Stug volhouden, met hart voor de zaak

Wars van procedures en gericht op het contact tussen overheid en burger, zet prof. mr. Pieter van Vollenhoven zich in voor een doelmatig onderzoek naar de oorzaak van rampen. Daarvoor krijgt hij de Machiavelli- prijs voor publiekscommunicatie. Een laatbloeier? Niet hij veranderde, maar de wereld om hem heen.

door Wilfried van der Bles

Toen Pieter van Vollenhoven in 1967 als eerste burger introuwde in het Koninklijk Huis was de reactie: wat denkt die snotaap wel, laat hij zich niets verbeelden. Hij had tegenstanders binnen (prins Bernhard, prinses Beatrix) en buiten het Koninklijk Huis. Hij had het imago van een rare snuiter, een corpsbal met een verkeerde bril, een te grote mond en met flauwe grappen. Tot eind jaren zeventig wilde het met zijn maatschappelijke carrière niet vlotten. In de ogen van het grote publiek blunderde hij van de ene stage naar de andere.

Maar het kan verkeren. Tegenwoordig is Pieter van Vollenhoven een gerespecteerd, zo niet gevreesd voorzitter van de dit jaar geïnstalleerde onafhankelijke Onderzoeksraad voor veiligheid, een instituut dat tot taak heeft oorzaken van rampen te onderzoeken, zoals onlangs de brand in het cellencomplex op Schiphol. Het telefoontje dat hij onlangs pleegde met minister Donner, tijdens de vrijdagse ministerraad nog wel, om directe uitzetting van de overlevenden te voorkomen, is een teken van de invloed die Van Vollenhoven inmiddels heeft opgebouwd. Dat hij wordt gezien als een autoriteit op het gebied van veiligheid blijkt ook uit zijn benoeming tot praktijkhoogleraar risk management voor een dag per week aan de Universiteit van Twente. Het is niet meer mr. Pieter van Vollenhoven, maar professor mr. Pieter van Vollenhoven. Aanstaande dinsdag ontvangt Van Vollenhoven ook nog de Machiavelli-prijs vanwege zijn prestaties op het gebied van publiekscommunicatie. Daarmee komt hij te verkeren in het illustere gezelschap van mensen als oud-kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven, oud-minister Hans van Mierlo, burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam en burgemeester Gerd Leers van Maastricht. Kortom, het jaar 2005 lijkt zich voor Van Vollenhoven zo langzamerhand te ontwikkelen tot het jaar van de zoete wraak. Coos Huijsen, oud-lid van de Tweede Kamer, historicus en auteur van verscheidene boeken over het Koninklijk Huis: “Van Vollenhoven heeft zijn positie helemaal aan zichzelf te danken. Natuurlijk, als lid van het Koninklijk Huis heb je bij politici een gemakkelijker entree dan anderen. Als Van Vollenhoven telefoneert, zal de minister niet vragen 'Wie bent u?'. Maar juist als je lid bent van het Koninklijk Huis bouw je meer prestige op naarmate je consciëntieuzer omgaat met je positie. En dat heeft Van Vollenhoven gedaan. In het begin heette het: die burgerlijke snotneus knokt zich het Koninklijk Huis binnen, wat denkt die wel. Er werd kritisch tegen hem aangekeken. Maar geleidelijk aan heeft hij zoete genoegdoening gekregen, terwijl lang, zeker de eerste vijftien jaar van zijn huwelijk, nogal meewarig naar hem werd gekeken.“

Door zijn huwelijk met prinses Margriet werd Van Vollenhoven lid van het Koninklijk Huis. Dat was voor zijn carrière eerder een na- dan een voordeel, zo blijkt uit de in 2002 verschenen biografie van historica en journaliste Dorine Hemans: 'Pieter van Vollenhoven - Burger aan het hof'. Toen nog prinses Beatrix, de kroonprinses, vond het maar niks, zo'n huwelijk met een burgerman, evenals prins Bernhard. Met haar huwelijk haalde Margriet het Koninklijk Huis omlaag, redeneerden zij. Dat Beatrix zelf huwde met iemand die nauwelijks kon doorgaan voor adel - op de dag van zijn huwelijk op 10 maart werd Claus van Amsberg nogal kunstmatig tot jonkheer gebombardeerd - werd verdonkeremaand. De titel prins ging aan Van Vollenhovens neus voorbij. Maar dat was ook te danken aan zijn grootste fan: koningin Juliana, die in het algemeen tegen het uitdelen van adellijke titels was.

Natuurlijk steunde een deel van het volk de keuze van Margriet. Dat zij koos voor iemand uit het eigen volk, een Nederlander: kon het mooier? Maar velen keurden het huwelijk af: de Leidse rechtenstudent - zoon van een fabrieksdirecteur uit het Rotterdamse Kralingen - moest niet boven zijn stand trouwen. Zelfs Van Vollenhovens eigen ouders hadden grote twijfels.

Prins Bernhard waarschuwde Van Vollenhoven dat hij door zijn huwelijk zware tijden tegemoet zou gaan. Hij was de enige die dat rechtstreeks tegen hem zei. Voor de rest hield iedereen zijn mond, aldus Van Vollenhoven een paar jaar geleden in NRC Handelsblad. “Het was meer een wind die waaide. Een ijzige wind. (...) In de hofhouding, maar ook daarbuiten. De wind waaide overal. Ook de mensen die aardig deden konden in hun hart tegen mij zijn. Ik wist maar één ding: dat ik mijn schoonmoeder en mijn vrouw niet mocht teleurstellen.“

In een tafelrede op de huwelijksdag waarschuwde Bernhard: “Er zullen mensen zijn die denken dat je door je huwelijk in een combinatie van paradijs en luilekkerland bent terechtgekomen. Je staat nog aan het begin van je carrière. Voor het vinden van je weg in de toekomst zal je huwelijk eigenlijk enigszins een handicap zijn bij het scheppen van een eigen arbeidssfeer, die past bij je aanleg en capaciteiten en die je werk moet geven dat zowel nuttig is als jezelf bevredigt.“

Achteraf gezien was dat een understatement. De eerste tien jaren kwam Pieter van Vollenhoven niet aan de bak. Drie jaar lang werkte hij op contract als directiesecretaris bij de Heidemij. Daarna was er niets. Prins Bernhard organiseerde een comité van vooraanstaande industriëlen om een strategisch banenplan voor Pieter op te stellen. Hij moest eerst maar eens stages lopen. Dat gebeurde. Eerst bij Akzo, later bij de KLM. Ondertussen had Van Vollenhoven een heel slechte pers. De gruwelijkste verhalen verschenen over hem. Dat hij bijvoorbeeld zo arrogant was om voorkeursbehandeling te eisen in een schoenenzaak. Dat hij, liefhebber van snelle auto's, zich niets aantrok van snelheidsbeperkingen. Dorine Hermans heeft het grootste deel van die verhalen in haar boek wel ontzenuwd. Een enkele keer zat er een kern van waarheid in, bijvoorbeeld dat Van Vollenhoven een file probeerde te omzeilen via de vluchtstrook. Het kwam hem op een bon te staan. Van Vollenhoven erkende zijn fout, maar gaf daarbij de uitleg dat hij toen ergens werd verwacht voor een officiële gelegenheid.

Voor een deel had Van Vollenhoven de ellende aan zichzelf te danken. Hij gedroeg zich zo nu en dan als een Leidse corpsbal. Gebruikte de verkeerde woorden tegen de verkeerde mensen. Dat dat stoere gedrag deels ook voortkwam uit onzekerheid, werd niet gezien. Van Vollenhoven kon het eigenlijk nooit goed doen. Of hij gedroeg zich te arrogant, omdat hij zich zou laten voorstaan op zijn lidmaatschap van het koningshuis, of hij gedroeg zich te bescheiden en dan was hij weer niet geschikt voor de positie die hij innam. Dat hij optrad begin jaren zeventig in een oudejaarscabaret van Seth Gaaikema vond het volk prachtig, maar werd aan het Hof nu juist niet gewaardeerd. Hetzelfde gold later voor zijn piano-optredens met Pim Jacobs en Louis van Dijk onder de noemer: Gevleugelde Vrienden. Ondertussen diende dit trio wel een goed doel: alle opbrengsten van de 250 concerten -- vier miljoen euro - gingen naar Slachtofferhulp.

In het jaar 1977 kwam, achteraf gezien, de ommekeer. Terwijl hij stage liep bij de KLM kwam het aanbod om voorzitter te worden van de voorlopige raad voor de verkeersveiligheid, in 1981 omgezet in een definitieve Raad voor de verkeersveiligheid, een orgaan dat de regering moest adviseren hoe het aantal ongelukken en verkeersdoden terug te dringen. Nou ja, definitief? Een paar keer is nog geprobeerd de raad om zeep te helpen, bijvoorbeeld omdat er al te veel adviesraden waren. Maar Van Vollenhoven vocht als een leeuw terug. Zware aanvaringen waren het gevolg met de vroegere verkeersministers Neelie Smit-Kroes en Annemarie Jorritsma. En met een deel van hun ambtenaren die Van Vollenhoven maar een buitenstaander en lastige indringer vonden.

In de jaren tachtig begon Van Vollenhoven te pleiten voor één onafhankelijke Raad voor de Transportveiligheid, naar Amerikaans voorbeeld. Ongevallen en rampen in het vervoer moesten buiten de verantwoordelijkheid van betrokken departementen om worden uitgevoerd. En aan de verkokering van verschillende onderzoeksraden moest een einde komen, vond Van Vollenhoven. Met één raad kon de expertise worden gebundeld. Nog weer later begon hij te pleiten voor één Onderzoeksraad voor veiligheid. Die onderzoeksraad - dit jaar geïnstalleerd onder voorzitterschap van Van Vollenhoven - onderzoekt alle rampen; ook grote branden, zoals op Schiphol. Het bijzondere ervan is dat de raad burgers kan dwingen om informatie te geven. Om te voorkomen dat ze zichzelf daarmee de das omdoen in een strafproces, kan dat anoniem.

Van Vollenhoven was aanvankelijk een roepende in de woestijn. Er waren verscheidene rampen voor nodig - de Bijlmerramp, de ramp met het Hercules-transportvliegtuig op het vliegveld Eindhoven, de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam - om de politiek te overtuigen van het belang van onafhankelijk onderzoek. Die rampen werden aanvankelijk door niet-onafhankelijke organen onderzocht. De resultaten werden daarom door de slachtoffers met het grootst mogelijke wantrouwen bejegend. Wat Van Vollenhovens positie weer versterkte. Bij het onderzoek naar de ramp in Enschede door de commissie-Oosting verweet Van Vollenhoven het kabinet gebrek aan belangstelling en onkunde. Forse woorden. Het was voor hem een kwestie van frapper toujours - blijven drammen. Tegen alle klippen op heeft Van Vollenhoven zo uiteindelijk zijn zin gekregen en is hij inmiddels - ook internationaal - erkend als groot veiligheidsexpert. Ook van de zijde van de koningin zijn zijn verdiensten, evenals die van Margriet, inmiddels ruimhartig erkend.

Dat onafhankelijk onderzoek op het terrein van de veiligheid zo belangrijk zou worden, werd destijds, eind jaren zeventig, niet onderkend, zegt Thom de Graaf, die als minister van binnenlandse zaken veel met Pieter van Vollenhoven te maken heeft gehad. De Graaf: “Ik ga nu iets onaardigs zeggen, maar zo is het niet bedoeld, want ik heb groot respect voor hem. Maar destijds zagen ze die functie bij de raad voor de verkeersveiligheid als: ach, het kan geen kwaad. Toen was er veel gedoe over de functie van prins Claus als voorzitter van de commissie ontwikkelingssamenwerking. Die commissie gaf politiek gevoelige subsidies aan het Angola Comité en dergelijke. Daarom moest Claus daar weg. Tegen die achtergrond dacht men: ach, die functie voor Pieter kan geen kwaad. Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot de grote emancipator van het onafhankelijk onderzoek op het gebied van veiligheid. Voor een deel is dat zijn eigen verdienste. Voor een deel ligt het ook aan maatschappelijke ontwikkelingen. In een technocratische samenleving is het belang van onafhankelijk onderzoek groter geworden.“

Coos Huijsen: “Destijds leek het een politiek veilige functie, een kwestie van technisch advieswerk. Later heeft het prestige gekregen, mede dankzij Pieter zelf. Wie weet hadden ze met het inzicht van nu destijds wel geredeneerd: zouden we dit wel moeten toestaan?“

Dat Van Vollenhovens positie op gespannen voet staat met de ministeriële verantwoordelijkheid ontkennen De Graaf en Huijsen. Ook Peter Rehwinkel, staatsrechtgeleerde en burgemeester van Naarden, ziet geen problemen. Rehwinkel: “Het is een afgeleide verantwoordelijkheid. Voor het staatshoofd hebben de ministers een volledige verantwoordelijkheid. Maar hoe verder je van de troon staat, des te minder vaak de ministeriële verantwoordelijkheid in werking treedt. Inmiddels staat Pieter wel heel ver van de troon. Margriet is inmiddels vijfde in de lijn van troonopvolging.“

Rehwinkel roemt de directheid van Van Vollenhoven: “Hij zegt wat hij op z'n lever heeft. Hij is iemand die er goed bovenop zit, zich met ziel en zaligheid voor bepaalde zaken inzet. Die niet onzichtbaar is. In mijn tijd als Tweede-Kamerlid signaleerde ik hem regelmatig in het bezoekersvak van de voorzitter. Hij heeft zijn positie zo zelf verworven. Hij is een vrij man. Ik vind dat goed. Met de ministeriële verantwoordelijkheid moet je niet al te angsthazerig omgaan, vinden we sinds de jaren negentig.“

Gezien zijn directe stijl is die Machiavelli-prijs voor overheidscommunicatie die Van Vollenhoven krijgt, niet eens zo verrassend. Volgens Ron van der Veer, een goede vriend van Van Vollenhoven, past diens stijl precies in deze tijd. Van der Veer maakte Van Vollenhoven mee in het Comité 2004, waarvan hij secretaris was en Van Vollenhoven voorzitter. Dat comité lanceerde vorig jaar voorstellen over nieuwe koninkrijksrelaties tussen Nederland, de Antillen. Van der Veer: “Het leuke van hem is: hij hoeft het niet te doen. Hij is 66 jaar en kan ook redeneren: ik ga golfen of tennissen; ze zoeken het maar uit. Maar hij heeft een ongehoorde betrokkenheid bij verschillende dossiers, zoals veiligheid en de Antillen. Maar essentiëler is nog dat hij zich enorm kwaad kan maken over oeverloze bureaucratie en ambtelijke draaikonterij. Dat is voor hem nog het meest kenmerkende. Hij heeft niks met procedures die niet uit te leggen zijn en die oplossingen vertragen. Dat hij nu erkenning krijgt ligt niet alleen aan hemzelf, maar ook aan de veranderde waardering van de buitenwereld. Hij past heel goed in deze tijd, omdat hij heel goed de verbinding weet te leggen tussen overheid en burger. Hij is duidelijk in zijn uitspraken, zegt waarop het staat. Hij is niet angsthazerig, terwijl het bestuurlijk vaak veel veiliger is om te roepen wat iedereen roept of je mond maar te houden. Hij luistert goed naar argumenten, maar gaat op een charmante manier ook volledig zijn eigen gang.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden