Strijder tegen de Blekers en de Braksen

Als in Nederland geen echte wildernis meer bestaat, wie zorgden dan voor de natuur die er vandaag is? In een zomerfeuilleton beschrijft Trouw de grote beschermers. Vandaag het slot.

Pakweg vijftien jaar geleden hebben nog maar weinig mensen van Frank Berendse gehoord. Hij is dan een keurige hoogleraar natuurbeheer die aan de Universiteit Wageningen doorwrochte colleges geeft over plantenecologie. Maar daar komt in 2001 verandering in. Tjibbe Joustra, de secretaris-generaal op het ministerie van landbouw, belt woedend met de raad van bestuur van de universiteit met de vraag wie in godsnaam de heer Berendse is. En hoe durft hij te beweren dat het door boeren uitgevoerde agrarisch natuurbeheer niet effectief is?

Berendse heeft met zijn studenten zojuist de allereerste studie afgerond naar de resultaten van door boeren uitgevoerd natuurbeheer in de Utrechtse Bethune-polder. Die krijgen al jaren forse subsidies voor hun werkzaamheden, maar tot dan toe is niet onderzocht wat de resultaten zijn. De conclusie van de beperkte studie is helder: er is namelijk géén effect. De gevolgtrekking kan ook luiden: de subsidie aan deze natuurboeren is weggegooid geld. En dat pikt de agrarische lobby niet. Ze laat dit via de secretaris-generaal weten.

Berendse merkt dan dat het agrarisch natuurbeheer een beladen onderwerp is. Hij zal in zijn verdere loopbaan beschimpt en zelfs bedreigd worden, maar dat weerhoudt hem er niet van onderzoek te blijven doen. Naar de ecologische achteruitgang van het boerenland, en naar oplossingen die het tij kunnen keren. Hij stelt in verschillende onderzoeken bijvoorbeeld vast dat vanaf de jaren zeventig door de intensivering van de landbouw in het boerenland dramatische verliezen hebben plaatsgevonden, zowel bij planten als bij vogels en zoogdieren. Een van de meest schrijnende voorbeelden is volgens Berendse de veldleeuwerik. Hij doet in 1971 onderzoek naar het vogeltje, en in 2002 opnieuw, en in de tussentijd blijkt meer dan 80 procent van die leeuweriken te zijn verdwenen.

Hoewel Berendse op en top wetenschapper blijft (hij heeft meer dan 300 publicaties op zijn naam staan), krijgt hij vooral publicitaire aandacht vanwege zijn scherpe uitspraken. Hij beschrijft het buitengebied als 'het dode land van Braks en Bleker', verwijzend naar de CDA-minister en -staatssecretaris die er vooral voor de boeren zijn geweest, en minder voor de natuur. Hij noemt ze de 'rentmeesters van de verschroeide aarde'. De percelen met Engels raaigras zijn volgens hem 'groen asfalt'.

Berendse is de zoon van een Wegenwachtman, en komt in zijn jeugd in Amersfoort de eerste natuur tegen, vooral in de weilanden om de stad heen. Hij legt een eierverzameling aan, laat z'n huidige studenten het maar niet horen, en verkoopt persoonlijk geraapte kievitseieren aan restaurant De Witte. Op zijn hoofd is nog steeds een litteken zichtbaar dat hij als zeventienjarige jongen oploopt. Een bosuil vindt dat hij te dicht bij de zojuist uitgevlogen kuikens komt. Dan is Berendse al lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) en verlegt zijn interesse naar de planten die veel meer over de aard van het landschap vertellen. Op die leeftijd had ik de steilste leercurve, zal hij later zeggen. Berendse groeit uit tot een eminent botanicus die ook internationaal doorbreekt. Vraag hem hoe zijn vakantie was, en hij antwoordt in de namen van planten die hij op zijn wandelingen is tegengekomen. Maar hij ontwikkelt ook een nieuwe theorie die het mogelijk maakt te voorspellen wanneer het evenwicht in de natuur verbroken wordt en wanneer bepaalde plantensoorten zullen verdwijnen.

In zijn studententijd overkomt hem iets wat hij later in zijn loopbaan, als Tjibbe Joustra belt bijvoorbeeld, zal herbeleven. In 1977 onderzoekt hij allerlei herinrichtingsplannen en stuit daarbij toevallig op een concept voor de kanalisering van de Barneveldse Beek die dan nog door een rijk landschap meandert. Dat laat hij niet over zijn kant gaan en Berendse mobiliseert de Barneveldse bevolking. Op 11 uur 's morgens zal er op het gemeentehuis overleg zijn over mogelijke alternatieven voor deze operatie, maar als hij op zijn fiets op weg gaat naar de vergadering en langs de beek rijdt, ziet hij dat het Waterschap zonder vergunning al alle bomen heeft gekapt. Het landschap is onherstelbaar beschadigd door een Waterschap dat gedomineerd wordt door de boeren. Berendse noemt dit achteraf de eerste 'harde confrontatie met de landbouwmaffia'.

Vernietigend

Daar zal het niet bij blijven, en de jaren vanaf 2001 zullen heftig zijn, maar Berendse blijft niet somberen. Hij gaat een boek schrijven, onder de titel 'Natuur in Nederland', en wandelt daarvoor twee jaar lang door Nederland om ter plekke de staat van de natuur te onderzoeken. Het boek wordt in 2011 een standaardwerk voor iedereen die zich in Nederland met de natuur en het beheer bezighoudt. Berendse beschrijft tien typen landschap, gaat in op de geologie en oordeelt uiteindelijk over de kwaliteit. Wéér is hij vernietigend over het agrarisch landschap, maar is zeer enthousiast over de natuur in reservaten.

Terwijl hij zijn onderzoek in Wageningen voortzet en zich intussen al wandelend verrijkt met de indrukken van het Nederlandse landschap, wordt Berendse tot zijn eigen verbazing gevraagd zitting te nemen in een commissie die het kabinet moet adviseren over de herijking van het natuurbeleid. Deze commissie staat weliswaar onder leiding van ex-minister Agnes van Ardenne, maar het is Berendse die de pen beroert, samen met Tom Bade die het onderwerp economie voor zijn rekening neemt. In dit rapport 'Onbeperkt Houdbaar' concludeert Berendse in 2013, plotseling opgeklommen als adviseur van het kabinet, dat het agrarisch natuurbeheer 'op een groot fiasco is uitgelopen'.

Staatssecretaris Sharon Dijksma (natuur) moet lezen dat de afgelopen twintig jaar daar 1 miljard euro aan is uitgegeven, hoewel er tegelijkertijd een dramatische biologische verarming plaatsvond door de intensivering van de landbouw. De raad vindt dat die financiering van 'ineffectief agrarisch natuurbeheer' moet stoppen. Het rapport slaat in als een bom. Boerenorganisaties spreken er schande van, maar door dit rapport kan Dijksma niet anders het boerenbeheer drastisch te hervormen. Wat daar van terechtkomt, moet de komende jaren blijken.

Door sommigen wordt Berendse gezien als een onheilsprofeet. Hij is toch beter te vergelijken met een huisschilder die na inspectie van de goot concludeert dat het complete dak verrot is. Die analyse is pijnlijk, maar noodzakelijk, om vervolgens met de restauratie te kunnen beginnen. De blauwdruk daarvoor geeft Berendse óók. Alleen boeren die bereid zijn de grondwaterstand te verhogen, die bemesting en gifgebruik sterk terugdringen én vlak bij natuurreservaten werken, moeten nog met subsidie aan natuurbeheer doen, vindt hij.

Maar Berendse geeft ook de natuurorganisaties in zijn rapport een boodschap mee. Er moet minder verkrampte aandacht gaan naar de bescherming van afzonderlijke dier- en plantensoorten. Als de reservaten groot genoeg zijn en de milieuomstandigheden goed, komen de dieren en planten vanzelf. En de strenge regels, gericht op het in stand houden van natuur, moeten weg. Natuur is mede door de klimaatverandering dynamischer geworden en laat zich niet vastleggen door wetgeving. Star behoud is te duur en onnodig.

Met zijn wetenschappelijk onderbouwde rapport, helder verwoord en met de status van een advies aan het kabinet, schetst Berendse, ver weg van de beschermers uit het verleden, de toekomst van het Nederlandse natuurbeheer. Als dit feuilleton 'De Nederlandsche Natuur in Tien Persoonen' over honderd jaar wordt voortgezet, is het goed juist bij de erfenis van Berendse te beginnen.

Frank Berendse (1951)

Op de site www.natuurinnederland.nl die bij het boek van Berendse hoort, beschrijft hij zijn wandelingen en fietstochten uit de behandelde hoofdstukken. Hij neemt je mee langs de voornaamste tien Nederlandse landschappen, van zeeklei tot heuvelland en van hoogveen tot stad. Beeldend beschrijft hij de natuurkrachten die het landschap hebben gevormd. Daarbij vertelt hij uitvoerig over de wilde planten en dieren en hun onderlinge samenhang. Routes zijn gratis te downloaden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden