Strijder voor een toegankelijk landschap

interview | Met het tijdschrift 'Op Lemen Voeten' en zijn niet aflatende lobbywerk zette Jan Erik Burger het wandelen in Nederland op de kaart. Letterlijk - hij stond aan de wieg van talloze wandelroutes - en figuurlijk. 'Iedereen wandelt.'

Als het even kan, trekt Jan Erik Burger (64) eropuit. Te voet natuurlijk, want er is geen betere manier om het landschap te leren kennen dan wandelend. "Het is ons natuurlijke tempo, we zijn er genetisch op ingesteld. Lopend neem je alles oneindig veel beter in je op dan op welke andere manier van voortbewegen ook."

Dus zal hij, zo lang het lichaam het toelaat, wandelen in binnen- en buitenland. Afgelopen zomer nog liep hij, vergezeld van zijn 14-jarige zoon, een stuk van de Camino, de oeroude pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. "Fascinerend hoe vanuit heel Europa een fijnmazig netwerk van wandelpaden loopt naar die eeuwenoude bedevaartsplaatsen."

Wandelen deed Burger als klein jongetje al, met zijn moeder. "Die wandelingen stelden niet zoveel voor, er waren ook amper wandelpaden. We liepen langs de kant van de weg, terwijl het verkeer langs ons heen raasde. Tijdens een wandeling op de Amsterdamse Spaarndammerdijk is mijn broertje van 7 voor onze ogen doodgereden. Ik was 12, een traumatische ervaring. Daardoor ben ik heel lang bang gebleven voor achteropkomend verkeer."

Linkse jongen

Burger was, in de jaren zeventig, als student geschiedenis in Amsterdam een linkse jongen, maar geen revolutionair. Het waren de hoogtijdagen van de auto, maar Burger trok er samen met zijn medestudent Steven van Schuppen te voet op uit, de paden op, de lanen in. "Het ging ons niet zozeer om het wandelen, we waren als geschiedenisstudenten vooral geïnteresseerd in de cultuurhistorische geschiedenis van het landschap."

De twee kwamen er snel achter dat het Nederlandse landschap vrijwel ontoegankelijk was voor wandelaars, vooral als gevolg van de ruilverkaveling. Al vanaf de jaren dertig was Nederland op de schop genomen. Kavels herverdeeld, oeroude karrensporen en kerkepaden geslecht, wegen en stroompjes rechtgetrokken. En overal stonden hekken.

Burger: "Minstens 10.000 kilometer aan wandelpaden was verdwenen zonder dat er ooit een haan naar had gekraaid. Het landschap was een door ingenieurs ontworpen agrarisch industrieterrein geworden, volledig geënt op productie, gericht op de auto. Dat het ook anders kon, beseften we pas toen we in Duitsland en Frankrijk gingen wandelen. Daar waren nog wel talloze wandelpaden en stonden niet overal hekken en verbodsborden. Dat was voor ons echt een eyeopener."

Verdwenen

In Nederland was het wandelen na de oorlog vrijwel van de kaart verdwenen. De wandeltraditie die voor dominee Craandijk en vanaf het begin van de twintigste eeuw door de ANWB was gevestigd - en waarin de ontdekking van het landschap en het genieten in de vrije natuur centraal stond - bestond alleen nog in de herinnering. Wandelen werd beoefend in groepsverband, als prestatiesport.

"De toenmalige bestuurders uit de wandelsportwereld vonden het juist mooi, die brede, geasfalteerde wegen, die rechtgetrokken dijken. 'Wat hebben jullie daar toch tegen? Nu kunnen onze wandelaars juist stevig doorstappen', zei zo'n bestuurder een keer tegen mij. Dat was de sfeer rond het wandelen."

De twee studenten omringden zich met een groepje geestverwanten en gaven in 1982 een wandelgids uit - de 'Voetwijzer voor Nederland, met twaalf dagwandelingen, op zoek naar de geschiedenis van het landschap' - waarin de term 'langeafstandswandelen' werd gemunt. En ze zetten het tijdschrift Op Lemen Voeten op, waarvan Burger dik 35 jaar hoofdredacteur was (zie kader), en waarin ze 'het nieuwe wandelen' propageerden.

Verrijkende ervaring

Daarin ging het niet om een sportprestatie, maar om het genot van het zich te voet voortbewegen op zich. Om het ervaren van het landschap in al zijn facetten, liefst over ongebaande paden, om ontmoeting en ontdekking. Wandelen niet als groepssport, maar als individuele en contemplatieve, verrijkende ervaring.

Op Lemen Voeten droeg die visie uit en zette zich af tegen gevestigde bladen van organisaties zoals de ANWB, die een volgens Burger idyllisch en niet-realistisch beeld van het landschap gaven. "Hun toeristische en loze mooischrijverij stuitte ons tegen de borst. Ze hadden het over de romantiek van het Franse platteland. Maar als wij daar wandelden zagen we de wegkwijnende winkeltjes en de rotte gebitten. Dáár schreven wij liever over." Dat je ook in de bebouwde omgeving kon wandelen, begreep de traditionele wandelwereld al helemaal niet. "Maar wij ontdekten dat vooral de rafelige overgangszones tussen stad en platteland juist veel te bieden had, zoals industrieel erfgoed."

Veel waardering voor hun visie op wandelen ontmoetten ze niet in kringen van wandelaars, landinrichters en natuurliefhebbers. Die zagen hen maar als een raar stelletje anarchisten. "In die tijd had de bourgeoisie het nog voor het zeggen, zeker aan de universiteit. Als jongen uit een gewoon middenklassegezin werd ik gediscrimineerd. Ik weet nog dat een medestudent uit bourgeoiskringen mij betitelde als een 'wildgeworden kleinburger', wat ik trouwens als een soort geuzennaam zag."

Lobbywerk

Toch veroverden Burger en zijn kompanen geleidelijk als lobbyisten een plekje in gremia waar werd beslist over de inrichting van het landschap. Burger zat aan tafel met natuurbeheerders, boerenbelangenverenigingen, landinrichters, natuur- en wandelclub en partijen uit de recreatieve sector. Hij sprak op congressen, schreef over het nieuwe wandelen voor kranten en leerde de weg kennen in de plaatselijke en landelijke politiek. Zo slaagde hij erin soms zijn stempel te drukken op de besluitvorming.

"Wij bouwden heel veel kennis op. De andere partijen ontdekten dat ze daar gebruik van konden maken. Zo kregen we een voet tussen de deur en kwam er geleidelijk een omwenteling in het denken over het landschap en de plaats van het wandelen daarin. Maar de weerstand van vooral de ingenieurs en de boeren was groot. Pas eind jaren negentig begon het denken echt te veranderen."

Onder invloed van die veranderende opvattingen werd het Nederlandse landschap onmiskenbaar toegankelijker, voor wandelaars en fietsers. Oude kerkepaden werden opnieuw opengesteld, tientallen jaren afgesloten verbindingen heropend. Organisaties en overheden ontwikkelden een wandelbeleid. Onder auspiciën van organisaties als Wandelnet en het Nivon ontstond een netwerk van langeafstandswandelpaden.

Wandelen is vooral de laatst vijftien jaar ongekend populair onder brede delen van de bevolking. De overheid en gezondheidsorganisaties prijzen het aan als probaat middel in de strijd tegen overgewicht en diabetes.

Op slot

Er is veel bereikt, zegt Burger, maar tevreden is hij niet. "Het Nederlandse landschap is nog steeds slecht toegankelijk, de staat van de natuur erbarmelijk. De belangen van de agrarische sector gaan altijd voor. Boeren zitten niet te wachten op wandelaars en houden de boel liever op slot. Vanuit de stad een ommetje maken over het platteland? De scheiding tussen stad en ommeland is alleen maar harder geworden door alle infrastructuur die de afgelopen jaren is aangelegd. Kijk naar wegen als de A1. Tien rijstroken naast elkaar, dat is een keiharde barrière van 500 meter breed."

Ook een ergernis van Burger: golfbanen, waarvan er steeds meer verschijnen. "Op zich heb ik er geen problemen mee. Ze liggen er vaak prachtig bij en worden goed onderhouden. Maar als je geen golfer bent, mag je er niet komen. Anders dan in Engeland zijn ze ontoegankelijk voor wandelaars."

Onnadenkendheid van landschapsbeheerders en -inrichters nekt vaak de wandelaar. "Dan wordt een gebied heringericht en een oud wandelpad zomaar afgesloten. Moet je als wandelaar opeens drie kilometer omlopen. Terwijl er alleen maar een simpele plank of een bruggetje over een slootje hoeft te komen. En ja, het is fijn dat er overal geasfalteerde fietspaden worden aangelegd, ik hou van fietsen. Maar dat mag niet ten koste gaan van de wandelaars, omdat er geen geld over blijft voor de aanleg van wandelpaden. In het geheel van grotere belangen wordt met de wandelaar nog steeds te weinig rekening gehouden."

Burgers wandeltips

1. De Belgische Voerstreek, net onder Maastricht. Een heel bijzonder landschappelijk gebied. Dat geldt zeker voor landgoed Altembrouck, sinds kort open voor het publiek.

2. De Brabantse Wal bij Bergen op Zoom. Aan de ene kant de haven van Antwerpen, aan de andere een hoger gelegen gebied van grote cultuurhistorische waarde, dat uitzicht biedt over de Oosterschelde.

3. Gaasterland in het zuiden van Friesland. Een heel 'on-Fries' bebost en geglooid landschap met 'kliffen' en bossen.

4. De duinen rondom Egmond en Bergen. De breedste duinstrook van Nederland, met het huis van de dichter Herman Gorter.

5. Landgoed Heerlijkheid Mariënwaerdt bij Beesd. Familiebezit dat commercieel wordt geëxploiteerd. Het mooie landschap en de toegankelijkheid lijden er niet onder.

Jan Erik Burger, aartsvader van het nieuwe wandelen

Jan Erik Burger was in 1979 een van de oprichters van het tijdschrift Op Lemen Voeten, dat een andere manier van wandelen propageerde en van grote invloed was op het denken over en de ontwikkeling van het wandelen in Nederland. Hij was dertig jaar hoofdredacteur van het blad en functioneerde vijftien jaar als uitgever. Sinds enkele jaren wordt Op Lemen Voeten, dat vier keer per jaar verschijnt, uitgegeven door uitgeverij Virtumedia (wandelmagazine.nu).

Op 1 januari dit jaar legde Burger zijn functie neer, maar hij blijft als vrijwilliger aan het blad verbonden. Burger is opgevolgd door Jonathan Vandevoorde.

Burger was in zijn lange wandelcarrière onder meer betrokken bij de oprichting van de Stichting Lopende Zaken en de Wandelbeurs. Hij schreef ook culturele wandelgidsen en boeken over wandelen. Burger is tevens lid van de Bestuurscommissie Oost van de gemeente Amsterdam voor de lokale partij Méérbelangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden