Sturen met examens

Door hoge eisen te stellen op het examen en die ook te handhaven zetten we scholen op het spoor om leerlingen daarop zo goed mogelijk voor te bereiden en zo de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Al sinds 1987 worden correctievoorschriften in het examen echter soepeler toegepast voor leerlingen die zes jaar of korter in Nederland onderwijs hebben gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. Onbegrijpelijk, omdat deze kinderen daarmee worden benadeeld in plaats van bevoordeeld.

Lagere eisen stellen is slecht voor hun ontwikkeling. Zo’n soepeler voorschrift maakt dat ook in het onderwijs minder van deze kinderen wordt verwacht terwijl we weten dat hoge eisen stellen nu juist bevordert dat kinderen veel bereiken.

Daarnaast is het onacceptabel dat door deze regeling het examen zijn maatschappelijke functie niet vervult. Examens moeten zo veel mogelijk garanderen dat degene die het examen haalt voldoet aan de eisen die bij dat examen horen. Je moet geen uitzonderingen toestaan op die eisen voor wie dan ook.

Iemand die dyslectisch is en in het examen spelfouten maakt moet op dat punt met een onvoldoende beoordeeld worden. Dat geldt evenzo voor gebrekkig Nederlands van iemand die pas kort in ons land woont.

Zulke omstandigheden kunnen geen reden zijn iemand dan maar een diploma te geven waarbij aan lagere eisen wordt voldaan. Het examen toetst niet of iemand vooruit is gegaan maar of het vereiste niveau is bereikt.

Gelukkig heeft de staatsecretaris dit ook ingezien en wordt in 2010 het soepeler toepassen van het correctievoorschrift afgeschaft. Wie vindt dat leerlingen daarmee onrechtvaardig worden behandeld hoeft helaas nog niet te wanhopen: een onvoldoende op het examen voor één vak is geen belemmering om het diploma te krijgen.

Mijn opmerkingen over de soepele toepassing van het correctievoorschrift zijn een illustratie van een belangrijk principe: de eenvoudigste en meest effectieve manier om onderwijs te beïnvloeden is het eindexamen veranderen.

Jan van Nierop van het landelijk vmbo-platform heeft dit principe niet begrepen. Volgens hem is toetsing de achterkant, niet de voorkant. Daarom wil hij eerst rekenonderwijs verplichten en pas daarna een rekentoets voor scholieren invoeren.

Dat is een inefficiënte volgorde. Leraren willen namelijk dat zo veel mogelijk leerlingen het examen halen en passen hun onderwijs daarop aan. Leerlingen zelf willen niet anders en bereiden zich ook op die eisen voor. Als we rekenvaardigheid willen bevorderen is zo’n toets dus het middel bij uitstek.

Ook in dit geval moet zo’n eis dan wel gelden voor iedereen; niet de hand ermee lichten voor scholieren met een andere vooropleiding, met dyscalculie of een andere handicap. Invoering van de rekentoets is een goed voorbeeld van het efficiënt sturen van het onderwijs.

Theo Wubbels is als onderwijskundige verbonden aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast stond hij zelf jarenlang als leraar natuurkunde voor de klas. Lees hier de rest van zijn columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden