Stukken die onze mensen graag willen lezen

In een van de stukjes die Louis Paul Boon in de jaren zestig voor de Gentse krant De Vooruit schreef, beschrijft hij op weergaloze wijze het wel en wee van een wielerkoers in zijn dorp Aalst. Nadat Boon in een paar regels alle sensatie, ruzie en ellende dat zo'n rondje om de kerk kan opleveren uit de doeken heeft gedaan en de winnaar zijn bloementuil al lang op de grond gekwakt heeft, eindigt hij zo: “Ik ben nu benieuwd voor het sportblad, wat voor verslag daarin komen zal.”

PETER SIERKSMA

Het is wat iedere Vlaming denkt wanneer er weer eens een koers verreden is. En of het nu gaat om de plaatselijke ronde van Aalst, de Driedaagse van de Panne of om Parijs-Roubaix, dat maakt niet uit; de echte Vlaming houdt van de wielersport en wil er dus ook altijd alles over lezen.

Waar in Nederland na de periode waarin Raas en Zoetemelk hun triomfen vierden een soort tweede stadhouderloze tijdperk is aangebroken en het aantal wielerkolommen in de kranten dan ook langzaam maar zeker terugloopt, kunnen de Vlamingen er nog maar geen genoeg van krijgen. Terwijl het bij hen ondanks Museeuw en Nelissen toch ook al lang geen vetpot meer is, sinds Merckx en Van Impe hun Toursuccessen behaalden en Maertens en Roger de Vlaeminck in de klassiekers heersten.

Nog elke dag schrijven de kranten minsten een pagina over het wielrennen vol. Op zaterdag (de dag van de voorbeschouwingen) en maandag (de dag van de nabeschouwingen) zijn het er zelfs vaak drie. En mocht een Belgische renner een klassieker winnen, dan verschijnt er ook op dinsdag nog steevast een groot verhaal. Het is een van de zovele en typische Vlaamse wielertradities sinds Merckx er een gewoonte van maakte om de verzamelde pers de dag na een overwinning thuis op de koffie uit te nodigen. Anders dan de Nederlandse kranten, hebben de Vlaamse kranten binnen de sportredacties weer speciale wielerredacties. Zo heeft het Nieuwsblad in combinatie met De Standaard en De Gentenaar 4 aparte wielerjournalisten in dienst, de Gazet van Antwerpen 3, Het Laatste Nieuws 4, Het Volk en het Belang van Limburg 3 en De Morgen tenslotte 1.

Vanwaar dat verschil? De verklaring is eenvoudig, zegt wielerverslaggever Harry van den Bremt van Het Nieuwsblad. “Anders dan in Nederland waar een fietscultuur heerst, is er in Vlaanderen sprake van een echte wielertraditie. Vlaanderen heeft al een eeuw lang kampioenen voortgebracht. In België wordt weliswaar niet zoveel gefietst als in Nederland, maar gekoerst des te meer.”

“Het wielrennen heeft in Vlaanderen vooral een vlucht genomen door de inspanningen van één man: Karel van Wijnendaele. Hij zei: de Vlamingen moeten zich uiten in de sport. Ik zal u ook vertellen waarom. Want dat had zo zijn redenen. Begin deze eeuw werd België gedomineerd door Wallonië. Er waren veel Franse invloeden en eigenlijk kwam het er op neer dat Vlaanderen niets had om trots op te zijn. De Vlamingen waren arme boeren. Noeste werkers, arm, zuinig, mensen die niets hadden om zich te profileren. Karel van Wijnendaele was zelf actief als renner, maar ook als manager, ploegleider, bondsleider en journalist en meende dat juist de wielersport het geschikte middel was voor de Vlaming om van dat, laat ik zeggen minderwaardigheidscomplex af te geraken.”

Belangrijk was de oprichting van het blad Sportwereld in 1912. Daarin ontpopte Van Wijnendaele (eigenlijk: Karel Steyaert, 1882-1961) zich, nadat hij aanvankelijk nog vrij anoniem voor reeds bestaande bladen als Onze Kampioenen en Sportvriend had geschreven, eerst werkelijk als de grote wielerpropagandist van het Vlaamse volksdeel. Van den Bremt: “Die Van Wijnendaele kon de mensen begeesteren. Hij schreef bezielend en altijd positief. Ja, het waren stukken die onze mensen wel graag wilden lezen.”

Sportwereld werd dé krant van het volk en bereikte in 1930 zelfs een oplage van 123.000 exemplaren. Sportwereld was een begrip. Het blad speelde een cruciale rol in de opkomst van de Ronde van Vlaanderen als internationale klassieker en was eveneens bekend vanwege de grote namen die er in schreven: Ernest Claes, Flip de Pilleceyn, Gerard Walschap, Pol de Mont; allemaal schreven ze in Sportwereld dat na de oorlog overigens overgenomen werd door Het Nieuwsblad, waar Van den Bremt nu al 26 jaar voor werkt.

Soms maakt de ambiance een gesprek tot wat het is. Terwijl Van den Bremt het allemaal zegt, hobbelen we in de speciale auto van zijn krant tussen de laatste renners van het peleton over de kasseien door het Noordfranse akkerlandschap. We zitten in de 93e aflevering van Parijs-Roubaix, de 'Hel van het Noorden', waarbij het helse dit keer niet bepaald wordt door de regen en modder, maar door een zonnetje dat het zand voortdurend de kans geeft tot een verschrikkelijke droge stofwolk op te waaien.

Zo vinden we de renners aan het eind dan ook terug onder de douches: bruingeel gepoederd, zoals alleen de fotograaf Salgado ze uit de goudmijnen van de binnenlanden van Brazilië zou kunnen vastleggen. In de krant van de dag vóór de koers, zaterdag 8 april, heeft Van den Bremt zich overigens zeer zorgelijk uitgelaten over de toekomst van Parijs-Roubaix. Van den Bremt: “Als u weet dat het aantal kasseienstroken per jaar afneemt, dat er in totaal nog maar 70 kilometer aan kasseien is tegen 210 kilometer tien jaar geleden, ja, dan vraag ik u. Vooral rond Lille is er veel veranderd sinds de komst van de TGV en verder heeft het publiek dat hier woont er ook geen boodschap meer aan. Dat rijdt toch liever over een gewone weg, dan altijd dat gedender over die slechte wegen. Want zoals u voelt: erg goed voor de assen van uw auto is dit natuurlijk niet! Maar voor de koers is het jammer. Jazeker, een ramp.”

Van den Bremt voorspelt dat Parijs-Roubaix in navolging van Parijs-Tours binnen een paar jaar zal zijn verdwenen. De teloorgang van de hel heeft niet alleen met de steentjes te maken, ook de renners en de ploegleiders zijn er schuldig aan: van de beste 20 renners in de klassement om de wereldbeker zijn er maar vijf hier aanwezig.''

Tot diep in de jaren zestig bleef het karakter van de door Van Wijnendaele bevorderde wielerjournalistiek vrijwel hetzelfde. Veel beschrijving, veel aandacht voor het landschap en een totale verstrengeling van nieuws en commentaar. Het was Van den Bremt zelf die daar samen met zijn collega Luc van Loon verandering in bracht. “Wij vonden dat, analoog de gewone politieke en maatschappelijke verslaggeving, verslag en commentaar strikt gescheiden moesten worden. En verder schreven we ook andere verhalen met een groot human-interest karakter. Ik weet nog dat ik in het eerste jaar dat ik de Tour versloeg, in '69, na afloop van een etappe naar het rennershotel van de Belgen trok, om daar interviews te maken. Dat was toen iets heel nieuws.” Sindsdien is de wielerverslaggeving er alleen maar beter op geworden, meent Van den Bremt, kritischer en afstandelijker.

Zijn eerste grote klus was de Ronde van Italië van 1969. Merckx was de grote favoriet, maar moest de ronde voortijdig verlaten omdat hij op het gebruik van doping werd betrapt. De mooiste herinnering geldt een aankomst op de wielerpiste van Napels. “Prachtig. De koude rillingen liepen over mijn rug. In het stadion waren meer dan 100.000 mensen. Er was ook een podium en daarop speelde Herb Alpert met zijn orkest. Het was zo prachtig, die combinatie van dat décor en dat lawaai... Wie er won? Guido Reybroeck. Reybroeck won de sprint.”

Na Reybroeck komen al gauw de gouden jaren van Merckx ter sprake. Merckx was een moeilijke jongen voor journalisten, vertelt Van den Bremt. “Van oorsprong heel timide. Heel voorzichtig in zijn uitspraken. Nee, vrolijk met hem werken was het niet. Maar wel begrijpelijk: als hij een stap naar links deed, dan deed een heel volk een stap naar links. Deed hij één stap naar rechts, dan deed een heel volk ook een stap naar rechts. Wat wel mooi was, was zijn ernst en beroepsliefde. Bovendien was hij heel belangrijk voor de kranten. Tijdens de Tour in zijn dagen schoten de oplagen van de kranten omhoog.”

Daarna werd het moeilijker. Veel talenten als Fons de Wolf, Eric Vanderaerden (die overigens net deze dag in de kopgroep zit en als zesde zal eindigen) en Edwig van Hooydonck werden te vroeg als 'de nieuwe Merckx' de hemel in geschreven om daarna even zo diep te vallen. Gevraagd of de pers daar schuldig aan is, antwoordt Van den Bremt ontkennend. “Ten eerste maakt slechts een klein deel van de pers zich aan dit soort politiek schuldig. Ja, alleen de collega's van Het Laatste Nieuws eigenlijk. Nu is het weer Frank Vandenbroucke voor en Frank Vandenbroucke na. Hij hoeft maar te niezen of het staat al in de krant. Ik geef toe, het is niet onze stijl, maar we moeten het effect ervan, denk ik niet overdrijven. Echte grote renners zullen zich niet door hetgeen de pers schrijft laten beïnvloeden. Bovendien: Merckx was uniek. Daar is geen tweede van.”

Het brengt het gesprek tenslotte op de jongste door de pers opgeklopte vetes tussen de winnaar van Parijs-Roubaix van vorig jaar, Andrej Tsjmil en de laatste Vlaamse vedetten van dit moment: Johan Museeuw en Wilfried Nelissen. Het Vlaamse wielerpubliek werd de afgelopen twee jaar zo gevoed met negatieve verhalen over 'die rare Moldaviër', die eerst ploeggenoot Museeuw en onlangs nieuwe ploeggenoot Nelissen in de wielen gereden zou hebben, dat het zich tijdens de Ronde van Vlaanderen twee weken geleden niet langer kon inhouden. Er werden spandoeken gemaakt met de tekst 'Tsjmil Judas' en of dat nog niet genoeg was werd de renner tijdens de beklimming van de Muur van Geraardsbergen bespuugd en bijna van de fiets gesleurd. Over een afstandelijke pers gesproken.

Van den Bremt schaamt zich er ook voor. Een slechte zaak, noemt hij het. “En het ergste van alles: het is (ook hier) maar één krant die het doet. Het Laatste Nieuws. De rest van de kranten is zeer terughoudend. Maar Het Laatste Nieuws (met 270.000 abonnees de grootste krant van België, red.) hoopt er de aandacht mee te trekken. Net als de commerciële televisiezender VTM. Het is hetzelfde, laaggeschoolde en gemakkelijk te beïnvloeden publiek.”

Luc Vandorpe van Het Laatste Nieuws reageert een dag later laconiek: “Het is waar. Wij hebben de vetes tussen Museeuw en Tsjmil en ook die tussen Nelissen en Tsjmil goed in de verf gezet. Maar als u zegt dat wij zelf een conflict in het leven hebben geroepen, nee, dat niet. Museeuw is na afloop van Kuurne-Brussel-Kuurne zelf naar mij toegekomen en zei: 'Ik word er gek van, van die Tsjmil. Die hangt alleen maar in mijn wiel'. Museeuw was het zat. Goed, voor de affaire Nelissen is het 't zelfde. Na Parijs-Nice kwam hij op mij toe en zei: de hele ploeg heeft voor mij gewerkt. Behalve Tsjmil. Die rare kerel. Maar al met al heeft u gelijk: wij hebben dat niet verstopt maar geaccentueerd. Dat is op het publiek overgeslagen.”

Verantwoordelijk voor de Italiaanse toestanden voelt Vandorpe zich echter niet. “Wat wilt gij dan? Vijf, zes jaar geleden zouden we dit soort feiten verzwijgen. Maar nu is het anders. Het is allemaal onderdeel van een nieuwe visie. Kijk, wij verzinnen niets. Wat wij schrijven is realiteit. Ja, dat van die spandoeken, dat is niet fraai, maar allez, we hebben er ook begrip voor als ge ziet dat zo'n renner het weer eens voor hun idool verkorven heeft.”

Nadat Ballerini als eerste over de finish gaat, verslaat Tsjmil in de sprint om de tweede plaats Museeuw. Er wordt 's maandags nauwelijks aandacht aan besteed. 'Italiaan verbijt de pijn en wint Parijs-Roubaix met de steun van schitterende Johan Museeuw (3e)', schrijft de krant. Voor één keer hebben ze die rare Moldaviër niet nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden