Review

Sugars wraak is groot

Een dikke, meeslepende roman over mensen van vlees en bloed. Vol details over jurken, braspartijen en hoerenbezoek. Maar met helden die er nog idealen op nahouden. Zo'n roman stond de Engels-Nederlandse schrijver Michel Faber voor ogen. Toch verschilt de pageturner 'Lelieblank, scharlaken rood' in minstens een opzicht van het Victoriaanse voorbeeld: de heldin wordt er niet in huis opgesloten.

Toen Gustave Flaubert 'Madame Bovary' had geschreven, verklaarde hij: 'Madame Bovary, c'est moi'. Deze uitspraak wordt graag aangehaald door mensen die willen aantonen dat de roman een hoog autobiografisch gehalte heeft, hoewel ze zelden duidelijk maken wat Flaubert via de getourmenteerde vrouw van een dorpsarts over zichzelf kwijt wilde. Dat is ook niet makkelijk. Want 'Madame Bovary' gaat eigenlijk vooral over Monsieur Bovary. Over hem lezen we hoe hij zich van boerenpummel tot eerzuchtige, maar niet minder domme dorpsarts ontwikkelt. Hij krijgt een karakter - een niet bepaald sympathiek, maar toch een eigen karakter. Zijn vrouw daarentegen lijdt voornamelijk. Aan het einde van het verhaal maakt ze zelf een eind aan haar lijden. Maar wat ze over haar leven en lijden denkt, komen we nauwelijks te weten. Flaubert heeft geen echte, geloofwaardige vrouw van haar weten te maken. Misschien dat hij daarom verklaarde dat zij in werkelijkheid hemzelf was.

Voor een realistische 19de-eeuwse roman moeten we dus niet bij Flaubert zijn. Net zomin als bij Emile Zola, die zich bijna alleen op de duistere aspecten van de 19de-eeuwse samenleving richtte. Ook Charles Dickens geeft geen beeld van zijn tijd, omdat hij hoofdzakelijk historische romans schreef. Voor George Eliot geldt hetzelfde. De Brontë- zusters schreven romantische, allesbehalve op de werkelijkheid gebaseerde verhalen. En de nu onbekende, maar in hun tijd populaire 19de-eeuwse auteurs schreven vaak zulke moralistische boeken dat ze nauwelijks meer te verteren zijn.

Als we een gedetailleerd beeld van het dagelijkse leven in de tweede helft van de 19de eeuw willen krijgen, kunnen we het best een hedendaags boek lezen. Michel Faber, in 1960 in Nederland geboren, op zijn zevende naar Australië geëmigreerd en tegenwoordig in Schotland wonend, heeft een roman geschreven waarin de 19de-eeuwse hoofdpersoon in geloofwaardigheid de ongelukkige Madame Bovary vele malen overtreft.

Haar naam is Sugar, en ze is door haar moeder sinds haar dertiende in Londen als hoer aan het werk gezet. Sugar is intelligent en slim, en als ze zes jaar na haar entree in de wereld van de prostitutie William Rackham, de erfgenaam van een parfum-imperium ontmoet, weet ze niet alleen zichzelf uit het bordeel te redden, maar ook haar amant van dromende leegloper tot succesvolle fabrikant om te vormen.

Dat klinkt romantisch, maar dat is het niet. Nadat Rackham Sugar tot gouvernante van zijn verwaarloosde zevenjarige dochter heeft benoemd, verflauwt zijn belangstelling voor zijn maintenee. Als hij erachter komt dat zij een kind verwacht, zet hij haar zonder pardon uit huis. Sugars wraak is groot. Hoe groot zou zonde zijn te verklappen, want 'Lelieblank, scharlaken rood' is zo spannend dat je het ondanks de 955 bladzijden achter elkaar uitleest, in de hoop op een gelukkig einde. Het enige wat hier verteld mag worden, is dat de roman niet volledig goed afloopt, maar ook niet helemaal slecht - Faber heeft, anders dan zijn 19de-eeuwse voorgangers, voor een open einde gekozen, dat de lezer volgens 20ste-eeuwse standaard geheel zelf mag invullen.

Niet echt 19de-eeuws zijn ook het geringe aantal personages en de relatief simpele verhaallijn. Naast Sugar en William figureren in de roman Williams vrouw Agnes, die aan waanvoorstellingen lijdt, hun dochtertje Sophie, Williams broer Henry, diens vriendin Emmeline Fox en twee van Williams studievrienden. Bijrollen zijn weggelegd voor een vriendin van Sugar, Williams huispersoneel, en een enkele buurvrouw. Al deze personages representeren wel allerlei 19de-eeuwse 'types', als je ze zo kunt noemen. Agnes is het Victoriaanse kindvrouwtje dat zo onwetend gelaten is over alles wat met het lichaam te maken heeft, dat ze niet eens weet waarom ze regelmatig bloedt. De zwangerschap die op haar dramatische huwelijksnacht volgt, begrijpt ze al evenmin als haar maandelijkse bloedingen, en de enige manier om haar na de bevalling enigszins normaal te laten functioneren, is te zorgen dat ze haar kind nooit meer onder ogen krijgt.

Emmeline Fox is Agnes' tegenbeeld. Zij zet zich in voor de verschoppelingen van deze aarde en is gezegend met een grote hoeveelheid gezond verstand. Harry Rackham heeft zich tot een eigen soort methodisme bekeerd, terwijl Williams vrienden het leven van de typische Victoriaanse losbol voeren: hun dagen bestaan uit drinken, theater- en hoerenbezoek, en het schrijven van antireligieuze en pornografische pamfletten.

Uit de verschillende uitspraken van zijn personages blijkt dat Faber de 19de-eeuw grondig bestudeerd heeft. De opkomst van de reclame voor de massa heeft een plaats in zijn roman gekregen, net zoals die van het socialisme. De manier waarop hij Sugars kleren en de diners van de Rackhams beschrijft, zal geen enkele deskundige op het gebied van kostuum- en voedselgeschiedenis kunnen verbeteren.

Van Fabers kennis van de sociale geschiedenis kun je hetzelfde zeggen. Als Sophie aan Sugar vraagt of zij ontdekkingsreizigster kan worden, antwoordt Sugar dat ze in een moderne tijd leven en dat 'vrouwen tegenwoordig van alles kunnen'. Een van Williams kennissen is daarvan het wandelende bewijs. Op een feestje verschijnt zij 'met een huid zo bruin als kaneel', net terug van een verblijf in Zanzibar. Dat is opmerkelijk, want tot nu toe was het moeilijk een historische roman te vinden, waarin niet alle vrouwen tot een leven als dat van Agnes gedoemd waren. Ook de 19de-eeuwse literatuur komt aan de orde. William verzint een ontmoeting met Edgar Allen Poe; een oude prostituee vertelt dat ze Dickens ooit als klant heeft gehad, en de dromen die Agnes aan haar dagboek toevertrouwt, doen sterk aan de geëxalteerde gedichten van Christina Rosetti denken.

Faber zelf maakt gebruik van een populaire 19de-eeuwse stijlfiguur: een niet nader voorgestelde 'ik' leidt de lezer door het verhaal en spreekt hem zo nu en dan direct aan. ,,Kijk waar u loopt'', luidt de eerste zin van de roman, en hoe verwarrend die in eerste instantie ook is, ze heeft effect. Ze maakt je meteen nieuwsgierig naar de loop van het verhaal.

Al deze details overziend, kun je niet anders dan je afvragen waarom Faber zijn vijfde en tot nu toe omvangrijkste roman in de Victoriaanse tijd laat spelen. Waarom interesseert hij zich zozeer voor de 19de eeuw? Past zijn interesse binnen de huidige trend om het Victoriaanse tijdperk op te waarderen? Volgens Faber zelf heeft dat er niets mee te maken. Hij situeerde zijn roman in de 19de eeuw, zei hij in een interview, omdat hij genoeg had van de hedendaagse mode om zo sober mogelijk te schrijven. Hij wilde terug naar de chronologische vertelling, volop voorzien van bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden; terug naar het traditionele verhaal over mensen van vlees en bloed. Hij had bovendien genoeg van het cynisme dat volgens hem onze tijd teistert. ,,Cynisme'', zegt hij in hetzelfde interview, ,,is in essentie puberaal, en een groot deel van onze cultuur is volslagen puberaal geworden. Bijna alle films en zelfs de hedendaagse mode zijn volkomen op pubers gericht. Alles wat een volwassenere blik op het leven biedt, of dat nu met literatuur, muziek, of met film te maken heeft, is wat we tegenwoordig hard nodig hebben.'' En omdat veel Victorianen zich met veel enthousiasme voor de verbetering van de maatschappij inzetten, lag het voor de hand dat hij zijn roman in hun tijd situeerde.

Daarmee is nog niet gezegd dat 'Lelieblank, scharlaken rood' in alle opzichten op een 19de-eeuws boek lijkt. Daarvoor gaat Faber te zeer in op details die een echte 19de-eeuwse schrijver waarschijnlijk niet zouden opvallen. Soms heeft hij het al te nadrukkelijk over de manier waarop mensen rond 1875 zich kleedden of aten. En alle retoriek ten spijt mist Faber het 19de-eeuwse vermogen om ellenlange zinnen aan elkaar te breien. Je kunt je bovendien niet voorstellen dat Flaubert een vrouwelijk personage over ontdekkingsreizen zou laten praten, om van Dickens nog maar te zwijgen. Zelfs Eliot, die zich niet alleen op literair, maar ook op wetenschappelijk gebied bekwaamde, houdt haar vrouwelijke hoofdpersonen stevig binnenshuis gevangen.

Toch heeft Faber iets met zijn illustere voorgangers gemeen. Net als zij zoekt hij immers zijn heil in het verleden. Met Dickens en Eliot deelt hij de zorg dat de tegenwoordige tijd te snel, te afstandelijk en vooral te doelloos is. ,,Wat we nu nodig hebben'', meent hij, ,,zijn idealen en serieusheid'': de mensen die tegenwoordig het beste met de wereld voorhebben, geloven in te simpele ideeën en komen met veel te simplistische oplossingen op de proppen. De mensen die oog hebben voor de complexiteit van het leven, zijn weer te cynisch. Terug dus naar de 19de eeuw, toen men nog idealen had en bevlogen was. Dat er in de 19de eeuw ook veel idealen omver werden geschopt, en dat we daarvan nog steeds profijt hebben - denk bijvoorbeeld aan de verbeterde posities van arbeiders en vrouwen - is iets dat Faber lijkt te vergeten. Maar vooruit, 'Lelieblank, scharlaken rood' is een roman en geen essay. Geen heel diepgaande roman, maar wel een onderhoudende. Bovendien weet hij zijn vrouwelijke hoofdpersoon op een geloofwaardige manier van een afhankelijk meisje in een zelfstandig denkende en handelende jonge vrouw te veranderen. En dat kan niet iedere auteur hem nazeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden