Studiehuis met wereldfaam

theologie | India, dat bekendstaat als het land van het hindoeïsme, telt tweehonderd miljoen moslims. Een zoektocht naar de islam in India. Vandaag deel 4 (slot).

Het oog wil ook wat, maar krijgt weinig in het provinciestadje Deoband. Nederigheid alom. Laagbouw. Met honderdduizend inwoners een kleinduimpje onder de Indiase steden. Ook het landschap in deze hoek van de noordelijke deelstaat Uttar Pradesh is lieflijk, niet opwindend. Een beetje Vlaanderen.

Is dit een vervelende vergissing? Kan dit gribusstadje wel het decor zijn van een van de belangrijkste islamitische instellingen in de wereld, de Dar al-Ulum, het Huis van de Wetenschappen, centrum van de invloedrijke deobandi-islam? Het Indiase antwoord op de Al-Azhar in Caïro, dat sinds mensenheugenisgeldt als het belangrijkste instituut van islamitische theologie?

Of zijn we verdwaald en is er misschien een andere stad met de naam Deoband, meer representatief, bijvoorbeeld duizend kilometer verderop? Die vrees blijkt onterecht, want ineens rijzen in de verte als uit het niets de machtige bouwsels van het Huis van de Wetenschappen op, een imponerend conglomeraat van moskeeën, kantoren, leslokalen, bibliotheken en studentenverblijven. De architectuur is retro, Anton Pieck op zijn Indiaas. Ze roept de dromerige sfeer op van India's nationale symbool, de Taj Mahal, het wereldberoemde mausoleum dat een moslimvorst in de zeventiende eeuw liet bouwen voor zijn overleden vrouw.

Misschien is deze landelijke omgeving toch wel passend voor het Huis van de Wetenschappen. India is vooral platteland, niet stad. Het ongekend dichtbevolkte subcontinent kent weliswaar drie hypermetropolen met elk ongeveer twintig miljoen inwoners, (Bombay, Delhi en Calcutta) en ook nog een handjevol andere stevige miljoenensteden. Maar toch verloopt de verstedelijking relatief traag. Nog steeds schijnt zo'n zeventig procent van de Indiërs in dorpen te leven. Als hij dat nog had kunnen meemaken, zou vader des vaderlands Mahatma Gandhi het hebben toegejuicht, want hij verheerlijkte het Indiase dorpsleven.

Gandhi, kampioen van het geweldloze verzet tegen de Britten, maar zelf in 1948 vermoord, maakte op het nippertje de afschuwelijke verminking van zijn levenswerk mee, zijn droom, het onafhankelijke India. Toen in 1947 de koloniale Britten vertrokken, viel het gebied uiteen in het overwegend hindoeïstische India en het bijna exclusief islamitische Pakistan. De breuk ging gepaard met massale volksverhuizingen. Hindoes trokken uit wat nu Pakistan is naar India en veel moslims maakten de omgekeerde reis. Er vielen honderdduizenden doden.

Lang niet alle Indiase moslims ondersteunden het streven naar een exclusief islamitisch 'Pakistan'. Het Huis van de Wetenschappen in Deoband wees het idee af. De ironie wil dat de deobandi-islam, ondanks zijn principiële bezwaren tegen de creatie van Pakistan, toch juist in dat land een grote aanhang heeft, net als in Bangladesh dat tot 1971 bij Pakistan hoorde. Beide landen tellen talloze madrassa's (religieuze scholen) van de deobandi-islam. Hun curriculum laten ze bepalen door het Huis van de Wetenschappen.

De belangrijkste tegenstanders van de deobandi's, de mystieke barelvi-soefi's, hebben hun centrum eveneens in India, in de stad Bareilly, ook in Uttar Pradesh. Ook zij zijn sterk vertegenwoordigd in Pakistan en Bangladesh. Voor veel Pakistaanse en Bengaalse moslims blijft India dus, hoewel in de beeldvorming verbonden met het hindoegeloof, een belangrijk baken, via de barelvi's en de deobandi's.

Verder hebben in Groot-Brittannië zowel de barelvi's als de deobandi's veel aanhang onder moslim-migranten uit India, Pakistan en Bangladesh. Vooral die Aziatische migranten bepalen het gezicht van de islam in Engeland.

Terwijl op het Europese vasteland islam in de eerste plaats wordt geassocieerd met het Midden-Oosten heeft in Engeland ruim de helft van de moslims banden met Pakistan, India of Bangladesh. Ook dat geeft nog eens extra gewicht aan het Huis van de Wetenschappen in het onooglijke provinciestadje Deoband.

De richtingenstrijd is fel. Verkettering over en weer. Deobandi's noemen soefi's polytheïsten en zelf krijgen ze het verwijt terug dat ze wahabieten zijn, aanhangers van de extreme Saudische islam. Of anders zijn ze wel salafisten, ook goed. Dat laatste is inderdaad de eerste indruk die je krijgt van het Huis van de Wetenschappen.

Eerst theologie, dan ICT

Op de campus loopt student Mohammed Amir rond. Hij is een vlotte prater. Zijn vrouw staat enige meters verderop, als een meubel. Haar nikab bedekt zelfs de ogen. Amir wil de ict in. Maar eerst volgt hij een theologische opleiding, als een geestelijke propedeuse voor de rest van zijn leven. Veel andere studenten doen hetzelfde. Net als Amir wil lang niet iedereen imam worden. Sommigen verblijven maar kort in het Huis van de Wetenschappen. Een jongeman uit Kashmir houdt hier een tussenstop op een soort pelgrimsreis. 'Op de weg van God', noemt hij zijn tocht, als iets vanzelfsprekends, geen nadere uitleg nodig. 'On the road', zeiden vroeger rugzaktoeristen, zonder God erbij te betrekken.

"Neem van mij aan", zegt Amir, "deze instelling is met hart en ziel tegen terreur." Zijn vrouw zwijgt. Die apartheid voor vrouwen heet hier poerda en went nooit. Nou ja, dat is niet waar, het went juist snel, is besmettelijk. Pas na afloop dringt het tot me door dat ik ook zelf geen poging heb gedaan haar mee te laten doen.

Deze gebouwen moeten een lieve duit hebben gekost. Behalve gratis kost en onderdak krijgen de vierduizend studenten, onder wie momenteel geen Pakistanen maar wel Bengalen, ook nog een toelage. Wie betaalt dat allemaal? In elk geval niet Saudi-Arabië, verzekert voorlichter Muhammadullah Khalili Qasmi. "En ook geen andere buitenlandse financiers. Al het geld komt van de moslimgemeenschap in India."

Het achtervoegsel Qasmi bij zijn naam is een titel van iemand die is afgestudeerd aan het Huis van de Wetenschappen. Het verwijst naar de stichter, Maulana Mohammed Qasim.

De geschiedenis van deze religieuze academie is nauw verbonden met de strijd tegen de Britten. De stichting ervan, aanvankelijk als een madrassa, vond plaats in 1866, negen jaar na het uitbreken van een grote opstand tegen de Britten, de Mutiny. Khalili Qasmi: "Voor die tijd kregen madrassa's geld van moslimvorsten. Daaraan kwam na de opstand een einde. Madrassa's verkommerden, als ze al niet waren verwoest. Er moest iets gebeuren, want juist in die tijd werd de christelijke zending erg actief. De nieuwe madrassa in Deoband zorgde voor een ander soort financiering en deed geen beroep op de overheid maar op de moslimgemeenschap. Ze werd een voorbeeld voor het hele land, de 'moeder van de madrassa's'. Nu zijn er duizenden deobandi-madrassa's. We hebben nooit staatssubsidie geaccepteerd, niet van de Indiase overheid, niet van Pakistan en niet van Saudi-Arabië. Wij ontvangen bijdragen uit India zelf."

Persoonlijke band met God

Wat onderscheidt deobandi's van wahabieten of salafisten, met wie ze niet vereenzelvigd willen worden? Het verschil zit hem duidelijk niet in vrouwenkleding, maar heeft te maken met de houding tegenover soefi's. De deobandi's nemen een tussenpositie in.

Khalili Qasmi maakt een onderscheid tussen soefi-mystiek, die hij positief waardeert en 'soefisme' dat hij afwijst: "Westerse geleerden zien dat verschil niet en salafisten en wahabieten evenmin. Maar het is belangrijk. Via mystiek kan een gelovige een persoonlijke band met God opbouwen. Dat geloven wij ook, de Koran biedt daarvoor aanknopingspunten.

Wat wij afwijzen bij soefi's is de verering van heiligen en de toestanden bij hun mausolea, de darga's. Dat noem ik soefisme. Het is polytheïstisch en dus in strijd met het monotheïsme dat leert dat er maar één god is. De salafisten en wahabieten zijn het andere uiterste. Zij ontkennen dat een gelovige een persoonlijke band met God kan opbouwen. Daarin verschillen wij met hen van mening."

Wat vindt hij ervan dat IS en andere extremisten mausolea van heiligen verwoesten en ook antieke godenbeelden? Ze zijn toch beide uitingen van polytheïsme? Khalili: "Wij zullen nooit darga's vernielen. En ook geen godenbeelden. De kaliefen uit de begintijd van de islam hebben eeuwen de tijd gehad om de antieke godenbeelden in Egypte, Syrië en Irak te vernielen. Ze hebben dat niet gedaan. Wie zouden wij dan wel zijn om dat nu alsnog te doen?"

Eerdere afleveringen van deze serie verschenen op 2/7, 11/7 en 8/8.

Studenten bidden in de moskee van Dar al-Ulum. Dit Huis van de Wetenschappen is het centrum van de invloedrijke deobandi-islam.

Kan dit gribusstadje wel het decor zijn van een van de belangrijkste islamitische instellingen in de wereld?

Die apartheid voor vrouwen went snel. Na afloop dringt tot me door dat ikzelf geen poging heb gedaan contact te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden