel het zeker lijkt dat de toen stokdove Beethoven zijn Graf nooit heeft kunnen horen, was het evident dat deze weerbarstige muziek op zo'n instrument het best gedijt. De Graf uit 1829 uit het atelier van Edwin Beunk is een superieure vleugel, met fraaie transparantie, een lekker grommende bas en een helderheid en draagkracht tot in de hoogste tonen.

Objectief klinkt deze vleugel zachter dan een moderne concertvleugel, maar in de Kleine Zaal was dat niet merkbaar. Brautigam kon het instrument laten brullen, fluisteren en rijk nuanceren. Vooral in de contrastrijke 6 'Bagatellen' opus 126 (Beethovens pianistische zwanenzang) wist hij de lyriek en de krachtsexplosies op dit instrument in prima banen te leiden. Zeer fraai was vervolgens zijn monumentale uitvoering van de Sonate nr. 32 in c, opus 111. In de befaamde Arietta zorgde hij voor subtiele kleuringen, met name in de mysterieuze trillers die deze bijzondere compositie naar een einde voeren. Brautigams uitvoering van de tweedelige sonate,maakte diepe indruk.

Brautigam besloot zijn optreden met Beethovens '33 Variaties op een thema van Anton Diabelli', opus 120. Hierin haalde Beethoven alle techniekvormen uit de kast die hij in zijn creatieve bestaan had ontwikkeld, maar wist die verschillende vormen van virtuositeit tot één compositorisch geheel aaneen te smeden. Geen gemakkelijke kost, niet voor de vertolker en evenmin voor het publiek. Brautigam, een pianist met veel techniek, kon de moeilijkheden goed aan.

Toch was hij in dit werk minder dan eerder die avond de verpersoonlijking van Beethoven. De componist zelf was namelijk een kolossaal improvisator, die allerlei grappen en grollen kon uithalen. Dat improvisatorische aspect en de humor kwamen minder tot uitdrukking in Brautigams verder fantasievolle en nagenoeg gave uitvoering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden