Strip lijkt op film: een rij plaatjes die een verhaal vertellen. Toch is een strip verfilmen een riskante onderneming.

Iedereen onder de vijftig heeft wel een favoriete stripheld. Stripfiguren laten zich keer op keer uit de kast halen en bewonderen tijdens hun alledaagse (Guust Flater) of exotische (Kuifje) avonturen. Stripfiguren komen dagelijks even langs in de krant (Zusje) of gaan in boekvorm met je mee op vakantie of naar bed. Hun schijnbare vluchtigheid geeft ze de mogelijkheid goede (virtuele) bekenden van je te worden. Sommige stripfiguren zijn zo'n onmisbaar onderdeel geworden van onze populaire cultuur dat hun ook optredens buiten de pagina's worden gegund. Zo kun je met een gerust hart Kuifje inzetten voor een tentoonstelling over de Inca's. Charlie Brown en zijn vriendjes werden geëerd met een Broadwaymusical en bij de Hema zijn kinderpyjama's met Asterix en Obelix krijgen.

Vooral het filmdoek is een geliefde plek voor een tweede leven van stripfiguren. Niet alleen in animatiefilms. Strippersonages als Batman, Hulk, Dennis the Menace, Spider-Man, Superman, Asterix en Obelix en Dick Tracy kregen in de loop der jaren een menselijke, driedimensionale variant in de bioscoop. Suske en Wiske kwamen er onlangs bij met 'De Duistere Diamant'. De meest recente toevoeging is Michel Vaillant, 's werelds beroemdste getekende autocoureur.

Film en strip hebben in de basis veel met elkaar gemeen. Neem een strook celluloid en je ziet een serie plaatjes die door de samenhang met eerder en later bekeken beelden een betekenis krijgen. Hetzelfde principe geldt voor een strip. Het verschil is dat bij film de beeldjes elkaar opvolgen op een en dezelfde plek (het filmscherm), terwijl het bij een strip gaat om de fysieke ordening van de beeldenstroom. Film is tijd, strip is ruimte.

Dat het toch heel verschillende kunstvormen zijn met een eigen beeldtaal blijkt vooral wanneer een verfilming de plank pijnlijk mis slaat. Neem 'Astérix et Obélix contre César' van een paar jaar geleden. Wie aan de befaamde stripverhalen van R.Goscinny en A.Uderzo denkt, ziet de drie hoofdfiguren meteen voor zich: Asterix, klein van stuk, de immens dikke ('Wie is hier dik?') Obelix en het miniscule hondje Idefix, altijd ergens in een uithoek van de tekening te vinden. De vrijheid die tekenaar Uderzo heeft benut door niet-realistische overdrijvingen te creëren, vormt de humoristische ruggegraat van de stripserie. Idioot grote voeten, fikse neuzen en dikke hangsnorren. En natuurlijk het vermogen van onze helden om met een paar vuistslagen het Romeinse leger van de Franse landkaart te vagen. Die overdrijvingen laten zich maar lastig vertalen naar de realiteit. Door Gérard Depardieu in een gekke broek te hijsen en oranje vlechten te geven kom je er niet. Een dappere onderneming kun je deze verfilming (en de latere Mission Cléopâtre') wel noemen, maar leuk is anders.

Sommige strips lijken zich bij voorbaat te lenen voor verfilming. Neem bijvoorbeeld de stripverhalen van uitgever Marvel, het geboortehuis van figuren als Hulk en Spider-Man. In die strips worden de witte afscheidingen tussen de tekeningen dikwijls genegeerd door de figuren, die met hun grootse bewegingen gewoonweg uit de plaatjes barsten. Armen en benen vliegen over de omlijsting heen. Het effect is een beweeglijkheid en dynamiek die dichter tegen film aan zit dan de keurig afgebakende plaatjes van Suske en Wiske. De fysieke onbegrensdheid van deze superwezens laat zich dankzij de technische middelen die film ter beschikking staan, goed verbeelden. Hulk bijvoorbeeld, die in 1962 voor het eerst verscheen, was in de stripwereld dik tweeënhalve meter hoog. In de televisieserie uit de jaren zeventig was hij kleiner: de groen geschminkte bodybuilder die hem speelde was nu eenmaal niet langer dan 1 meter 96. Maar in de film, afgelopen zomer in de bioscopen te zien, wist de groene held met behulp van hedendaagse computertechnieken uit te groeien tot vijf meter! Een sprong over de Grand Canyon? Met een aanloopje geen enkel probleem.

Maar strips noch films gaan om techniek. 'Batman' (1989), 'Spider-Man' (2002) en 'Hulk' (2003) zijn geslaagde verfilmingen omdat ze durven raken aan de kern van de stripverhalen. Geen trucjes, maar thema's. De duisternis van Batmans universum, de tragische eenzaamheid van Spider-Man, de paranoia van Hulk. Sfeer, toon en essentie zijn van groot belang bij het waardig bewerken van een strip. Op 'Suske en Wiske: De Duistere Diamant' valt veel af te dingen (Tante Sidonia een travestiet?!), maar in z'n surrealistische avontuurszin en flauwe slapstick-achtige humor schurkt de film aardig tegen het gedachtengoed van Willy Vandersteen aan. Of dat een leuke film oplevert kun je het best aan achtjarigen vragen, vermoedelijk de meest trouwe lezers van de strips.

Een van de meest succesvolle, geprezen recente stripverfilmingen is 'Ghost World'. In de gelijknamige strip van de Amerikaanse Daniel Clowes volgen we in sober getekende, monochrome beelden het getob van twee meisjes die na hun eindexamen niet weten waar het leven heen moet. Hun landerigheid en jeugdig sarcasme bleken prima geschikt voor een eigenwijze film over opgroeien. 'Ghost World' was zozeer uit het leven gegrepen dat veel mensen misschien niet eens beseften dat ze naar een stripverfilming zaten te kijken.

Een strip die ook dicht op de werkelijkheid zit is Michel Vaillant. Eigenlijk is het opmerkelijk dat de strip, in 1957 voor het eerst verschenen, zolang op een verfilming heeft moeten wachten. Niet alleen omdat het makkelijk voor te stellen is dat acteurs de plaats innemen van Jean Gratons realistische tekeningen van frisgekapte jongemannen met hoekige kaaklijnen. Maar ook omdat Graton vanaf het begin een filmisch basisprincipe gebruikte dat lezers van hedendaagse strips niet eens meer zal opvallen: de afwisseling van close-ups, medium beelden en totalen (Suske, Wiske en Asterix daarentegen zijn meestal van top tot teen in beeld).

Inmiddels is de oerdegelijke Vaillant ingehaald door de hippe jongens en meisjes van de visueel wervelender race-film 'The Fast and the Furious' en het vervolg daarop. Maar 'Michel Vaillant' slaagt er opmerkelijk goed in te doen wat de strip al deed: bezetenheid voor autoracen uitdragen. De passie voor de sport die Graton in zijn verhalen verwerkte is vertaald in dweperige camerabewegingen over het racetraject en langs de flonkerende wagens. Of in een zen-achtige scène waarin Vaillant uitlegt hoe een rij bomen langs het parcours de temperatuur van het wegdek en dus zijn rijstijl beïnvloedt.

Of een geslaagde stripverfilming ook een leuke film is, hangt ervan af of je de strip kunt waarderen. Wat dat betreft heeft Michel Vaillant een zwakte: de strips zijn knap saai. Maar het minste wat je van een stripverfilming mag verwachten is dat de smeulende liefde voor een stripheld weer flink wordt aangewakkerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden