Studiehuis: goed voor leerling en leraar

De auteurs zijn werkzaam als onderwijsadviseur bij het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum.

Het studiehuis is, zoals Trouw in hetzelfde artikel al memoreerde aan de hand van een uitspraak van mevrouw Ginjaar, een 'containerbegrip', inhoudend dat leerlingen actiever worden. Het doel is dat leerlingen meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun eigen leerproces. Dat is goed voor de leerling, maar ook voor het beroep van leraar.

In ons begeleidingswerk ontmoeten wij docenten die ooit uit vrije wil en met overtuiging hebben gekozen voor het beroep van leraar. Vrijwel allemaal hebben ze de wens om in hun werk met jongeren tevens zin te geven aan hun eigen leven. Uitspraken als 'het zal mijn tijd wel duren' zijn signalen van mensen die steun vragen (bijvoorbeeld van hun rector) en perspectief zoeken om opnieuw een zinvolle invulling te geven aan het werken met het sociale en economische draagvlak van de toekomst: onze jeugd.

Achtergrond van de ontwikkelingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs is het (herontdekte) uitgangspunt: Leren is een intern proces! Hoe hard jouw leraar ook zwoegt, je kunt het leren niet van buitenaf aangereikt krijgen. Voor het echte leren moet een leerling zelf aan de slag. Die gedachte vormt het fundament voor het studiehuis. Een actieve, zelfstandige houding vraagt om zelf leren plannen, je sterke en zwakke punten leren kennen, je eigen mogelijkheden kunnen inschatten, je energie verdelen over lusten en lasten, maar voorop staat het zelf doen. Dat leerlingen daarbij steun nodig hebben, thuis en op school, spreekt voor zich. Anders gaan leerlingen, inderdaad 'zwemmen', zoals oud-rector Erdtsieck vreest. Planningsfuncties kunnen niet abrupt aan leerlingen worden overgedragen.

Voor de jonge consumenten, die in het oude systeem tot aanpassing en verveling leken veroordeeld, is deze metamorfose een verademing. Wel even wennen trouwens, voor de leerlingen, maar vooral ook voor hun leraar. Ooit was hij de instructeur, overdrager van informatie, maar in die rol is hij steeds minder nodig. Informatie kan anders, beter en sneller, worden verkregen. De technologische vernieuwingen bieden jongeren de gelegenheid elke gewenste informatie te achterhalen. Toch is enige begeleiding in die informatiejungle geen overbodige luxe.

Vakdocenten

Helaas heeft de bovenbouw in veel scholen geen rijke traditie in het begeleidingswerk. Docenten voelen zich vooral vakdocent, specialist op een bepaald vakgebied. Instrueren is hun eerste optie, begeleiden niet. Die constatering mag echter geen reden zijn om alles maar bij het oude te laten. Want ook de leraren hebben uiteindelijk baat bij verandering. De huidige situatie wordt door velen niet als rooskleurig ervaren. De status van het beroep van leraar is laag, het ziekteverzuim is hoog, het aantal docenten dat op dit moment op een fatsoenlijke manier z'n pensioen haalt is uiterst gering. Zo fraai is het dus allemaal niet.

Dat tragische feit komt niet op het conto van de onderwijsvernieuwing, maar is veeleer het gevolg van jarenlange stilstand. Het studiehuis kan echter niet alleen leerlingen, maar ook leraren, een nieuwe kans bieden. Een begeleidende houding van docenten is de beste garantie om leerlingen actiever en zelfstandiger te maken. Overheid en schoolleiding zullen flink moeten durven investeren om docenten ook werkelijk de kans te geven deze omslag mee te maken.

Ieder mens wil graag presteren. Maar net als volwassenen kampen jongeren met talloze mitsen en maren' die afleiden van het gestelde doel. De begeleidende docent 'nieuwe stijl' heeft vertrouwen in zijn leerlingen en leert ze verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces. In het studiehuis staat het leergedrag van de leerlingen en het leveren van prestaties door de leerling centraal. Instructie en begeleiding zijn daar in eerste instantie op gericht. Dat is een accentverschuiving ten opzichte van de basisvorming. In de verhouding van 'leven en leren' ligt daar het zwaartepunt bij het 'leven'. In het studiehuis ligt de nadruk op het leren, op prestaties.

De keuze voor een individuelere aanpak in de tweede fase vraagt bijna vanzelfsprekend om een persoonlijk mentoraat. Als de leerlingen zelf hun mentor kunnen kiezen, is de kans op succes het grootst. Om iemand als mentor te kiezen is vertrouwen nodig. Leerlingen kiezen iemand met wie ze een band denken te kunnen hebben. Dat maakt de begeleiding effectief. Tegen iemand die ze vertrouwen zullen ze makkelijker zeggen wat er 'echt' gezegd moet wordenom een succesvol leerproces mogelijk te maken. Sommige docenten zullen dus vaker gekozen worden dan anderen. Kennelijk hebben zij iets te bieden waar leerlingen veel aan menen te hebben. Die leraren zullen dus ook meer faciliteiten, lees: taakuren, krijgen. Dat is wel even slikken misschien. Want we zijn gewend geraakt aan de eenheidsworst van het leraarsberoep.

Wie minder leerlingen toegewezen krijgt is daarmee nog geen slechte leraar. Misschien geeft iemand briljante hoorcolleges in literatuurgeschiedenis in de aula voor alle vijfde klassen VWO. Een ander blinkt uit in het instrueren en begeleiden van werkgroepjes. Er ontstaat zowaar taakdifferentiatie. Er komt eindelijk beweging in de school.

Basisvorming en studiehuis zijn kansen om de menselijke factor in het beroep van leraar te vergroten. En op een goede school (met een rector die in de kwaliteit van z'n personeel gelooft!), sta je er niet alleen voor. Je maakt deel uit van een schoolorganisatie. Daarom zorgt de schoolleiding voor adequate begeleiding van docenten. Personeelsbeleid en personeelszorg krijgen concreet gestalte op de werkvloer. De efficiëntie en het werkplezier nemen toe als er in teamverband wordt gewerkt: garantie voor een gezamenlijke aanpak, voor onderlinge steun en feedback van professionals. Essentieel is dat men de 'support' ervaart van de schoolleiding en dat men in het team (mentorenberaad, vaksectie) gebruik maakt van elkaars kwaliteiten. De eigen professionaliteit groeit en die van het team eveneens. Het studiehuis wordt een werkplek waar het goed toeven is voor alle bewoners.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden