Studenten hulpverlening kwamen nergens aan de bak

De opleiding medische hulpverlening trok veel studenten, maar geen stageplekken. Beeld Hollandse Hoogte
De opleiding medische hulpverlening trok veel studenten, maar geen stageplekken.Beeld Hollandse Hoogte

De onduidelijke status van hun opleiding bracht de studenten medische hulpverlening in een lastig parket. Stageplekken zijn er niet geregeld, en daarom staan twee hogescholen voor de rechter.

Melanie Zierse en Petra Vissers

Het begon zo mooi, met de nieuwe hbo-opleiding medische hulpverlening. Het snelle en stoere imago van zwaailichten en het stelpen van slagaderlijke bloedingen trok in 2010 meteen veel studenten. De studie is bovendien populair bij mannen en studenten met een migrantenachtergrond, groepen die niet snel kiezen voor een opleiding in de zorg.

Maar zeven jaar later zijn twee hogescholen die de opleiding aanbieden door studenten en afgestudeerden voor de rechter gedaagd omdat zij geen stageplekken konden vinden waardoor ze studievertraging opliepen. De derde, de Hogeschool Rotterdam, is nog in gesprek met het Landelijk Studenten Rechtsbureau. Dat overweegt een derde zaak, namens zo'n veertig Rotterdamse studenten.

Big-problemen

De problemen ontstonden doordat het beroep van medisch hulpverlener tot voor kort niet in het zogenoemde Big-register van beroepen stond, zegt het werkveld. Tot een maand geleden was zelfs nog onduidelijk of dat zou lukken, aldus ziekenhuizen en ambulancediensten. En waarom zouden ze studenten opleiden van wie onduidelijk is of ze aan het werk kunnen in het beroep waarvoor ze zijn opgeleid? Daarvoor is een Big-registratie immers vereist.

De Hogeschool Utrecht (HU) verloor de eerste rechtszaak. Dat kan de hogeschool meer dan een miljoen euro schadevergoeding kosten. Het laatste woord is daarover nog niet gezegd want de HU ging in hoger beroep. De tweede rechtszaak, tegen de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN), werd in september 2016 aangekondigd.

Gat in de markt

Het verhaal van de medisch hulpverleners begint ruim tien jaar geleden. "In die tijd kwam vanuit het werkveld een vraag naar medisch ondersteuners op bachelorniveau", zegt Geert van den Brink. Van den Brink is verbonden aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en stond aan de wieg van de nieuwe opleidingen.

In 2006 klopte Ambulancezorg Nederland als eerste bij de hogeschool aan met een serieuze vraag naar een nieuwe opleiding, zegt hij. Gemiddeld duurt het tot tien jaar voor een verpleegkundige op de ambulance kan werken. Wegens een vergrijzend personeelsbestand en voorspelde tekorten konden de ambulances een vierjarige opleiding goed gebruiken.

De ambulancesector was positief over de nieuwe opleiding, zegt een woordvoerder van Ambulancezorg Nederland. Verwacht werd dat de medisch hulpverleners een goede aanvulling zouden zijn op de ambulanceverpleegkundigen.

Kanttekeningen

In 2007 vroegen de HAN en de HU het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt (KBA) voor het eerst te onderzoeken of er behoefte zou zijn aan medisch hulpverleners. Die was er, luidde de conclusie in een rapport. De opleiding zou kunnen inspringen op de verwachte tekorten aan personeel in de zorg en nieuwe doelgroepen kunnen aanboren, zoals jongens en studenten met een migrantenachtergrond.

In 2009 deed het KBA een tweede onderzoek, met een vergelijkbare conclusie. "We hebben gekeken naar hoe de arbeidsmarkt er toen uitzag en concludeerden dat er op die markt plaats was voor mensen met het profiel van een medisch hulpverlener", zegt directeur Jos Frietman.

Wel plaatste het werkveld een aantal kanttekeningen: na vier jaar studie zijn de medisch hulpverleners erg jong om op een ambulance te werken, ze worden te gespecialiseerd opgeleid in vergelijking met verpleegkundigen. En: dit beroep heeft een Big-registratie nodig.

Marian Mens, destijds beleidsmedewerker bij de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, was een van die eerste critici. "Ik zat niet op deze bachelor te wachten", blikt ze terug. Wie op de spoedeisende hulp werkt, op de ambulance of in operatiekamers, zou in de basis verpleegkundige moeten zijn, zegt Mens. "Studenten medische hulpverlening zijn wel gespecialiseerd, maar missen die basis."

Bovendien is er voor dit type werk een zekere 'maturiteit' nodig, aldus Mens. Het werk op de ambulance is zwaar en stressvol. "Die heb je niet als je 22 bent en net afgestudeerd." Haar twijfels werden naar eigen zeggen weggewuifd. "De mensen die wel een nieuwe opleiding wilden, hadden een plan en geloofden daarin. Zij vonden dat ik onderschatte wat afgestudeerden van deze opleiding zouden kunnen."

"We hadden behoefte aan verpleegkundigen met een acute zorgspecialisatie", zegt ook Menoes Geraets van V&VN Ambulancezorg. "Waarom bied je dan een opleiding aan zonder verpleegkundige achtergrond?" De tekorten die tien jaar geleden werden verwacht zijn er inmiddels met vertraging gekomen. Toch waren die volgens haar 'geen legitiem argument' om een hele nieuwe opleiding te starten. Liever had ze gezien dat er meer verpleegkundigen waren opgeleid.

Doorgezet

Maar met twee positieve rapporten van de KBA op tafel, adviseerde de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) de minister van onderwijs op 27 april 2010 om de nieuwe bacheloropleiding medische hulpverlening te betalen vanuit de overheid. In september gaan de twee opleidingen van de HU en de HAN van start, met respectievelijk 113 en 45 eerstejaars. De Hogeschool Rotterdam volgt twee jaar later.

Ook voor de CDHO speelden de verwachte tekorten in de zorg een grote rol. "Met deze opleiding wordt een bijdrage geleverd aan de vergroting van de instroom van nieuw personeel in de zorg", aldus het advies aan de minister. Dat streven komt uit het actieplan 'Werken aan Zorg' uit 2007, waar bijvoorbeeld ook in staat dat meer mannen en allochtonen voor de zorg zouden moeten kiezen.

Maar in de tussentijd gebeurde er iets waar niemand rekening mee leek te houden: in 2008 sloeg de economische crisis toe in Nederland. Dit is de reden dat studenten en hogescholen nu tegenover elkaar staan in de rechtbank, zegt Van den Brink. "Door de economische crisis gingen meer parttimers in de zorg fulltime werken, omdat hun partner zijn baan verloor." Toen het kabinet daarnaast besloot de pensioenleeftijd te verhogen, sloeg het tekort aan zorgpersoneel om in een tijdelijk overschot.

Onverwacht overschot

"En wie is dan het kind van de rekening?", zegt Van den Brink. "Degene die onbekend is. Ineens was de prikkel weg om iets nieuws te proberen en om het aantal stageplaatsen uit te breiden. De stagemogelijkheden waar we over gesproken hadden, verdwenen rap."

Met het ontbreken van de Big-registratie heeft dat volgens hem niets te maken. "Dat is onzin. Een Big-registratie aanvragen voor een opleiding van start gaat, kan simpelweg niet. Je hebt eerst duidelijkheid nodig over het profiel van het nieuwe beroep."

Hij krijgt gelijk van hoogleraar gezondheidsrecht Johan Legemaate, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en het Academisch Medisch Centrum. "Het idee dat de Big-registratie voor de start van de opleiding geregeld had moeten zijn, past niet in het systeem van de wet", zegt hij. "De problemen van studenten en afgestudeerden hadden niet per definitie kunnen worden opgelost door van tevoren de Big-registratie te regelen."

Crisis of registratie?

Legemaate kan zich wel voorstellen dat de hogescholen niet goed hebben ingeschat hoe moeilijk het zou zijn om voldoende stageplekken te vinden voor studenten van de nieuwe opleiding. Er hadden wellicht betere afspraken gemaakt moeten worden met ziekenhuizen en ambulancediensten, overweegt Legemaate.

Volgens Ambulancezorg Nederland was het ontbreken van een Big-registratie namelijk wel 'een belangrijke factor' in het tekort aan stageplaatsen. "De juridische inbedding is noodzakelijk om te kunnen werken binnen de ambulancezorg", aldus de woordvoerder. De economische crisis speelde volgens de organisatie geen rol.

Ook de rechtbank Midden-Nederland oordeelde in maart 2016 anders dan Van den Brink. In de zaak die studenten hadden aangespannen tegen de Hogeschool Utrecht achtte de rechter dat 'voldoende vaststaat' dat het ontbreken van een Big-registratie een belangrijke oorzaak was voor het tekort aan stageplaatsen. Daar had de hogeschool bij de start van de opleiding rekening mee moeten houden, aldus het vonnis, want een hogeschool heeft de wettelijke plicht studenten in staat te stellen binnen vier jaar een bachelordiploma te halen. Het hoger beroep loopt nog.

Van den Brink wist bij start van de opleiding al dat de eerste afgestudeerden geen Big-registratie zouden hebben. Had hij dat niet op zijn minst duidelijker moeten maken aan de zeventienjarigen die zichzelf al op de ambulance zagen zitten?

"We hebben altijd gezegd: je kunt op de ambulance werken. Dat kan ook. Nu de Big-registratie geregeld is."

'Ik roeide tegen de stroom in'

Ramón van der Vuurst (28), trainee ambulancedienst Brabant Beeld Frank Castelein
Ramón van der Vuurst (28), trainee ambulancedienst BrabantBeeld Frank Castelein

"Over de inhoud van de bachelor ben ik heel positief. Ik heb veel geleerd van artsen en verpleegkundig specialisten uit het werkveld. De zaken rondom de bachelor hadden wel veel beter geregeld moeten worden.

Tijdens de informatiebijeenkomst van de Hogeschool Utrecht werd mij verteld dat de Big-registratie en stageplaatsen wel goed zouden komen. Dat wij zonder de Big niet alle handelingen mogen verrichten, werd niet verteld. Ik wist niet precies wat het inhield en maakte mij er niet druk om.

Bij meerdere stageplekken ben ik afgewezen. Er was geen plaats of instellingen wilden de ontwikkeling van de bachelor eerst afwachten, voordat ze mensen aannamen. Ik had het gevoel dat ik tegen de stroom inroeide.

Ambulanceverpleegkundigen, die een opleiding van zo'n tien jaar volgen, dachten dat zij door onze komst hun diploma in de prullenbak konden kiepen. Maar ik ben een medisch hulpverlener, ik doorloop een heel andere route. Ook vonden ze ons te jong, met gebrek aan ervaring, terwijl ik meerdere stages heb gelopen. Toen ik afstudeerde was ik net zo oud als een afgestudeerde arts of politieagent.

Maar mijn grootste probleem was altijd de Big-registratie. Na zes jaar studeren ben ik in februari aangenomen als trainee bij de ambulancedienst in Brabant. Als de experimenteerperiode van de Big er niet was gekomen, dan was mijn contract niet verlengd. Het is een opluchting dat de registratie eindelijk zo ver is. Ik weet niet of ik het had aangekund om nog iets anders te doen."

'Ik had geen zin meer steeds uit te moeten leggen wat ik kwam doen'

Mieke Daudey-Kemeling (27), student duale bachelor verpleegkunde UMC Utrecht Beeld Frank Castelein
Mieke Daudey-Kemeling (27), student duale bachelor verpleegkunde UMC UtrechtBeeld Frank Castelein

"De bachelor medische hulpverlening is lekker medisch, er zit actie in, en het werk is erg afwisselend. Dat trok mij wel. Ik heb gekozen voor de richting spoedeisende hulp vanwege de combinatie van het onverwachtse, maar ook het stukje diagnostiek. Dus: hier heb je een patiënt en zoek maar uit wat er aan de hand is.

Ons werd bij de start van de opleiding verteld dat er grote tekorten in de zorg zouden zijn als wij klaar waren. Ik dacht dus dat er wel perspectief op werk was. Maar na vier jaar ben ik gestopt met de studie, omdat er nergens stageplekken waren. Ik heb heel wat ziekenhuizen afgebeld, maar de meeste zeiden gelijk al nee bij het horen van de opleiding.

De Big-registratie kwam ook maar niet rond. Dus ondanks dat het een supergave en leerzame opleiding was, besloot ik te solliciteren voor de verpleegkundeopleiding. Ik had namelijk geen zin meer steeds uit te moeten leggen wat ik kwam doen. Bovendien was het toekomstperspectief niet goed. Gelukkig werd ik toegelaten tot de opleiding.

Mijn hart ligt wel nog steeds bij de spoedeisende hulp. De bachelor medische hulpverlening blijft daarom sowieso in mijn achterhoofd zitten. Maar eerst mijn huidige opleiding afmaken. Tegen die tijd zie ik wel of het praktisch en financieel haalbaar is de bachelor alsnog af te maken.

In de tussentijd ben ik getrouwd en we verwachten een kleintje, dus ik moet nog zien of er tijd overblijft."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden