Succesje in strijd tegen foltering in Zuid-Afrika

JOHANNESBURG - Succesje in de strijd tegen martelingen in Zuid-Afrika. Een team dat met hulp van twee Nederlandse politiecommissarissen onderzoek deed naar stelselmatige martelingen in de Vaal, ten zuiden van Johannesburg, overhandigt vandaag de eerste twaalf dossiers aan de procureur-generaal.

Ze gaan over elf gevallen van marteling en een dode in een politiecel. De procureur-generaal moet beslissen of hij tot vervolging overgaat. In totaal heeft het onderzoeksteam, de Criminal Investigations Unit (CIU), 116 gevallen van marteling door de politie onderzocht. De CIU is begin 1993 opgezet. Het is een voor Zuid-Afrika uniek samenwerkingsverband tussen onder meer de lokale mensenrechtenorganisatie Independent Board of Inquiry, drie internationale politiecommissarissen, en een rechercheteam van de Zuidafrikaanse politie. De twee Nederlandse deelnemers, in augustus aan het team toegevoegd, zijn goeddeels bekostigd door het Nederlandse ministerie van ontwikkelingssamenwerking.

De martelingen hebben zich de laatste achttien maanden voorgedaan, en vaak zelfs dit jaar. Er is geen politieke achtergrond. De slachtoffers werden allen verdacht van moord of roof. “Als je die cyclus van stelselmatig martelen niet doorbreekt, zul je nooit goede relaties tussen de politie en de inwoners krijgen, en zal de misdaad in de Vaal blijven toenemen”, zegt Piers Pigou van de Independent Board of Inquiry (IBI). De Vaal is een dicht bevolkt industrieel gebied 50 kilometer ten zuiden van Johannesburg, vol naargeestige townships en conservatieve blanke steden, met een beruchte Moord en Roof Eenheid van de politie, die 64 van de 112 beschuldigingen moet verantwoorden.

Een ander team van de Nederlandse politie bracht de zaak van het stelselmatige martelen in mei dit jaar aan het rollen, toen het bij een politiebureau in de Vaal een martelkamer ontdekte met een machine die elektrische schokken toediende. Verleden week vond de CIU bij de Moord en Roof Eenheid wederom een martelkamer, met stukken binnenband die strak om het gezicht van verdachten worden aangetrokken om ademen nagenoeg onmogelijk te maken.

De successen voor de CIU komen precies op tijd. Tot midden oktober leek het dat het onderzoek spaak zou lopen, en dat het Nederlandse team zelfs zijn boeltje zou pakken. Ook de Zuidafrikaanse Independent Board of Inquiry overwoog zich terug te trekken, vertelt Pigou. Zeker toen op 16 september een kroongetuige, de 21-jarige Mzwakhe Msimanga, in de township Sharpeville om half drie 's ochtends van zijn bed werd gelicht en met kogels werd doorzeefd.

Msimanga had het CIU-team in mei een lijst toegespeeld van 43 gemartelden. Zijn moordenaar is een politie-officier die Msimanga eerder zou hebben gemarteld, en die bij nog tien andere gevallen van marteling wordt genoemd. De politie zegt dat ze het huis binnenviel omdat Msimanga verdacht werd van een roofoverval en bezit van een illegaal vuurwapen. De officier zou Msimanga uit zelfverdediging hebben doodgeschoten. “Onze andere getuigen zijn nu als de dood voor de politie”, vertelt Pigou. Ook het dossier van de zaak-Msimanga is aan de procureur-generaal overhandigd.

De moord op Msimanga was niet het enige obstakel. “We ondervonden ook enorm veel bureaucratische tegenwerking van de Zuidafrikaanse politie”, vertelt Pigou. Zo mochten de politiemannen tegen wie zware beschuldigingen liepen blijven doorwerken op hetzelfde bureau. Een aantal zou, na hevig aandringen van de regionale minister van veiligheid Jessie Duarte, ten slotte worden overgeplaatst. “Maar daar wachten we nog op”, zegt Pigou.

Daarnaast probeerde de politie de advocaat van het CIU in diskrediet te brengen, met een rechtszaak. En ook de internationale afgevaardigden, de twee Nederlanders en een Brit, ondervonden tegenwerking. Door gebrek aan mankracht kwamen zij lang nauwelijks aan hun eigenlijke taak van waarnemen toe.

Maar vanaf midden oktober kreeg het team er dankzij minister Duarte een flink aantal extra mensen bij, waaronder twee Zuidafrikaanse kolonels. Bovendien kregen de buitenlanders hun zin over hoe het onderzoek zou verlopen. In plaats van de beperkte mankracht over alle 116 gevallen uit te smeren, zoals de Zuidafrikanen voorstelden, wilden zij dat het team zich zou concentreren op een kleiner aantal duidelijke en sterke zaken. De dossiers die vandaag naar de procureur-generaal gaan, zijn het resultaat.

Maar er is meer aan de hand in De Vaal dan 116 gevallen van marteling. Achter de schermen woedt een koude oorlog met aan de ene kant de nieuwe regionale en nationale minister van veiligheid (beiden ANC'ers) en aan de andere kant de oude politie-orde, waar sinds de verkiezingen nauwelijks iets veranderd is. Het uiteindelijke streven van het CIU-onderzoek is volgens Pigou een regionale of wellicht nationale onderzoekscommissie, die de problematiek van de martelingen in een ruimer verband zal bestuderen en die het politiefunctioneren aan de kaak moet stellen.

Pigou noemt het onwaarschijnlijk dat de politietop in de Vaal niet op de hoogte was van het stelselmatig martelen. “We willen meer dan een paar individuele veroordelingen”, zegt hij. “Het werkelijke probleem ligt op veel hoger niveau.” De internationale politiemensen, die binnenkort een rapport zullen uitbrengen, lijken die mening te delen.

Maar de Zuidafrikanen staan er inmiddels weer vrijwel alleen voor. Het contract van een der Nederlandse commissarissen is afgelopen, terwijl dat van zijn Britse collega binnenkort tot een einde komt. De beloofde vervanging van de Nederlander door een analytisch specialist gaat niet door, omdat er geen geschikte kandidaat is. Pigou: “Ze hebben hun werk goed gedaan. Wij zullen de druk op de ketel houden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden