Studentenpastoraat / Laat kerk het open speelveld van de cultuur opzoeken

Wil de kerk overleven, dan moet ze stoppen met haar traditionele God talk, denkt de Zwolse hogeschoolpastor Bert Koetsier. Hoe het wél moet kan de kerk volgens hem leren van het studentenpastoraat.

Nee, zegt Bert Koetsier, in de jaren dat hij nu studentenpastor is in Zwolle (op de hogeschool Windesheim, de ArtEZ kunstopleidingen en de katholieke pabo) zijn de studenten in wezen niet veranderd. „Ze worstelen nog steeds met typische studentenproblemen. Zelfstandig worden, keuzes moeten maken. Ze zijn bang dat wanneer ze het een kiezen, ze het andere mislopen. Onze samenleving suggereert namelijk voortdurend dat je levensgeluk volledig afhangt van je persoonlijke keuzes.”

Studenten, zegt Koetsier (57) ook, is er veel aan gelegen de relatie met hun ouders goed te houden, terwijl ze tegelijk hun eigen weg proberen te gaan – ook religieus. „Dat vinden ze moeilijk. Ze vragen zich af of ze wel een andere geloofskeuze mogen maken dan hun ouders. Dan zeg ik: zo is het in de geschiedenis juist altijd gegaan.”

Koetsier heeft de houding van de studenten ten opzichte van religie wél zien veranderen. „Die ging van verzet via onverschilligheid naar onbevangenheid.”

Gisteren nog werd hij aangeklampt door een groepje journalistiekstudenten. Ze wilden iets maken over ’christelijk’ – of de studentenpastor ze kon helpen. „Bij het woord ’christelijk’ resoneert niets bij deze studenten”, zegt Koetsier. „Niet in positieve zin, maar ook niet in negatieve zin.”

Koetsier werkt nu twintig jaar als hogeschoolpastor. Een mooi moment, vond hij, om een boekje te schrijven over het studentenpastoraat. Over het lastige parket waarin dat vaak zit; sommigen zien het studentenpastoraat als hulpverlener voor kneuzen, vanwege dat woord ’pastoraat’ (zie inzet).

Voor anderen is het studentenpastoraat ’de kerk’, waarvan je je verre houdt, want geloven ’daar doe je niet aan’. En dan zijn er nog degenen die het studentenpastoraat lang niet christelijk genoeg vinden. Bijvoorbeeld omdat de ’7 voor 1’, een dagelijkse zeven minuten durende bezinningsbijeenkomst op de Zwolse campus, niet altijd een expliciet christelijk karakter heeft.

Dat bezwaar kan Koetsier wel verklaren. In zijn boek schrijft hij: „Wat hen voor ogen staat, is een terugkeer van deze wereld naar een bepaalde gestalte van de christelijke geloofstraditie, vaak die van een gesloten reformatorisch geprofileerde wereld en het bijbehorende gedrag.” Voor Koetsier duidt dat op ’een premodern godsbeeld’ en ’premoderne opvattingen’.

Dat lijkt veel op wat Pim Fortuyn over moslims zei. „Je moet ’premodern’ zien als slechts een observatie”, zegt Koetsier. „Niet als een evaluatie. Hier op Windesheim zijn wel eens gebedsgroepjes geweest die baden of God een verkoudheid wilde verhelpen. Ik denk dat je als gelovigen dan geen serieuze gesprekspartner bent voor de school. Het studentenpastoraat is dat wél. Wij willen het hoger onderwijs veranderen, maar zijn bereid om daarvoor ook zelf te veranderen.”

Hét kenmerk van ’premodern geloven’ is volgens Koetsier een ’metafysisch godsbeeld’ – God die boven is en de wereld bestuurt. „Daarbij kunnen studenten zich he-le-maal niets voorstellen”, zegt hij. „Dat beeld is ontstaan uit Genesis. Maar we moeten ons realiseren dat het maar een bééld is, een voertuig, en niet het geloof zelf. Dat bestaat uit oerervaringen die bijna niet uit te drukken zijn: God als eeuwige onzegbare die ons denken te boven gaat.”

Het is aan het studentenpastoraat, zegt Koetsier om studenten „te helpen het afscheid te voltrekken van een metafysisch wereldbeeld.” Is dat geen verlichtingsfundamentalisme? En wat is er eigenlijk mis met zo’n premodern beeld? Koetsier: „Ik zeg niet dat je niet zo mág denken, ik zeg dat het niet hóeft. Ik constateer dat de traditionele God talk voor veel studenten problematisch is. Ze kunnen er niets mee en doen godsdienst daarom af als onzinnig.”

En dát is de makke van de kerk in de huidige tijd, volgens Koetsier. Dat ze spreekt in een taal en in beelden die afgedaan hebben. Bovendien houdt ze krampachtig vast aan een achterhaald idee van ’gemeenschap’. „De huidige mens bindt zich niet meer aan één gemeenschap. Die schept zijn eigen gemeenschap, ook spiritueel, meestal voor de duur van één project.”

Dat moet de kerk eens onder ogen zien, vindt Koetsier. „Er moet honderdtachtig graden anders gedacht worden. Je moet als kerk aanwezig zijn in de openbare ruimte, op het open speelveld van de moderne cultuur. Je moet daar zijn where the action is.”

Op de hogeschool Windesheim gebeurt dat bijvoorbeeld met de ’7 voor 1’. Die wordt gehouden in Het Heim, een half open, ronde ruimte in de centrale hal van het hoofdgebouw. De ruimte heet geen ’stiltecentrum’ want die term is volgens Koetsier ’een beetje uit’. Ook geen ’kerkzaal’, want het is een ruimte voor alle gelovigen. „Ook moslims bidden hier”, zegt Koetsier.

Om de hoek van de deur ligt een stapel bijbels. Geen koran te bekennen. „Je hebt gelijk”, zegt Koetsier. „Zo zie je maar, we moeten voortdurend nadenken bij wat we in deze ruimte doen.”

De pastor trekt een colbert aan en ontsteekt een kaars. Hij leest de aanwezigen een kort tekstje voor over ’verlangen naar het licht’, waarna een paar minuten stilte volgen. Als ze om één uur de zaal verlaten zeggen de aanwezigen ’Heb het goed’ tegen elkaar.

„Door hier elke dag te zijn, vormen we in de studentenwereld een significante aanwezigheid”, zegt Koetsier. „Lang niet iedereen weet wát het is, maar wel dát het er is. Fysiek zichtbaar zijn in zo’n school is van grote betekenis.”

En ja, zegt Koetsier, die betekenis is óók groot als er zoals vandaag vijf medewerkers en geen enkele student (’soms komen er wel eens studenten’) naar de ’7 voor 1’ komt. „Je moet je niet richten op aantallen en organisatorische zaken, maar op de ervaring. Het gaat mij aan het hart dat bij gewone gelovigen God eraan is gegaan, omdat ze niets kunnen met de beelden waarmee ze worden opgevoed. We moeten geen beelden geloven, maar ons geloof verbeelden. Niet de belijdenis geloven, maar ons geloof belijden. Want symbolen uit de traditie kunnen helpen om tot openheid te komen.”

Waar het om gaat, zegt Koetsier, is te leren geloven vóórbij de secularisatie. Ermee stoppen de terugloop in kerkgang als probleem te zien, maar de feiten aanvaarden en je daaraan aanpassen.

„De kerk blijft teveel hangen in de tijd van voor de secularisatie”, zegt hij. „Waarom gaat ze de uitdaging niet aan? Ik merk dat ik heel kerkelijke studenten moeilijk kan bereiken, terwijl degenen die van niets weten aan mijn lippen hangen. Zij worden niet gehinderd door ideeën waarmee ze opgevoed zijn. Juist zíj staan open voor de symboliek van de bijbelverhalen.”

Bert Koetsier: Studentenpastoraat. Terugkijken en vooruitzien. 127 blz, ISBN 9086590373. Verkrijgbaar via VU Uitgeverij, info@vu-uitgeverij.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden