Student Quint genoot van zijn bezoekjes aan de trage wereld van zijn bejaarde bovenbuurvrouw

null Beeld Martijn Gijsbertsen
Beeld Martijn Gijsbertsen

Student geschiedenis Quint Italianer (25) woont net voor het eerst op zichzelf als hij kennismaakt met zijn hoogbejaarde bovenbuurvrouw die een beetje de weg kwijt is. Als onrustige millennial geniet hij van haar kleine, trage wereld. Tot het ineens minder met haar gaat.

Het was een koele lenteavond en ik kwam net terug van een wandeling, toen ik voor mijn deur een ambulance met draaiende motor zag staan. Die moest wel voor haar zijn. Ik rende met drie treden tegelijk de trap op en klopte aan bij mevrouw Schilder. De deur zwaaide open - een ambulancebroeder keek me verstoord aan. Vanuit de slaapkamer achter hem hoorde ik gedempte stemmen komen. Ik herkende de verwarde, nerveuze stem van mevrouw Schilder: “Wie zijn jullie?”

“Wij zijn de verpleging. U bent gevallen, maar dat bent u vergeten.”

De ambulancebroeder werkte me vriendelijk de deur uit, en ik keerde terug naar mijn eigen woning. Vanuit mijn raam zag ik de ziekenwagen even later de nacht in verdwijnen.

Ik dacht terug aan mijn bezoekjes aan mevrouw Schilder: de bonbons die we achter elkaar naar binnen werkten, de liedjes die we zongen, zoals ‘Aan de Amsterdamse grachten’ en ‘Daar bij die molen’, en alle keren dat ze mijn naam vergat.

Toen wist ik nog niet dat mevrouw Schilder niet meer zou thuiskomen.

Schroevendraaier lenen

Ik weet nog steeds niet zo goed wie mevrouw Schilder is. Voor mij begint dit verhaal in de herfst van 2017. Ik was net verhuisd naar de Spaarndammerbuurt in Amsterdam-West. Voor het eerst had ik, als mid-twintiger, een plekje helemaal voor mezelf. Om mijn internet aan te sluiten moest ik een schroevendraaier lenen. Ik klopte aan bij het appartement boven het mijne. C. Schilder, las ik op het naamplaatje.

Zacht gestommel. De deur opende. Een kleine, bejaarde vrouw stond in de deuropening. Ze droeg een te ruim roze vest en een lange zwarte rok, haar glinsterende witte haren zaten door de war.

“Wie ben jij?” vroeg ze een beetje argwanend en met Amsterdamse tongval.

“Ik ben Quint, uw nieuwe onderbuurman. Ik vroeg me af of ik...” De ogen achter haar hoekige brilletje lichtten op. “Oh, kom binnen, ik heb al zo lang geen bezoek meer gehad!” riep ze enthousiast.

null Beeld Martijn Gijsbertsen
Beeld Martijn Gijsbertsen

Bakkie op de kast

Nog nooit was iemand bij een eerste ontmoeting zó blij geweest om mij te zien. Achter haar rollator schuifelde mevrouw Schilder de gang door en ik liep achter haar aan.

In de woonkamer lag wit hoogpolig tapijt, tegen de ene muur stond een vitrinekast met kopjes en schoteltjes erin, tegen de andere muur een kast met boeken van de Jehova’s Getuigen. Langzaam liet mevrouw Schilder zich zakken in een toren van witte kussentjes op een rafelige, grijze luie stoel. Zelf nam ik plaats op de bank ernaast.

“Johan was erg laat vanochtend”, begon mevrouw Schilder korzelig.

“Johan?” vroeg ik.

“Ja, hij moest m’n huur betalen, en nog iets anders met papieren. Want dat kan ik zelf niet meer, zeker niet nu m’n bril stuk is. Niet dat ik zoveel geld heb, hoor. Het ligt allemaal in dat bakkie daar op de kast, maar veel is het niet.” Ze wees naar de vitrinekast.

Verrast door zoveel openheid kon ik even geen woorden vinden.

“Ik heb nog niet geluncht”, vervolgde mevrouw Schilder na een korte pauze. Ze keek me verwachtingsvol aan.

“Ik kan misschien wel een boterhammetje voor u maken?” opperde ik aarzelend.

“Dat zou lekker zijn”, zei mevrouw Schilder tevreden. “Er staat smeerkaas in de ijskast.”

Het volgende moment speurde ik naar een kuipje smeerkaas in de koelkast.

“Wat doe je daar in de keuken? Ben je koffie aan het zetten?” riep mevrouw Schilder me toe vanuit de woonkamer.

“Nee, het boterhammetje smeerkaas, weet u nog?” riep ik terug.

Terug in de woonkamer ging ik weer op de bank zitten en overhandigde haar de boterham.

“Johan was te laat vanochtend”, begon ze weer.

“Ja, dat vertelde u...”

“…hij moest m’n huur betalen, en nog iets anders met papieren. Ik kan het zelf allemaal niet zo goed meer zien. M’n bril is ook stuk, zie je. Niet dat ik zoveel geld heb, hoor. Het ligt in dat bakkie daar, maar…”

“Veel is het niet?” zei ik.

“Inderdaad! Veel is het niet”, grinnikte mevrouw Schilder.

Leven in slow-motion

Na nog driemaal dezelfde anekdote over Johan nam ik afscheid. Deze absurdistische ontmoeting maakte dat ik gefascineerd raakte door mijn nieuwe buurvrouw met haar kortetermijngeheugen van hooguit tien minuten. Wie was deze eigenzinnige, dementerende dame? En wie was ze geweest?

Vanaf die ochtend ging ik af en toe bij haar langs. Ze klaagde er vaak over hoe eenzaam ze was, dus ze kon de bezoekjes waarderen. Soms ontmoette ik in haar woonkamer de andere mensen die zo af en toe in het leven van mevrouw Schilder opdoken: haar broer en schoonzus, iemand van de Jehova’s, de mensen van de thuiszorg. Verder had ze met niemand contact. Behalve met Johan dan.

Zelf genoot ik ook van de bezoekjes. In mijn eigen wereld moest alles snel. Studies, stages. Presteren. Kansen grijpen. Ik kon het leven amper bijhouden. In de woonkamer van mevrouw Schilder ging alles in slow-motion. Het kopje thee dat mevrouw Schilder met trillende hand naar haar mond bewoog. Het trage opstaan uit haar stoel. De slakkegang met haar rollator. Dit alles bijwonen was het perfecte tegengif tegen mijn eigen rusteloze leven.

Bovendien had ik, als millennial die alles wilde in het leven en over het algemeen vooral aan zichzelf en zijn eigen toekomst dacht, eindelijk iemand anders dan mezelf om me een beetje om te bekommeren. Dat gaf een nieuw soort rust.

null Beeld Martijn Gijsbertsen
Beeld Martijn Gijsbertsen

Chronisch gebrek aan prikkels

De wereld van mevrouw Schilder was heel klein: vanwege het valgevaar mocht ze van de dokter de trap niet meer af, dus kon ze haar appartement niet meer uit. Ze sleet haar dagen vooral starend naar haar mooie servieskast vanuit haar luie stoel, in gedachten verzonken. Haar woonkamer stond vol met objecten die ze niet meer herkende of begreep, zoals de televisie. Die durfde ze niet meer zelf aan te zetten. Dus dat deed ik voor haar. De programma’s ‘Kikker en vriendjes’, ‘Pim en Pom’ en ‘Wickie de Viking’ spraken mevrouw Schilder het meeste aan.

Haar leven op de vierkante meter, met een chronisch gebrek aan prikkels, had ervoor gezorgd dat kleine dingen voor haar spectaculair konden zijn. De kleuren van een appeltje, de geuren van de bloemen op haar bijzettafeltje. “Wat een verrukkelijk spul, wat is dit?” riep ze uit bij een glaasje appelsap. Ze inspireerde me om de kleine dingen in mijn eigen leven, dat juist chronisch overprikkeld was, voortaan op háár manier, met haar zintuigen, waar te nemen. Ook ik zag ineens de schoonheid van een stukje fruit en proefde mijn biertje met iets meer geduld.

Ik las haar voor uit de Margriet en soms zongen we liedjes. Ze hield van ‘Aan de Amsterdamse grachten’. Dan zag ik haar driftig de afgelegen hoekjes van haar geheugen afspeuren op zoek naar de tekst. Voldaan was ze als ze op een paar woorden kon komen.

Zo ontwikkelden we langzamerhand een band - of iets wat daarop leek. Na drie maanden herkende ze me voor het eerst als ‘de buurman’. Ze zag het aan ‘die krulletjes’ van mij. Het voelde als een mijlpaal in onze burenrelatie, hoewel ik nog altijd praktisch niks wist over mevrouw Schilder. Ik raakte gehecht aan haar, maar dat was de dementerende versie van mevrouw Schilder, die hield van kleuterprogramma’s. Wat was er over van de vroegere mevrouw Schilder? Hoe was ze zo geïsoleerd geraakt? Ik was nieuwsgierig, maar het bleef giswerk. Zelf wist ze immers ook niet zoveel meer.

Verhalen met gaten

In de derde klas van de middelbare school gaf mijn leraar Nederlands ons zijn definitie van literatuur: verhalen met ‘gaten’. Gaten waar de lezer zelf invulling aan kon geven. Als dit een goede definitie van literatuur was, dan was mevrouw Schilders leven literatuur. Haar leven zat vol met gaten, voor ons allebei.

Ze wist nog dat ze Jehova’s Getuige was. Ze bad af en toe. Elke zondagmiddag belde ze in op de wekelijkse vergadering van de Amsterdamse Jehova’s. Voor wie ze zelfs in de oorlog, als twaalfjarig meisje, nog langs de deuren was gegaan om hun boodschap te verkondigen. Zulke flarden van herinneringen kwamen af en toe langs. Haar vaders groentetuintje. De fiets die hij voor haar in elkaar zette, met onderdelen van het Waterlooplein.

Andere dingen waren een groot raadsel voor haarzelf. Ze wist dat ze een dochter had, maar niet waarom ze geen contact meer met haar had. “Heb ik soms iets verkeerds gezegd?” vroeg ze me, soms vier keer per uur.

Er was een man geweest. Maar dat verhaal wilde ze niet vertellen.

Ze wist niet meer wat voor werk ze had gedaan, of wat ze de rest van haar leven had uitgespookt.

Alarmknop

Op een dag belde ik aan en mevrouw Schilder zei: “Ze willen me in het verpleeghuis hebben.” De hopeloosheid klonk door in haar stem. “Wat moet ik in een verpleeghuis?” riep ze boos. “Dan moet ik naar een klein kamertje en daar past mijn mooie servieskast niet in!”

Maar haar omgeving had gelijk. Het ging bergafwaarts met mevrouw Schilder. Ik zag het ook. Soms raakte ze de weg kwijt in haar eigen appartement. Ze deed haar deur niet meer op slot. Er werd ingebroken. Haar bakkie met geld werd leeggeroofd.

Op een dag viel ze in de gang, dat vertelde ze me later. Ze kon niet meer overeind komen. Schreeuwde de longen uit haar lijf. Hoe lang ze daar gelegen had, wist ze niet. Een uur? Twee uur? Totdat een buurman in het trappenhuis haar gegil hoorde en haar te hulp schoot. Ze had een ketting met alarmknop om haar nek hangen, maar dat was ze vergeten.

Het noodlot sloeg opnieuw toe. Mevrouw Schilder viel nog een keer. Deze keer kwam er een ambulance die haar meenam naar het ziekenhuis. Een paar weken hoorde ik niks.

Boterhammetje smeerkaas

Drie weken na de val kreeg ik een sms’je van de schoonzus van mevrouw Schilder, waarin ze schreef dat ze mijn buurvrouw hadden laten verhuizen naar een kleinschalig verpleeghuis aan de andere kant van de stad. Ze moest erg wennen. ‘Haar oude woning is bij haar min of meer uit beeld’, schreef de zus. ‘Ze straalt wel als ik het heb over de jongen met de krulletjes. Ze weet dan dat je met haar televisie keek en dat ze je al enige tijd niet meer heeft gezien. Ik moet haar er dan aan herinneren dat zij nu ergens anders woont.’

Nu had ik niemand meer om een boterhammetje met smeerkaas voor te maken. Misschien moest ik maar op zoek gaan naar ander vrijwilligerswerk. Maar zo’n intense combinatie van hilariteit en drama als met mevrouw Schilder zou het waarschijnlijk niet meer worden.

Volgende week ga ik haar opzoeken in het verpleeghuis. Ik ben benieuwd of ze me nog herkent. Waarschijnlijk niet, maar dat heeft tussen ons nooit zoveel uitgemaakt.

De naam van mevrouw Schilder is om privacyredenen gefingeerd, maar bij de redactie bekend.

Utrechts experiment

In Utrecht wonen hoogbejaarden zelfs náást jongeren. Zorgcentrum Tuindorp-Oost liep langzaam leeg doordat er geen nieuwe mensen meer aangenomen mochten worden, dus werd er woonruimte verhuurd aan jongeren. Een initiatief dat uit nood was geboren, maar de ouderen én de jongeren bleken het geweldig te vinden. Helaas komt aan het experiment een eind. Projectontwikkelaar Zenzo gaat het gebouw begin 2019 slopen om er seniorennieuwbouw voor in de plaats te zetten. Alle bewoners moeten er ineens voor eind dit jaar uit zijn. Student Wouter Smink (26), die er twee jaar met plezier woonde en met anderen de ‘Actiegroep tegen onverschilligheid’ oprichtte, vindt het erg jammer omdat hij er prettig woonde en aan sommigen, zoals de 100-jarige Maria Piël, echt gehecht is geraakt. “Het is zo bijzonder om naast mensen te wonen die heel anders in het leven staan.” Piël: “Dat jullie koffie komen drinken en voor mij de boodschappen halen in de supermarkt die in de aanbieding zijn, dat is zo prettig.”

Reacties

Bezoekt u ook weleens iemand met een heel ander tempo dan uzelf? Of krijgt u dergelijk bezoek? Uw reacties lezen we graag, in 120 woorden, via tijdpost@trouw.nl.

Lees ook:

Eenzame ouderen zijn niet geholpen met alleen een kopje koffie en een bloemetje

Ouderen krijgen 26 miljoen extra uit Den Haag voor hulplijnen, meldpunten en jaarlijkse huisbezoeken om eenzaamheid te bestrijden. Is dit de juiste methode? Trouw vraagt het Theo van Tilburg, hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit.

Studenten lopen de deur plat bij mevrouw Van Huis (98)

De 98-jarige mevrouw Van Huis gaat graag naar het strand en praat het liefst over katten. De afgelopen tien jaar had zij niemand om dit mee te delen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden