Strijden voor vrede

Geschiedenis van Pax Christi weerspiegelt de turbulente naoorlogse ontwikkelingen in binnen- en buitenland

Een jaar geleden besloot de vredesbeweging IKV Pax Christi voortaan door het leven te gaan als Pax. Vooral de term 'Christi' ('van Christus') zat in de weg, zei directeur Jan Gruiters in een interview met deze krant. De christelijke verwijzing 'belemmerde ons om een groter publiek enthousiast te krijgen voor het vredeswerk'. Gruiters ontkende met klem dat de organisatie met de naamswijziging haar christelijke wortels verloochende: "Pax is niet zomaar een studieclubje met morele waarden. De christelijke identiteit speelt nog nadrukkelijk een rol."

Maar de nieuwe naam heeft toch op z'n minst een nieuwe fase ingeluid in de soms turbulente geschiedenis van de vredesbeweging. Vanaf de oprichting in 1948, drie jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, was Pax Christi Nederland nauw verbonden met de katholieke kerk. Sterker: het was traditie dat een bisschop voorzitter was, met als bekendste voorbeeld kardinaal Alfrink die bijna een kwarteeuw die functie vervulde.

Binnen de beweging kwam de verhouding tussen geloof en politiek veelvuldig ter sprake, schrijft de religiehistoricus Maarten van den Bos in het voorwoord van zijn goed gedocumenteerde en interessante boek 'Mensen van goede wil, Pax Christi 1948-2013'. Dat is een understatement, want in het vervolg van zijn onderzoek komen regelmatig conflicten aan bod, vooral met conservatieve bisschoppen als Jo Gijsen en Ad Simonis. Achterliggende gedachte was voortdurend: wie heeft het primaat als het om oorlog en vrede gaat?

Pax Christi Nederland heeft in zijn hele bestaan wel meningsverschillen gekend, intern en met de katholieke kerk en in feite ook met de geestverwante Katholieke Volkspartij (KVP) die later in het CDA is opgegaan. Allereerst was er de Koude Oorlog tussen de twee machtsblokken Amerika en de Sovjet-Unie die een enorm kernwapenarsenaal op elkaar gericht hadden. Tegenover elkaar stonden de groep vredesactivisten die het dreigen met atoomwapens moreel verwerpelijk vond, en de mensen die van mening waren dat de wederzijdse afschrikking toch een gunstig effect had, namelijk dat er geen oorlog was.

De Amerikaanse inmenging in Vietnam leidde in de jaren zestig tot heftige verdeeldheid in Nederland, en Pax Christi kreeg daar het zijne van mee. De Zesdaagse Oorlog tussen Israël en zijn Arabische buurlanden duurde te kort om daar ruzie over te maken, maar de nasleep ervan - die in feite tot de dag van vandaag voortduurt - vormde voortdurend conflictstof. Voor Pax Christi kwam daar als extra handicap bij de altijd al moeizame verhouding tussen de katholieke kerk en de staat Israël, steun aan de Palestijnse zaak kreeg in die sfeer een extra gevoelige lading.

De jaren tachtig vormden het hoogtepunt voor de Nederlandse vredesbeweging, zowel voor Pax Christi als het verwante IKV, het Interkerkelijk Vredesberaad - de twee clubs gingen een paar jaar geleden trouwens samen. Via twee massale demonstraties gaf de Nederlandse bevolking te kennen niets te moeten hebben van de plaatsing van 48 Amerikaanse kruisraketten op Nederlandse bodem, als antwoord op de beruchte SS20-raketten van de Sovjet-Unie.

Een paar jaar na deze demonstraties sloten de Amerikaanse president Ronald Reagan en Sovjetleider Michael Gorbatsjov een historisch kernwapenakkoord. Pax Christi vierde dat als een overwinning, maar welbeschouwd was de deal niet zozeer te danken aan de inspanningen van de vredesbeweging, schrijft Maarten van den Bos, want die had zich feitelijk al neergelegd bij de plaatsing van de kruisraketten. Nee, belangrijker was dat de internationale verhoudingen in korte tijd sterk verbeterd waren en dat zowel Reagan als Gorbatsjov belang had bij een verdrag over wapenbeheersing.

Voor Pax Christi brak een nieuwe periode aan nu het verzet tegen kernwapens geen kwestie meer was. De aandacht ging uit naar de positie van dissidenten in Oost-Europa (tot de val van de Berlijnse Muur in 1989) en respect voor de rechten van de mens. Dat viel onder de noemer van 'het hervatten van het eigenlijke handwerk', zei secretaris Jan ter Laak: 'het opsporen en het in de schijnwerpers zetten van de oorzaken van conflicten'. Want dat was de kerntaak van de vredesbeweging.

De auteur weet de geschiedenis van Pax Christi goed neer te zetten tegen de achtergrond van de politieke en maatschappelijke situatie in Nederland en daarbuiten, met de verzuiling in de jaren vijftig en de ontzuiling in de decennia daarna. En hij is ook uitstekend op de hoogte van de discussies binnen de katholieke kerk over het onderwerp oorlog en vrede. Gevoelige en pijnlijke zaken gaat hij daarbij niet uit de weg.

Zijn boek is gedegen, maar bij vlagen wel saai, met veel nota's en beleidsnotities, en weinig emotie en relativering. Het belicht vooral de opvattingen van de top van Pax Christi door de jaren heen. De basis, de ruggegraat van de vredesbeweging, komt er wat karig van af.

Wat ook niet helemaal goed uit de verf komt, is wat nou de persoonlijke drijfveren waren van iemand als Jan ter Laak om zich jarenlang met zoveel energie in te zetten voor Pax Christi.

De secretaris was het boegbeeld totdat hij in 1996 plotsklaps aftrad en vervolgens uit de priesterstand werd ontheven. Ter Laak zou zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik. De affaire en de consequenties komen wel aan bod, maar beknopt. Dat is opmerkelijk want het ging om 'de onbetwiste voorman' die zijn Pax Christi in de woorden van de auteur verweesd, verward, geschokt en ontredderd achterliet.

Rode draad in het boek is de vraag welke positie Pax Christi koos ten opzichte van kerk, politiek en samenleving. Dat is in de loop van de jaren nogal eens veranderd, constateert de schrijver, en dat hing deels ook weer samen met de ver- en ontzuiling. Er is zelfs een periode geweest dat het adagium was: minder Pax, meer Christi.

Ook de opvattingen van de buitenwereld waren niet altijd even consistent. Links Nederland moest weinig weten van bemoeienis van de kerken met zaken als abortus en geboorteregeling, maar het juichte uitbundig als diezelfde kerken via de vredesbeweging hun standpunt over vrede en veiligheid aan politieke partijen (lees: het CDA) probeerden op te dringen. Tenminste: als het betrokken standpunt links goed uitkwam.

Maarten van den Bos: Mensen van goede wil, Pax Christi 1948-2013.

Wereldbibliotheek; 320 blz. euro 29,95

Rode draad in het boek is de vraag welke positie Pax Christi koos ten opzichte van kerk, politiek en samenleving

Poster van Pax Christi

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden