Stripverhaal heeft weinig status

Hij is een liefhebber, geen fanaat, zegt Toon Dohmen met nadruk. Over lezers van stripverhalen wordt te vaak neerbuigend gedaan, vindt hij. En dat moet veranderen. Dohmen is zeven jaar geleden gaan schrijven voor ZozoLala. Daarvoor was hij gewoon lezer van het stripinformatieblad. Nu behoort hij tot de kern van zeven redactieleden die het blad tweemaandelijks in elkaar zetten.

Zeventien jaar geleden begonnen als een bundeltje A4-stencils was ZozoLala in eerste instantie een gratis stripblad van speciaalzaak De Noorman in Nijmegen. Studenten zaten tus-sen de colleges door en in de nachtelijke uren op typemachines het blad vol te schrijven. Bij elke tikfout moest de tipp-ex redding brengen. Volgens de overlevering was oprichter Peter Kuipers bij het maken van het eerste nummer zo kritisch op zijn schepping dat hij het met gevoel voor zelfspot ZozoLala noemde.

Sommige klanten van De Noorman die de A4'tjes thuis lazen gingen er ook voor schrijven. ZozoLala bevatte niet langer alleen aankondigingen van te verschijnen strips, ook kwamen er interviews met stripteke-naars en beschouwende artikelen over bijvoorbeeld het gebruik van kleur in strips en de veranderde rol van superhelden. En zo werd ZozoLala een heus informatieblad.

“Die mensen moeten een ongekend enthousiasme hebben gehad”, zegt Toon Dohmen, anderhalf geleden afgestudeerd in de communicatiewetenschappen. “Elke twee maanden weer een blad volschrijven en knippen en plakken. Toen hadden studenten ook meer tijd natuurlijk, omdat de studiedruk nog niet zo hoog was als nu en er meer animo voor vrijwilligerswerk was.” Dat romantische beeld van studenten die in de Nijmeegse alternatieve societeit Diogenes onder het genot van een jointje het blad maakten, is verdwenen. De zeven redactieleden die het blad nu dragen, wonen verspreid door heel Nederland en hebben de typemachine ingeruild voor computers en printers.

Doordat medewerkers na een aantal jaren afhaakten en weinig nieuwelingen zich aanmeldden, heeft het er niet altijd naar uitgezien dat de redactie van ZozoLala het honderdste nummer zou halen. Van een terugloop in lezerstal heeft het blad nooit last gehad - in een stabiele oplage van zevenduizend ligt het gratis in zo'n zestig stripspeciaalzaken in Nederland - , maar verversing van de redactie was altijd al het grootste probleem.

Dohmen: “Sommigen haken af omdat ze minder tijd hebben gekregen, bijvoorbeeld omdat ze betaald werk gingen doen of kinderen kregen. Er zijn ook medewerkers die afhaken omdat ze de stripcultuur niet meer boeiend vonden. Te veel Suskes en Wiskes en te veel Roodbaarden. Er verschijnen gewoon steeds minder Nederlandstalige strips die de moeite waard zijn. Eigenlijk is het daardoor ondankbaar om over strips te schrijven, want je schrijft steeds over hoe moeilijk het is voor de interessante boeken om te worden gelezen.”

“Elke ZozoLala kan daarom de laatste zijn”, zegt Dohmen. “Dat is altijd zo geweest. Het zou doodzonde zijn als ZozoLala inderdaad stopt, want het behoort tot de belangrijkste informatiebronnen over strips. We zijn dus afhankelijk van het enthousiasme van de vrijwilligers. Aan de andere kant is die verschrikkelijk wankele basis ook een drijfveer om er telkens iets moois van te maken.”

Het honderdste nummer van ZozoLala is dan ook een felicitatie waard, als je ziet hoeveel soortgelijke bladen het loodje hebben moeten leggen. Stripprofiel, Wordt vervolgd, De toestand en laatst nog Verdomd goed tijdschrift hebben het niet gered. Alleen Stripschrift, het blad van de officiele vereniging van stripliefhebbers, bestaat langer dan ZozoLala. Het jubileumnummer wordt gepresenteerd in een ideale omgeving, de Haarlemse Stripdagen (5, 6 en 7 juni). Maar daar moest de redactie wel een trucje voor verzinnen, want het april/mei-nummer was toch echt nummer 98. Daarom verschijnen er volgende week twee nummers tegelijk.

In de bibliotheken en boekhandels is nauwelijks literatuur over strips te vinden. Het laatste geschiedenisboek over strips is 'Wordt vervolgd - stripleksikon der lage landen', samengesteld door Kees en Evelien Kousemaker. Het dateert van 1979. “Dat is inderdaad veelzeggend”, vindt Dohmen. “Mensen lijken wel huiverig om serieus over strips te schrijven. Strips worden nog altijd gezien als een laag cultuurgoed. Ze hebben weinig status.”

Schoolvoorbeeld daarvan is de minister van onderwijs die in de jaren vijftig het lezen van stripboeken wilde ontmoedigen. Hij postte een brief aan alle basisscholen om leraren te wijzen op de schadelijke gevolgen voor het leesvermogen van kinderen. Dohmen: “Het is natuurlijk heel erg verwonderlijk dat een minister zich het recht aanmatigt voor te schrijven wat mensen mogen lezen en wat niet. De jeugd moest beschermd worden tegen strips. Het moest zeker niet worden gestimuleerd.”

Dohmen maakt een vergelijking met de film- en popmuziekcultuur, waarvoor tientallen jaren geleden ook al werd gewaarschuwd. Inmiddels zijn er tal van subsidiefondsen die films en popmuziek stimuleren. “Dat is de diversiteit van die culturen ten goede gekomen. In de strips moet ook een veel grotere diversiteit komen. Dat zou het meteen ook gemakkelijker maken over strips te schrijven. Nu is er in de stripcultuur geen sprake van discussies over de geschiedenis of betekenis ervan, terwijl dat inmiddels wel het geval is bij films en popmuziek.”

“Als je de stripcultuur alleen aan uitgevers zou overlaten zijn we nog slechter af”, vervolgt Dohmen, die voor Boekblad over stripuitgevers schrijft. “Uitgevers denken commercieel, dus zullen ze minder snel risico's nemen. Dat is heel erg jammer. Je ziet dat er heel veel van hetzelfde verschijnt. Veel fantasy, veel thriller, pulp heeft ook z'n waarde, voorziet in een behoefte, maar de stripcultuur zou zo veel boeiender zijn als er meer ruimte was voor experimenten.”

Maar hoe de strips zich de laatste tijd ook hebben ontwikkeld tot een beginnende monocultuur, de bezoeker van een stripwinkel raakt overweldigd door de vele titels, meent Dohmen. “Je moet je voorstellen dat je een boekhandel binnenloopt waar 'Jip en Janneke' naast een kookboek ligt, naast 'Oorlog en vrede', naast een fotoboek over Bosniâ. Het vereist dan kennis om daar wegwijs te worden en de mooie boeken eruit te halen.”

“Als je zegt dat je strips leest, word je meteen een fanaat genoemd. Daar zit iets neerbuigends in. Iemand die veel literatuur leest, noem je toch ook geen literatuurfanaat? Een fanaticus is niet kritisch, maar een onvoorwaardelijke liefhebber. Zo ben ik niet. Ik wil gewoon goede strips lezen.”

Dohmen is dan ook geen 'fanaat' die grof geld betaalt voor een origineel werk van een striptekenaar. Sommigen betalen duizenden guldens voor een originele tekening, die in enkele gevallen vals blijkt. “Op originele tekeningen zie je nog vaak de correcties met lagen tipp-ex. Die wil ik helemaal niet zien. Ik vind juist de kracht van strips dat het reproducties zijn. Daarvoor zijn ze bedoeld. Niet om er eentje van als een origineel te zien.”

De expositie van ZozoLala, die tijdens de Haarlemse Stripdagen op 6 en 7 juni in Galerie Burgwal is te zien, wil dat spanningsveld tussen 'originele kunst en massaal verspreide reproducties' laten zien. Jonge stripmakers uit Nederland en Vlaanderen, onder wie Jeroen de Leijer, Maaike Hartjes en Gnoe, tonen hun werk, waarbij een originele tekening is te zien, vergezeld van een korte strip waarvan de tekening een onderdeel is. Het is in de woorden van Dohmen 'een bescheiden vorm van kritiek op de gangbare exposities waar je alleen maar origineel werk ziet'.

Strips zijn daarom volgens Dohmen niet te vergelijken met andere vormen van beeldcultuur, zoals schilderijen. “Voor een origineel schilderij moet je naar het museum, waar je overigens weer wordt afgeleid doordat er zo belachelijk veel schilderijen hangen. Een strip kun je thuis rustig en geconcentreerd bekijken. Dat is voor mij een bijzondere, esthetische ervaring. Ik weet zeker dat de goede strips voor veel meer mensen interessant zijn dan voor de twee-, drieduizend mensen die ze nu lezen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden