Studentenstad vol sterke verhalen

Al achthonderd jaar heeft Cambridge een universiteit. De wetenschap kleurde de stad: met prachtige gebouwen, historische ontdekkingen en talloze anekdotes.

Hinke Hamer

Sinds 1829 dagen ze elkaar jaarlijks uit per roeiboot: studenten van de Britse universiteitssteden Cambridge en Oxford. Weinigen weten dat Cambridge zijn functie als universiteitsstad aan studenten in Oxford te danken heeft. In het jaar 1209 vluchtte een handvol studenten uit Oxford naar Cambridge, nadat intolerantie het voor hen in Oxford onmogelijk maakte. In Cambridge stichtten zij een tweede universiteit, die dus in 2009 achthonderd jaar bestond.

Cambridge is een universiteitsstad met een lange geschiedenis en, anders dan in Nederland, een religieuze traditie die nog springlevend is. Studenten zijn lid van een ’college’, waarin onderdak en eten wordt verzorgd. Bij de meeste colleges hoort een kapel, waarin diensten worden gehouden. King’s college is, vanwege het jongenskoor, het bekendst.

Aanvankelijk werd in Cambridge enkel theologie onderwezen en later ook wiskunde. Inmiddels herbergt de universiteit ruim veertig vakgebieden, voor bijna twaalfduizend studenten. Onder hen nu ook vrouwen, maar hun aanwezigheid was lange tijd niet vanzelfsprekend, zo blijkt uit de vele anekdotes – de meeste met knipoog – die bestaan rond vrouwelijke studenten.

Het eerste vrouwencollege ontstond in 1869 in Girton, vier kilometer ten noorden van de stad. ’Voldoende in de buurt voor docenten om heen en weer te pendelen en net te ver weg voor mannelijke studenten om hetzelfde te doen.’

Kort daarna werd het tweede vrouwencollege opgericht, Newnham, eveneens flink uit de buurt. Daar mochten vrouwen voor het eerst ook het tripos-examen in wiskunde afleggen – zo genoemd omdat de examinator op een driepotig krukje zat. In 1881 waren de mannen geschokt toen bleek dat een vrouw het hoogst had gescoord op het wiskunde-examen. Wiskunde werd als te ingewikkeld voor vrouwen beschouwd.

Op Homerton college, waar veel docenten werden opgeleid, werden zowel mannen als vrouwen toegelaten – destijds vrij progressief – en waren de heren van mening dat het niet erg was als vrouwen een beetje slechter waren in wiskunde; ’er ging immers veel tijd in naaiwerk zitten’. Magdalene college was het laatste mannencollege dat ook vrouwen toeliet – pas in 1988. De mannen hingen bij die gebeurtenis de vlaggen halfstok.

Anekdotes en sterke verhalen betreffen niet alleen vrouwelijke studenten. Achthonderd jaar lang hadden studenten de tijd om hun stempel te drukken op de stad en dat maakt dat hun sporen overal zichtbaar zijn.

Trinity college bijvoorbeeld, het grootste van beide universiteitssteden in ’Oxbridge’, werd opgericht door koning Hendrik VIII, vijf weken voor zijn dood. Het leek hem mooi om als grondlegger van het grootste college te worden herinnerd en dus siert zijn standbeeld nog altijd de voorgevel van het college. Of hij als grootste der grootsten serieus wordt genomen, is maar zeer de vraag. De scepter die hij in zijn hand hoort te houden, werd aan het eind van de negentiende eeuw door studenten vervangen door een stoelpoot. Steeds als geprobeerd wordt hem zijn scepter terug te geven, houdt hij binnen de kortste keren weer een stoelpoot in de hand.

Hier studeerde ook Isaac Newton, die de zwaartekracht ontdekte nadat hij een appel van een boom zag vallen. Een stek van ’zijn’ boom staat nog altijd in de voortuin van het college.

Over koning Edward III wordt gezegd dat hij aan Pembroke college regelde dat studenten elkaar in de gaten hielden of er niet te veel gedronken werd.

Over Clare college gaat het gerucht dat de brug bij het college uit onvrede incompleet is. Uit één van de veertien stenen ballen die de brug siert, ontbreekt een hapje. Architect Thomas Grumbold kreeg in 1638 slechts drie shilling voor het ontwerpen ervan en vond dat zo weinig dat hij de brug uit frustratie incompleet afleverde.

Maar de allermooiste mythe rond de indrukwekkende universiteitsstad betreft wel de brug bij Queen’s college. In 1749 werd daar de mathematical bridge gebouwd, dat volgens de overlevering vroeger zonder spijkers en schroeven in elkaar zat. In 1905 zou men geprobeerd hebben de wiskundige brug uit elkaar te halen, om het mysterie van het complexe ontwerp te ontrafelen. Inmiddels wordt de brug wél met schroeven bij elkaar gehouden, want de slimmerds kregen de brug, toen hij eenmaal uit elkaar was gehaald, niet meer in elkaar. Van de anekdote is helaas weinig waar – het oorspronkelijke ontwerp had ook schroeven. Als een anekdote maar mooi genoeg is, overleeft hij blijkbaar de tijd.

Vers, huisgemaakt, met lokale ingrediënten en seizoensgebonden producten. En dat in de veertiende eeuwse kerk van St. Michael’s, die voor de gelegenheid, tijdens een vrij recente verbouwing, in een hedendaagse jas is gestoken. Bij The Michaelhouse Café is bovendien een kunstgalerie ingericht. Kunst, koffie, kerk en cakejes zijn zeer de moeite waard.

St. Michael’s Church, Trinity Street

Cambridge heeft een behoorlijke kerkdichtheid. Naast de kapellen bij de colleges is de ’Round church’ aan Bridge Street een bezoek waard. Maar vooral is het leuk om op zondag één van de drie diensten in St. Andrew the Great bij te wonen. De kerk organiseert zowel familiediensten als studentendiensten (de laatste een uurtje later). Preken zijn praktisch, helder en toegankelijk. De muzikale begeleiding bij de opwekkende liederen is in handen van een band, vaak met solist.

St. Andrews Street

Tegenover Trinity College, in All Saints Garden, is op zaterdag al dertig jaar lang een kunstmarktje te vinden. De markt is klein, maar wat er aan foto’s, sieraden en schilderijen verkocht wordt, is mooi. In de zomer en rond de Kerstdagen is de markt ook op vrijdag geopend.

Trinity Street

Veel leuker dan de grote boekenketens in het centrum van Cambridge is het kleine, verstopte David’s Bookstore. Fijne mensen, een authentieke, prettige sfeer en lange rijen tweedehands boeken, waaronder eerste drukken van A. A. Milne’s ’Winnie the Pooh’.

16 St. Edwards Passage

Het café bestaat al sinds 1667. Toen werd het geopend als ’Eagle and Child’. In vierhonderd jaar gebeurde er veel en sporen zijn nog volop te zien: op het plafond onder meer krabbels van piloten uit de Tweede Wereldoorlog. De natuurkundige Francis Crick kondigde hier tijdens een lunch in 1953 aan dat hij, samen met James Watson, ’the secret of life’ had ontdekt, namelijk de structuur van DNA. Een blauw bord naast de ingang van de kroeg, die nu ’The Eagle’ heet, herinnert nog aan de ontdekking van Crick en Watson, waarvoor zij later de Nobelprijs ontvingen.

8 Benet Street

Leuke Duitse eigenaren die dag in dag uit in de keuken staan om hun eigen verse soepen en zelfgebakken taarten te bereiden. Trockel, Ulmann und Freunde is een kleine, kleurrijke bedoening – an oasis of colour and warmth in a grey part of town volgens de website Localsecrets.com – waar studenten komen om te studeren en zakenlieden om te vergaderen. En te genieten van het menu.

13 Pembroke Street

De Romeinen doorwaadden de rivier Cam en bouwden een kamp op Castle Hill. Castle Hill bestaat nog steeds. Van daaruit is het uitzicht over de stad erg mooi, zeker bij zonsop- of -ondergang.

Castle Street

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden