Sublieme 'Jevgeni Onjegin' van Jansons en Herheim

Opera
Koor van De Nederlandse Opera, Koninklijk Concertgebouworkest, solisten o.l.v. Mariss Jansons met 'Jevgeni Onjegin' van Tsjaikovski in een regie van Stefan Herheim op 14/6 in Muziektheater Amsterdam. Negen voorstellingen t/m 10/7. Op 23/6 live en gratis te volgen in het Oosterpark. www.dno.nl

Laten we de conclusie maar meteen trekken: de nieuwe 'Jevgeni Onjegin' die De Nederlandse Opera dinsdagavond in het Holland Festival presenteerde, behoort tot het aller-, allerbeste wat er op operagebied hier ooit te zien is geweest. Een voorstelling die muzikaal en scenisch zó volmaakt is dat woorden volledig ontoereikend zijn om de perfectie ervan uit te drukken. Een sublieme totaalervaring die niemand die ooit verliefd is geweest onberoerd kan laten.

Dat bleek aan het eind van de avond, toen het publiek - waaronder een incognito maar opvallend aanwezige koningin Beatrix - zich ontlaadde in stormachtig applaus. Er was gejuich voor de verzengende Tatjana van de Bulgaarse topsopraan Krassimira Stoyanova, voor de onhandig bulderende en blunderende Onjegin van Bo Skovhus, voor tenor Andrej Dunajev (een prachtige Ljenski) en voor de machtige stem van Mikhail Petrenko (Gremin). Werkelijk een topcast.

De applausstorm bereikte orkaankracht toen dirigent Mariss Jansons het Koninklijk Concertgebouworkest in de bak liet opstaan. Wat een weelde en een weldaad om Tsjaikovski's partituur op dit ongehoorde niveau te horen. En wat fantastisch dat Jansons hier eindelijk weer eens opera kon doen, een métier waarvoor hij geboren is. In de orkaan ging het fel weerlichten toen regisseur Stefan Herheim met zijn team opkwam. Maar toen de boe-roepers zich luidkeels manifesteerden, werden zij al gauw overstemd door bravo's.

Herheim heeft iets tot stand gebracht dat op papier waarschijnlijk menige wenkbrauwfrons veroorzaakt heeft, maar dat in de theatrale uitwerking ervan volkomen overtuigt in zijn rigoureuze omkering van zaken. Op het eind van de avond valt alles genadeloos en geniaal op zijn plaats, en is het retrospectief dat Herheim nodig heeft om het verhaal van Onjegin te vertellen niets minder dan een vondst van jewelste.

Dat verhaal is simpel genoeg. Plattelandsmeisje wordt verliefd op stadse dandy, die haar bot afwijst. Later, als Onjegin zijn beste vriend Ljenski in een onbenullig duel gedood heeft en Tatjana uitgegroeid is tot grande dame als echtgenote van vorst Gremin, keren de rollen om: Tatjana wijst de smoorverliefde Onjegin af.

Herheim vertelt het verhaal als een terugblik van Onjegin en komt met behulp van het ingenieuze decor als gekmakende tijdmachine, en met snelle kostuumwisselingen tot onmogelijk geachte scènes. Zo is het hier niet Tatjana die in de beroemde briefscène (een opera-icoon) achter het bureautje zit, maar Onjegin zelf. Hij schrijft een brief aan zichzelf, wat gezien de latere ontwikkelingen niet meer dan logisch is. Vorst Gremin ligt al die tijd te slapen in bed, maar bij het krieken van de ochtend is het ineens Onjegin die in pyjama het bed uitstapt. Goed bedacht.

Het spel met alter ego's en persoonsverwisselingen speelt Herheim als geen ander. Het is zaak om goed op te letten welke kleding de hoofdpersonages aan hebben om te weten in welke tijdzone we zitten.

Muziek en theater laten elkaar geen moment los. Dat gaat zelfs zo ver dat er met Tsjaikovski's muziek geschoven is om het theateraandeel te 'helpen'. In de stille openingsminuten klinkt vanachter de bühne uit een luidspreker ineens dansmuziek uit de derde akte. Later, als in de opera heden en verleden elkaar raken, klinkt die écossaise opnieuw uit de boxen, maar nemen Jansons en het orkest het plots live over. Subliem moment en bewijs dat Jansons en Herheim het uitstekend met elkaar hebben kunnen vinden.

Herheim schuwt de humor niet (mooie scène met monsieur Triquet) en laat en passant de hele Russische geschiedenis opdraven - van patriarchen en Tataren tot kosmonauten en olympische zwemmers. Huiveringwekkend schitterend is de slotscène, die herinnert aan die dramatische en intense slotminuten uit 'Carmen'. Hier geen crime passionnel, maar nog iets veel ergers: de wetenschap dat geluk voor het grijpen lag, maar dat je het hebt laten liggen. Skovhus en Stoyanova waren hier formidabel aan elkaar gewaagd. Geweldig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden