Succesvolle boeken 'met de breipen gehaakt'

Vandaag de dag lopen ook vrouwelijke auteurs de deur plat bij Adriaan van Dis. Dat was 70 jaar geleden ondenkbaar. Schrijfsters in overvloed, daar niet van, maar van literatuur hadden ze geen kaas gegeten, vonden de critici, die uiterst neerbuigend over de kwaliteiten van de 'damesromans' schreven. In Groningen promoveert vandaag Erica van Boven op deze damesromans.

LOES SMIT

In de boekenkast van haar oma en moeder waren ze ruim vertegenwoordigd, Top Naeff, Jo van Ammers-Kuller, Ina Boudier-Bakker, Carry van Bruggen, Annie Salomons en nog veel meer schrijfsters uit de eerste 30 jaren van deze eeuw. Lang voor het in haar hoofd opkwam ooit af te studeren op de plaats van die vrouwenromans in de literaire kritiek, had Erica van Boven ze allemaal al gelezen. Ze vond ze best boeiend: "In de vakantie gingen er altijd van die dikke pillen mee, want dik waren ze. 'De klop op de deur' van Ina Boudier-Bakker bijvoorbeeld telt 1 000 pagina's."

Haar studie beslaat de periode 1898-1930. Rond de eeuwwisseling hadden vrouwen het schrijven nog maar net uitgevonden. Dat had veel met emancipatie te maken, maar eigenlijk was het omgekeerd.

Erica van Boven: "In feite is die emancipatiegolf ontstaan door een overschot aan vrouwen op de huwelijksmarkt." Vooral dan de vrouwen uit de betere standen, die volledig van hun familie afhankelijk waren. "Een ellendig leven natuurlijk. Daaruit is de roep ontstaan naar studiemogelijkheden, toelating tot de universiteiten. Schrijven bleek ineens een prachtige oplossing: thuis blijven en tegelijk op een beschaafde manier aan de kost komen."

De afhankelijkheid en de onmogelijkheid om een fatsoenlijke baan te krijgen waren dus belangrijke redenen waarom vrouwen zich massaal op de literatuur stortten. Nou ja, massaal. Van Boven heeft er ruim honderd in de literaire kritieken teruggevonden, want het ging haar niet zozeer om de inhoud van het dameswerk, maar om de manier waarop de heren letterkundigen er tegenaan keken. Die wonden zich daar danig over op, althans de jongeren die in de jaren twintig vernieuwing nastreefden. Een ouder iemand als Herman Robbers kon in het begin van de eeuw nog op zijn manier relativerend opmerken: "Het aantal vrouwen in de letterkunde groeit enorm, maar behoeft geen angst te wekken zoals het toenemen van het aantal Chinezen in Amerika." Blijkbaar zag hij de vrouw dus als een vreemd element in de schrijverswereld, concludeert Van Boven, die haar proefschrift daarom 'Een hoofdstuk apart' noemde.

Maar honderd vrouwen, zoveel was dat in feite niet eens. "In die dertig jaar hebben ze bij elkaar zo'n driea vierhonderd romans geschreven, althans, zoveel heb ik er tussen de besproken boeken teruggevonden. Als je gaat tellen, hebben die critici toen wel een beetje overdreven."

Breipen

Aan denigrerende opmerkingen hadden de heren geen gebrek. Anthonie Donker typeerde de schrijfsters als vrouwen "die met een breipen romans haken" . Een jonge criticus merkt smalend op "dat het misschien over vijftig jaar mogelijk is om dit soort werkjes machinaal in serie te laten vervaardigen" . Zijn collega Albert Kuyle is nog venijniger: "Een schrijfster moet zich niet met literatuur bemoeien, daar heeft ze net zoveel verstand van als ik van luiers. Vrouwen moet je niet op de kunst loslaten."

Die 'gehaakte' romans hadden overigens groot succes bij het lezerspubliek - voornamelijk vrouwen, hoewel daar geen sluitend bewijs voor te vinden is. In het algemeen lazen vrouwen toen meer dan mannen en dus bepaalden ze de markt. De grote populariteit van vrouwenromans was een bron van ergernis voor critici als Menno ter Braak en Eduard du Perron en het toen bedachte woord 'bestseller' moet een bijsmaakje gehad hebben. Een moderne schrijver hoorde zich niet te storen aan de smaak van de massa.

Dat de vernieuwers zo'n hautain toontje aansloegen, verwondert Erica van Boven niet. "Het was de tijd waarin de psychologie zich begon te ontwikkelen, die het mensbeeld van die jaren alleen maar bevestigde: mannen en vrouwen waren totaal verschillende wezens en de vrouwenziel was wel heel specifiek. Er verschenen stromen boeken en artikelen over de psyche van de vrouw, bijvoorbeeld het standaardwerk van de beroemde, veelgelezen psycholoog Heymans, 'Psychologie der vrouw'. Daarin stelde hij vast dat het verstand van de vrouw inferieur was aan dat van de man en dat haar kwaliteiten het best tot uiting komen in de huishouding en aan het ziekbed. Eigenschappen als liefde, opofferingsgezindheid, leven voor de ander, die hoorden bij vrouwen. Men was er algemeen van overtuigd dat zo'n rolverdeling in de menselijke natuur vastgelegd was. Ook vrouwen geloofden dat."

In hun boeken pasten de meeste vrouwen zich aan deze ideologische opvattingen aan. Ze kenden elkaar, waren vaak samen met mannen lid van schrijversclubs als PEN, maar dachten er - op Carry van Bruggen na - niet over om tegen de aantijgingen te protesteren, laat staan zich te organiseren. Ze trokken zich er overigens ook niets van aan en schreven vrolijk voort, verstand of niet. Ze dachten ook niet min over zichzelf. Zij schreven gewoon anders en zo hoorde het ook.

Mannenkarakter

Het opmerkelijke is, zegt Erica van Boven, dat mannen net zo goed boeken over 'vrouwenonderwerpen' schreven, over liefde, over het gezin. "Maar dat speelde in de beoordeling helemaal geen rol. Een man was een man en een vrouw een vrouw. Schreef een vrouw over hetzelfde thema, dan ging men er haast automatisch van uit dat het verhaal autobiografisch moest zijn. Vrouwen konden uitsluitend schrijven over eigen ervaringen. Voor al het andere waren ze te subjectief."

Schreef een vrouw over mannen, dan was de boot helemaal aan. "Vrouwen misten de objectiviteit om zich in het andere geslacht te kunnen verdiepen, om een mannenkarakter levensecht neer te zetten. Een man kon dat natuurlijk wel. Hij kon zelfs beter dan een vrouw over vrouwen schrijven, Couperus bijvoorbeeld. Dat was pas objectief."

Erica van Boven trekt een duidelijke grens tussen de kritiek van voor en na 1918. Letterkundigen vonden van de eerste damesroman af al dat vrouwen zich bij hun leest dienden te houden, maar eigenlijk plaatsten ze hen tegelijk op een voetstuk. Hun kwaliteiten moest je niet uitvlakken, maar al konden ze het niet helpen, hun boeken hadden niets met literatuur te maken. Dat was het terrein van de mannen. Later, toen jongere schrijvers zich op vernieuwingen wierpen, zich verzetten tegen het in hun ogen verouderde naturalisme en realisme in de literatuur die in vrouwenromans nog altijd hoogtij vierden, waren vrouwen bij voorbaat al verdacht als groep. Geen vrouw kon meer goed doen in hun ogen en de strijd tegen de vrouwenromans ontaardde in een hetze tegen schrijvende vrouwen. Voor hen was geen plaats in de letterkunde. Na 1930 werden ze eenvoudig doodgezwegen.

Een dubbele moraal, vindt Erica van Boven, "hoewel ik eerlijk moet zeggen dat de schrijfsters zich inderdaad nooit iets van vernieuwingen hebben aangetrokken." De verschijning van de eerste streekromans in de jaren dertig onderstreept haar oordeel. Tegenwoordig zijn die min of meer vergelijkbaar met de damesromans, meestal ook door vrouwen geschreven, maar de schrijvers van die eerste streekromans waren mannen: Anton Coolen, Herman de Man, A. M. de Jong. Geen kwaad woord van de jonge critici, want het ging om mannen. "Maar het was wel iets nieuws in de literatuur, daarom werd er aandacht aan besteed" , verdedigt Erica van Boven.

Staat ze na haar onderzoek aan de kant van die mannen, of waren dat in haar ogen gewoon seksisten? "In onze tijd doen zulke stereotiepen over vrouwen natuurlijk heel onprettig aan, maar het is me te simpel om daar zomaar even een etiketje op te plakken. In die tijd was men er zich niet van bewust dat men boeken van vrouwen anders bekeek dan die van mannen en een wetenschapper moet een oordeel geven op grond van de normen uit die tijd. Doet hij dat niet, dan is hij geen historicus, maar een a-historicus."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden