Studeren gaat om meer dan alleen studiepunten halen, vindt minister Van Engelshoven

Minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, Ingrid van Engelshoven (D66). Beeld Werry Crone

Het idee dat alles draait om geld en rendement is doorgeslagen op universiteiten en hogescholen, stelt minister van hoger onderwijs Ingrid van Engelshoven. Studiesucces moet meer zijn dan studiepunten, anders blijven kwetsbare studenten weg.

Is studeren nog wel leuk? Veel ­studenten tobben zich suf of ze hun diploma wel binnen vier jaar halen. Het begint al in het eerste jaar met het bindend studieadvies. Wie te weinig studiepunten haalt, moet weg. Is deze horde ­genomen, dan gaat het erom om zo snel mogelijk ook alle andere studiepunten te scoren.

Minister Ingrid van Engelshoven (onderwijs, cultuur en wetenschap) vindt deze ratrace zorgelijk. “Er is bij hogescholen en universiteiten de ­afgelopen jaren veel accent gelegd op doelmatigheid en rendement, ervoor zorgen dat studenten zo snel mogelijk hun diploma halen”, zegt de minister, die verantwoordelijk is voor het hoger onderwijs.

Het streven om zo snel mogelijk een diploma te halen, betekent voor sommige studenten dat zij niet meer instromen in het hoger onderwijs of dat ze vroegtijdig uitvallen, stelt ze in een brief over toegankelijkheid en kansengelijkheid in het hoger onderwijs, die ze vandaag naar de Tweede Kamer stuurt. “Aan alle kanten hoor je van studenten dat ze hoge druk ervaren. We moeten uitkijken dat de druk voor studenten geen struikelblok wordt.”

U heeft het over rendementsdenken. Hoe belemmert dat de toegang tot hogeschool en universiteit?

“Als er te veel nadruk komt te liggen op rendement, kan dat voor studenten een belemmering worden. Bijvoorbeeld voor studenten die aanpassingsproblemen hebben, die moeite hebben de overstap te maken van een schools bestaan naar een studentenleven. Voor eerste-generatiestudenten, met ouders die niet hebben gestudeerd, is de stap soms heel groot.”

Studenten wier ouders niet gestudeerd hebben of met een niet-westerse migratieachtergrond weten de hogeschool en universiteit nog altijd lastiger binnen te komen. Ook stromen zij minder vaak door naar een master waarvoor de universiteit selecteert, valt op te maken uit onderzoeken van de Onderwijsinspectie. Onaanvaardbaar, meent Van Engelshoven.

“Als je het internationaal vergelijkt, dan hebben we in Nederland een heel toegankelijk onderwijsstelsel. Het is in het belang van het stelsel dat je zo veel mogelijk studenten in een zo kort mogelijke tijd hun diploma laat halen. Maar toch, is het onderwijsstelsel nog zo georganiseerd dat het voor iedereen reëel is om een diploma te halen? We moeten waakzaam zijn dat we geen doorgeschoten rendementsdenken krijgen. Als het alleen nog maar gaat om nominaal je diploma halen (studeren zonder vertraging, red.), is er dan nog ruimte voor persoonlijke ontplooiing? Is er dan nog ruimte voor die studenten die misschien iets meer tijd nodig hebben? Is er dan nog ruimte voor studenten met een beperking en die wat meer begeleiding nodig hebben? Het is nogal een verschil als je ouders hebt die precies weten wat jou op de universiteit te wachten staat of als je de eerste bent uit jouw omgeving die gaat studeren.”

Het moet bij studiesucces over meer gaan dan enkel studiepunten. U vindt dat de ‘bildungs- en verbindingsopgave van het onderwijs weer meer glans moet krijgen’. Wat verstaat u daar­onder?

“Studeren is meer dan alleen een diploma halen. Het gaat er ook om dat je je ontwikkelt als persoon, dat je je sociale kwaliteiten ontwikkelt. Denk daarbij aan vrijwilligerswerk, bestuurswerk, een sportteam coachen of andere maatschappelijk relevante taken. Als je kijkt naar wat straks de arbeidsmarkt vraagt, dan zijn dat niet alleen mensen met een mooie cijferlijst, maar ook mensen die in staat zijn om in een groep te werken, die in staat zijn verbindingen te leggen met anderen. Voor sommige studenten ligt de horde te hoog om zich nog breed te kunnen ­ontwikkelen.”

Sinds 2015 bestaat het leenstelsel en is de studiefinanciering geen gift meer. U noemt het leenstelsel nergens, ook niet als reden voor potentiële studenten om af te haken.

“We monitoren dat heel nauwgezet. We zien niet terug dat dit heeft geleid tot een terugval in toegankelijkheid. De instroom is weer op hetzelfde ­niveau als voor de invoering van het ­studievoorschot.”

Toch zeggen studenten wel degelijk extra druk te ervaren door het opbouwen van een lening.

“De zorgen die ik heb, zitten er niet ­zozeer in dat studenten een drempel ­ervaren om te lenen, maar juist dat ze nogal snel vrij veel lenen. Wij zagen dat studenten bij de invoering van het sociaal leenstelsel vrij makkelijk maximaal gingen lenen (in totaal kan een lening momenteel oplopen tot 1042,13 per maand, red.). Dat is niet voor iedereen nodig.

“Niet voor niets hebben we de knop uitgezet op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (Duo), die studenten liet aanvinken maximaal te ­willen lenen.”

Vindt u dat studenten beter voorgelicht moeten worden over de consequenties van een schuld?

“Dat is ook een taak van Duo. Studenten beter voorlichten. We kijken daar heel kritisch naar. Doen we er als overheid voldoende aan om studenten ­bewust te maken van het feit dat het een lening is en dat je goed moet nadenken over het bedrag dat je wilt ­lenen.”

Studenten hebben na hun studie ­gemiddeld zo’n 20.000 euro schuld. Vindt u dat geen onwenselijke last aan het begin van een loopbaan?

“Ik vind het nog steeds een buitengewoon sociaal stelsel. Studenten kunnen het spreiden over 35 jaar en het maandelijkse aflossingsbedrag is nooit meer dan maximaal 4 procent van wat iemand maandelijks boven het minimumloon verdient (in het oude stelsel was dat maximaal 12 procent, red.).”

Studenten steekt het ook dat de rente op de lening per 2020 omhoog gaat. Zij vragen zich af wat hier sociaal aan is.

“We moeten dit wel doen omdat de overheid voor deze manier van financieren langlopende leningen afsluit en omdat de rentes niet uit de pas moeten lopen. Voor de lange termijn is het verstandig om de financiering van het onderwijs betaalbaar te houden. Maximaal loopt het bedrag met 12 euro per maand op.

“Voor wie geldt dat? Voor studenten met een gemiddelde schuld die na hun studie meer dan 80.000 euro per jaar verdienen. Dat zijn dus mensen die een heel goede boterham verdienen.”

Van Engelshoven veroorzaakte twee maanden geleden opwinding op universiteiten en hogescholen. Om de stress voor studenten te verminderen, moeten universiteiten en hogescholen het bindend studieadvies begrenzen, zo maakte ze toen onverwacht bekend.

Op dit moment mogen hogescholen en universiteiten zelf hun norm bepalen en bijna allemaal zijn ze strenger dan de minister wenst. Als het aan haar ligt, mogen onderwijsinstellingen vanaf 2020 maximaal eisen dat eerstejaars veertig van de zestig studiepunten halen. Onderwijsorganisaties zijn nogal overvallen door het plan van de minister. Sommige instellingen, zoals de Erasmus Universiteit Rotterdam, die van studenten eist dat ze alle punten in het eerste jaar halen, reageerden verbolgen. De instelling vindt dit een goede manier om studenten te motiveren en selecteren. 

Normaal gesproken wordt dit soort grote maatregelen vooraf doorgesproken met onderwijsinstellingen. Waarom kwam u hier zo onverwacht mee?

“Ik ga hier geen gewoonte van maken, maar af en toe moet je een steen in de vijver gooien om een discussie los te maken. Ik vind dat het bindend studieadvies te veel een manier is geworden om studenten te selecteren. Het gaat in mijn optiek te weinig om het doel waarvoor het ooit is bedacht, namelijk ervoor zorgen dat de student tijdig naar de goede plek wordt begeleid als hij of zij het eerste jaar niet dreigt te halen. Nu is in ieder geval de discussie hierover op gang gekomen op hogescholen en universiteiten. Ik wil een nieuwe balans, tussen enerzijds normeren en aan de andere kant goede begeleiding.”

Critici zeggen: u schuift het probleem nu door naar het tweede en derde jaar van de studie.­

“Ik zie het iets anders. Studenten die een of twee vakken niet halen, krijgen bij sommige instellingen een negatief studieadvies. Als je een of twee vakken in het eerste jaar niet haalt, betekent dat niet per definitie dat je niet geschikt bent voor een studie. Het kan ook zijn dat een student even wat meer tijd ­nodig heeft om zich aan te passen.

“Daarbij valt het op dat we studenten zien die op de ene universiteit moeten stoppen en aan een andere universiteit weer met dezelfde studie beginnen of bij dezelfde instelling met een verwante opleiding. Ze doen dan een jaar extra over hun studie. Daar is niet het belang van de studenten mee gediend.”

Onderwijsinstellingen investeerden ­­afgelopen jaren flink in de ontwikkeling van selectieprocedures. Vooral de doorstroom van bachelor naar masterfase is niet meer vanzelfsprekend. Dit komt de motivatie van studenten ten goede. Keerzijde is dat dit een kleine groep studenten afschrikt uit milieus waar minder gestudeerd wordt. Wat gaat u hieraan doen?

“Dat vind ik een onwenselijke vorm van zelfselectie. We – instellingen, ­studentenorganisaties en het minis­terie – hebben nog niet echt de vinger kunnen leggen op de oorzaak hiervan. Op dit moment doen we er onderzoek naar, zodat we maatregelen kunnen ­nemen.”

vindt het verkeerd dat verschillende technische universiteiten en hogescholen het aantal studenten beperkt, omdat ze te weinig collegezalen of docenten hebben. U noemt zo’n numerus fixus ongewenst in een sector met tekorten op de arbeidsmarkt, zoals de techniek.

“Je ziet in een aantal technische sectoren grote tekorten op de arbeidsmarkt. Kijk in de regio Eindhoven, daar zijn tekorten die in de duizenden lopen. Tegelijkertijd zie je in de relevante opleidingen een numerus fixus. Op dit moment kijken we of de bekostiging vanuit het Rijk nog in de pas loopt. Sommige opleidingen zijn duur en hebben extra geld nodig. Tegelijkertijd ben ik kritisch op universiteiten. Is er écht alles aan ­gedaan om een numerus fixus te voorkomen? Ik was deze zomer op een universiteit waar we de numerus fixus bespraken. Ik vroeg of ze ook andere technische universiteiten hadden gebeld om het probleem samen op te lossen. Dat was niet gebeurd. Dan denk ik: ja, dat is een gemiste kans.”

Wat moeten universiteiten doen om meer studenten toe te laten voor studies in de bouw- en technieksector?

“Ik wil dat universiteiten dit meer in gezamenlijkheid oplossen. Bijvoorbeeld door de studenten te spreiden over de universiteiten. En is er samenwerking gezocht met het vragende bedrijfs­leven? Het is vaak lastig om docenten te krijgen. Daarnaast hebben univer­siteiten vaak fysiek de ruimte niet om alle studenten te huisvesten of missen ze lab-ruimte.

“Ik hoor van bedrijven dat ze willen kijken of ze er tijdelijk een mouw aan kunnen passen. Ook willen ze mensen beschikbaar stellen voor het onderwijs. Er moet veel slimmer gekeken worden, zodat er niet een onnodige fixus komt. Ik wil dat het instellen van een studentenstop beter onderbouwd wordt. Ik heb een wetswijziging in voorbereiding, die het mogelijk maakt om een numerus fixus te blokkeren als de onderbouwing niet deugt.”

Grijpt u zo niet te veel in in de onaf­hankelijke positie van de universi­teiten?

“Universiteiten hebben grote onafhankelijkheid bij de inrichting van hun ­onderwijs en onderzoek. We hebben het hier over een maatschappelijk belang. Het zijn publiek bekostigde universiteiten. Het instellingsbelang is in dit geval ondergeschikt aan het maatschappelijke belang.”

Ingrid van Engelshoven (1966) is al sinds haar studententijd actief voor D66. Sinds oktober vorig jaar is ze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, een functie die ze deelt met minister Arie Slob (ChristenUnie). Daarvoor was zij korte tijd Tweede Kamerlid voor D66. Onderwijs is geen onbekend terrein voor Van Engelshoven. Van 2010 tot 2017 was ze wethouder van onder meer onderwijs in Den Haag. In 2015 kreeg ze de Els Borst Inspiratieprijs, voor haar inzet om meer vrouwen in de politiek te krijgen.

Lees ook: 

 Veel studenten gaan er aan prestatiedruk onderdoor, blijkt  uit een onderzoek onder  ruim drieduizend studenten aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle.

 Om het niveau op de universiteiten te handhaven is  scherpe selectie van studenten juist gewenst, stelde de Utrechtse oud-rector magnificus Bert van der Zwaan bij  zijn afscheid eerder dit jaar.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden