STUURLOOS, WANKELMOEDIG EN TOCH VASTBERADEN

John McCabe, 'Babe, The life of Oliver Hardy', Robson Books, London, 58,45.

Oliver bestelt soda, lengt die met de meegebrachte alcohol aan en raakt tot op het gelukzalige af acuut dronken. Even onbeschaamd als wijdbeens zit hij te genieten. Hij neemt een tweede slok, en kan maar niet geloven dat het zo verrukkelijk is wat hij proeft. Pal achter hun tafeltje pakt de echtgenote van Stan alvast het zojuist aangeschafte ('geeft u er mij ook een doos kogels bij') dubbelloopsgeweer uit.

Wat rest Oliver anders - als zij snauwend het theegehalte van de dronkemansfles onthult - dan met z'n sierlijk gekromde wijsvinger over de flesrand heen te pieren?

Aanhangers van Stanley Laurel & Oliver 'Babe' Hardy kunnen maar niet begrijpen dat er mensen bestaan die zwijgend, en zonder ook maar een poging tot een glimlach te doen, naar hun films kunnen kijken. Vervolgens schijnen Stan & Ollie ook de seksen nog eens duchtig te scheiden: meisjes en vrouwen houden het veel eerder voor gezien dan jongens en mannen, vooral die zogeheten jongensachtige mannen.

Een derde scheiding der geesten vindt plaats onder de fervente aanhangers. De ene helft van dat kamp is er stellig van overtuigd dat je niet over hun films dient te praten, en er al helemaal niet over moet schrijven. Je moet ze, alleen of met een clubje geestverwanten en al dan niet met een doos toffees op schoot, zien en daarmee basta. Dat kamp heeft eigenlijk groot gelijk.

Maar de anderen, die over een vingergebaar of een minuscule scenewending nimmer uitgepraat raken, hebben evengroot gelijk. In het ter ziele gegane tijdschrift Hollands Diep (januari 1976) stelt G. Brands zelfs dat het niet uitmaakt of je een scene nou ziet of alleen maar leest. Hij geeft een treffend voorbeeld uit de film 'Oliver the eighth' (1934), waarin Stan & Ollie kappers zijn die over het thema 'trouwen om geld' filosoferen. Ollie beweert dat hij nooit een lelijke vrouw om haar geld zal trouwen.

Stan: "Well, after all, beauty 's only skindeep. I'd take some of the money and I'd have her face lifted; then I could settle down and I... I wouldn't have to scrape chins anymore... I wouldn't have to work hard anymore."

Een aandachtig luisterende Ollie knikt begrijpend, maar vraagt veiligheidshalve om een herhaling. .. skindeep, I could take some of the money and I could have her skinnend and... then she 'd be able to look at the clock without havin' to work hard anymore; then we could settle down... and I could scrape her chin if... if I didn't have to work hard anymore."

Waarop Ollie: "That's a good idea."

De goede ideeen - het is langzamerhand een wereldwijds uitgekauwd feit - kwamen van nou eenmaal ook van Stan (Oliver stond liever op golfbaan), maar bij de uitvoering ervan overschaduwt hij Stan regelmatig. Wie zingt doorgaans de liefste en roerendste liedjes? Niet Stan. Wie grijpt voortdurend in - weliswaar vaak verkeerd, maar dan nog -, wie verzint de aanvalsplannen en voert die, de borst onverveerd vooruit, ook terstond en ter plekke uit? Wie krijgt steevast de eerste en meeste klappen? Wie is er zo stuurloos, wankelmoedig en toch vastberaden? Mooi dat dat Oliver is. En wie hobbelt daar met een uitgestreken smoel of pruillip steeds achteraan? Precies. Zo bezien kun je Stan zonder blikken of blozen best een laffe hond noemen.

Sterker nog: Stan verpest ronduit dingen. Als Ollie in 'Brats' vol overtuiging een slaapliedje ('Baheheheby') staat te zingen, bereikt hij bijna zijn doel (dat de kinderen in slaap vallen) totdat Stan er zo nodig met z'n heksenstem doorheen moet komen. In dezelfde film zit ook een kleuterbokswedstrijd. Allebei dragen ze bokshandschoenen, maar het spel verraadt al gauw wie de geniepige tegenstander is. Stan maait en mept er op los; die wil het hele huis wel in elkaar slaan. Oliver daarentegen staat met z'n bokshandschoenen hulpeloos achtjes in de lucht te roeren.

Norvell 'Babe' Hardy (later nam hij z'n vaders naam Oliver over) werd uit Engelse ouders in het Amerikaanse Harlem (Georgia) geboren. Volgens biograaf McCabe heeft die Britse achtergrond alles met zijn motoriek te maken.

"De enigszins overbeschaafde maniertjes kwamen meestal van Miss Emmie, zoals hij zijn moeder noemde, en van tante Susie. De uitgestoken pink, de hoffelijke buigingen, de galante gebaren van welkom en vaarwel, de uitgesproken hartelijkheid. Tante Susie was erg op de middag-thee gesteld. Die werd formeel genuttigd met de onmisbare theemuts, het zilveren servies, komkommersandwiches, cakes en fijn tafellinnen. De kleine Norvell was altijd gefascineerd door dat pinkje recht voruit als ze het kopje naar haar lippen bracht en de prachtige precieze manier waarop ze het neerzette op het schoteltje, zoals een aartsbisschop de kroon op het hoofd van een vorst zet. Hij hield van de manier waarop ze de servetten uitzocht en er in de lengte over heen streek met een stevige druk van de vinger om de vouw er goed in te krijgen."

Het rolmopserig geworstel met zijn stropdas op momenten van schaamte en ongemak, zal Oliver niet van z'n moeder of tante hebben afgekeken, waarschijnlijk eerder van zichzelf. In dat gebaar zit namelijk al de stunteligheid van het stropdasknopen zelf.

Daartegenover staat, om het maar mild uit te drukken, nogal wat onvrede over enkele persoonlijke kwesties, waar Stanley geen snipper last van had. Uitvoerig verhaalt de biograaf over de worsteling die Oliver met zichzelf en met z'n identiteit als acteur had. Het zoeken naar het eigen ik, de poging om 'een psychologisch gerijpt mens te worden' terwijl hij juist beloond werd met waardering en middelen van bestaan door 'nooit zichzelf te zijn'. Dat zal ongetwijfeld zo geweest zijn; Hardy was en is niet de enige mens die daar mee tobde en tobt. En dat hij dik was vond-ie allesbehalve prettig, maar hij had nou eenmaal de godganse dag honger.

Ingrijpender en verdrietiger is het relaas over Hardy's pogingen om toch vooral ergens over mee te kunnen praten. McCabe:

"In de late jaren twintig kreeg zijn zelfwaardering te lijden doordat hij zich steeds meer van zijn gebrekkige scholing bewust werd. Op een dag sprak een vriend van een vriend tijdens het golfen uitgebreid over een actueel en nationaal vraagstuk. Iedereen behalve Babe kwam met een beredeneerde mening. De volgende dag nam hij een abonnement op twee landelijke bladen, Time en Literary Digest. Hij las de Los Angeles Times elke dag van de eerste tot de laatste pagina. Het was een aanvankelijk moeizaam gevolgd programma, dat uitgroeide tot een levenslang leesregime, geconcentreerd op nieuwsbladen."

Zou Stanley hem nou nooit verteld hebben dat kranten of een rechtenstudie eerder een beletsel dan een hulp vormen, wanneer je zo grandioos met de vingers op je borst kunt trommelen? Dat Mussolini z'n eigen potsierlijke gebral, z'n armgezwaai en kinbewegingen misschien ingezien zou hebben als hij beter naar Oliver Hardy gekeken had? Dat er maar weinigen waren en zijn die een schouder zo rigoureus naar achteren kunnen werpen, de andere arm en een been daarmee naar voren gooiend teneinde op weg te gaan naar het varkentje dat ginds, en wel ogenblikkelijk gewassen dient te worden?

Gelukkig wist Babe zichzelf ook te verweren. In 'Perfect Day' (1929) wil iedereen na een aaneenschakeling van verwoesting en tegenslag nou eindelijk wel eens gaan picknicken. De gemoederen zijn vanaf den beginne al tamelijk verhit, ook al probeert Stan die met een slijmsmoes te sussen.

Stan: "I am sorry."

Oliver: "Don't sorry me!"

En als Stan meent te moeten opmerken ( "Step on it, Ollie!" ) dat Hardy de auto nou eens in beweging moet brengen:

"And don't call me Ollie!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden