Stukjesmakers

Het succes van Neerlands tennisglorie is jarenlang af te lezen geweest aan de lengte van het aantal dagen dat de stukjesmakers van de NOS bij toernooien waar deze club de rechten van heeft in Melbourne, Parijs, Londen of New York konden of mochten blijven.

Dit verlangt enige uitleg.

Grote tennistoernooien werden in het verre verleden uitgezonden met een commentator ter plaatse -als ie geluk had- of eentje in de studio -vreselijk, maar waar. Urenlang werd er uitgezonden en daar bleef het bij.

Ruim tien jaar geleden kwam er de gedachte 'iets' met sport te gaan doen. Dat gold voor fietsen (Tourjournaal), EK en WK voetbal en ook voor de Grand Slam toernooien.

Het NOS stramien was bekend en raakte ingeburgerd. Filmpjes van Nederlandse deelneemsters en deelnemers, soms een blik in de keuken, van tijd tot tijd een kort portretje van een buitenlandse ster of een belangrijk iemand, een leuk dingetje op muziek, kortom typisch Studio Sport.

Zelf mocht ik een aantal maal 'stukjesmaker' bij tennis zijn: een heerlijkheid. Ik overdrijf niet, het is vreselijk leuk om te doen, het vraagt veel inzet, inzicht en ontneemt je slaap en ander sociaal vertier, want je werkt je rot.

Bij dat werk hoort een ongeschreven, nooit officieel uitgesproken eindstation, namelijk het moment dat er geen Nederlanders meer in de strijd zijn in het enkelspel.

Toen de heren Haarhuis en Eltingh nog mooi dubbelden, was hun verblijf in een groot toernooi vaak de kapstok voor de NOS' ploeg om langer te blijven, maar dat is nu verleden tijd. Het vertrek van de laatste 'enkelaar' is zo'n beetje het teken van 'koffers pakken' voor de televisieploeg. De rest van de tenniswereld blijft, gaat zich op andere zaken richten, volgt wellicht de ontknoping, maar wij deden dat zelden of nooit.

Kijk, in het verleden hadden we wel eens geweldige toernooien. Dat Krajicek tot het midden van de tweede week meeging, dat Schultz de vierde ronde haalde, dat de heertjes naar de finale doorliepen. Ik herinner me een US Open dat iedereen verder ging dag na dag. Dat je een week lang jezelf het klaplazerus moest rennen om Schultz en de meiden, de Kraaj en de mannen bij te houden. Ze wonnen, lachten, hadden het goede gevoel, Stan Franker zat er met zijn tropenhelm, Ted Troost liet weten waarom Richard het goed deed en het was er buitengewoon prettig werken.

De kentering kwam een paar jaar geleden. Om welke reden dan ook was de derde ronde al veel te hoog gegrepen voor welk kind van oranje dan ook. Een rondje winnen was een hoogtepunt, de uitwijkhaven was vaak het dubbeltoernooi.

Zo stond ik ooit in Melbourne. Alles en iedereen was eruit, alleen Caroline Vis dubbelde door. Het was hard voor haar, maar ze kreeg niet meer dan een verbale vermelding; aan een enkel Nederlands meisje dat in den vreemde nog doorging in het damesdubbel werd geen gehele televisieploeg opgeofferd. Wat Manon Bollegraf vaak gebeurde, passeerde ook bij Vis en ik herinner me dat ik me wel eens heb staan verontschuldigen bij de speelster.

Dit jaar is mijn college Kees Jongkind al na drie dagen met het pakken van zijn koffers begonnen. Op woensdagmiddag één uur, was er in Parijs geen oranjeklant meer over. Het hele spel kon naar huis. Merci et au revoir. Een van de laatste 'stukjes' uit Parijs was een gesprekje met Tjerk Bogtstra, de mannencoach.

Deze realist durfde zich niet hard in woorden uit te laten over het spel van Hollands Glorie. Ja, tegenvallend, dat wel. Gefaald hebben ze Tjerk. Knoerhard gefaald. Dat had je mogen zeggen. Jongkind begreep best waaraan hij toe was. Wij, stukjesmakers weten hoe het gaat. Wij leven mee. Jullie verlies is ook onze terugkeer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden