Struinen door het Groningse land van de familie Keuning

De Willem de Mérodelaan ligt aan de buitenkant van Spijk. Witte schimmel tiert er welig - keurige nieuwbouw die evengoed in Lievelde of Langerak zou kunnen liggen.

Dat de dichter, onderwijzerszoon uit Spijk, hier met een eigen straat geëerd wordt, is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Niet vanwege De Mérodes uitglijder als onderwijzer van het naburige Uithuizermeeden, maar vooral vanwege zijn broer.

De naam Keuning (de echte naam van de dichter) is jarenlang besmet geweest in Spijk. Dat kwam door 'Kinderen in verstand en in boosheid', een verhalenbundel van Pieter Keuning uit 1917. Keuning (van uitgever Bosch en Keuning) beschrijft daarin het fictieve Oldencate, waarin de inwoners van Spijk echter moeiteloos hun dorp én zichzelf herkenden.

'Kinderen in verstand en in boosheid' gaf een scherp beeld van de sociale wantoestanden die rond de eeuwwisseling heersten op het Groningse platteland. Vooral de rijke gereformeerde boeren werden genadeloos te kijk gezet. De verhalen - met veel dialogen in Gronings dialect - laten zich nog altijd lezen als een aanklacht. Ook werpen ze een schril licht op de onbarmhartigheid van gereformeerden-onder-elkaar. De gereformeerde knecht die het waagt zich verkiesbaar te stellen voor de gemeenteraad wordt door zijn gereformeerde baas ontslagen. Diakenen - boeren - dwingen een oude man die van de diakonie trekt om zijn huisje te verkopen.

Keuning kon de dorpsbewoners zo trefzeker typeren omdat hij in Spijk opgroeide. Zijn vader Jan was er van 1885 tot 1902 onderwijzer op de christelijke school. Jan Keuning stond bij de boeren bekend als de 'rooie meester'. Als man van de antirevolutionaire partij trok hij zich het lot aan van de gereformeerde arbeiders. Wekelijks schreef hij het blad 'De Keuvelaar' vol, waarin hij kerkelijke en politieke zaken uitlegde voor de gewone man. Zo maakte hij de arbeider mondig, tot razernij van de oppermachtige boeren.

Pieter erfde het rechtvaardigheidsgevoel van zijn vader. Bovendien moet hij een scherp waarnemingsvermogen hebben gehad, om vijftien jaar na het vertrek uit Spijk bestaande figuren nog zo levensecht te kunnen tekenen, dat ze vuur spuwden toen ze zich herkenden.

Al voelde Spijk zich terecht aangesproken, voor Oldencate had ieder dorp op het Groninger Hogeland model kunnen staan. Feodale verhoudingen waren overal en ook voor het overige verschilde de ene dorpssamenleving maar weinig van de andere. Men hielp elkaar en men hield elkaar in de gaten.

Nog altijd blijft een vreemdeling op het Hogeland niet onopgemerkt. De een na de ander groet met een vriendelijk 'hoi'. Het is even wennen, maar binnen de kortste keren doe je het zelf net zo hard. Wat een idylle. Hier moet het veilig zijn. Onbeheerd staat een geldkistje in de kraam met bloemkool en broccoli. Wie wat wil gooit zijn guldens maar in de gleuf. Wie de keerzijde van het dorpsleven niet kent, zou dit leven gauw idealiseren.

Ook in de plattegronden van de Noord-Groningse wierdedorpen is weinig veranderd. De beschrijving die Pieter Keuning anno 1917 gaf geldt nog onverkort: De Hervormde kerk was het middelpunt van Oldencate. Die kerk was gebouwd op een soort van eilandje, door een breede gracht omgeven, en de hooge boomen, waarmee het godshuis omringd was, wierpen hun schaduw over de gracht heen, in de dorpsstraat die weer kringsgewijs de gracht omsloot. Van die dorpsstraat liepen verschillende wegen naar alle richtingen.

Als spaken in een wiel lopen de steegjes van de dorpsstraat ('t Loug) naar de Achteromweg. Ook Godlinze, even verderop langs de route, heeft zo'n cirkelvormige structuur. Hier wordt de hervormde kerk uit de twaalfde eeuw bewaakt door ganzen. Hun agressieve reputatie indachtig wagen we ons maar niet over de kerkgracht.

Elk van de dorpen op de route, sommige niet meer dan gehuchten, heeft zo'n prachtige middeleeuwse kerk. Al worden ze vaak niet meer voor erediensten gebruikt, onder het wijde Groningse zwerk blijven ze dienen als baken. De wandelaar weet waar hij naar toe moet. Tussen de dorpen in passeren we de 'maren', de stroompjes die herinneren aan het kwelderlandschap dat hier vroeger was. Verspreid door het land liggen de boerderijen nog als bolwerken, maar arbeiders zijn er niet meer. Machines hebben het werk overgenomen. Dorpelingen werken elders.

Toen hij in de jaren na de oorlog eens door het Groningse land toerde, durfde Pieter Keuning in Spijk niet uit de auto te komen uit angst voor boze inwoners. Inmiddels heeft de tijd zijn helende werk gedaan. In de jaren zeventig was er in Spijk een tentoonstelling over De Mérode, waarbij ook vader Jan en broer Pieter ruime aandacht kregen. De Willem de Mérodelaan is een keurige straat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden