Review

Strijd om kolonie werd opgedist als padvindersoptreden/Hoe Nederland feiten over Indië filterde

DEN HAAG - Gevangengenomen Indonesiërs staan op Nederlands bevel naast hun onderbroekje. Juli 1947 in Bindjai op Sumatra. Vijftig jaar later, met de vele herinneringen aan beelden van elkaar verminkende Hutu's en Tutsi's, van gruwelijkheden in Bosnië, en - langer geleden - aan die in Vietnam en Cambodja, doet het je niet zo veel meer. De Nederlandse militairen in Indonesië komen op de foto bijna over als softies.

Maar toch. Het is andere taal dan de visuele informatie die het Nederlandse publiek vijftig jaar geleden over de strijd in Indië kreeg voorgeschoteld in bioscopen, en in de foto's van kranten en tijdschriften. Het indringend vermogen van de televisie was nog toekomstmuziek. Er waren alleen romantische plaatjes van 'onze jongens overzee', onder de palmbomen warm begroet door een uitgelopen bevolking.

Achteraf is het verwonderlijk dat, ondanks de in Europa pas beëindigde Tweede Wereldoorlog, de meeste Nederlanders de illusie aanvaardden van een padvinderachtig optreden in de verre kolonie. Maar, zo maakt Louis Zweers duidelijk in zijn nieuwste boek Strijd om Deli (Walburg Pers), ze werden misleid. In zijn documentatie van 'de verboden foto's van de eerste politionele actie op Sumatra' schrijft hij: “De berichtgeving van legerjournalisten, -filmers en -fotografen werd door de Dienst voor Legercontacten in Batavia gecoördineerd. De foto's en films werden gecensureerd, maar ook op de geschreven berichtgeving werd controle uitgeoefend.” Zweers, de kunsthistoricus van origine die al eerder boeken publiceerde met opmerkelijke foto's die lange tijd verstopt waren in stoffige archieven, ontdekte in 1995 beelden van het Nederlandse militair optreden op Sumatra in 1947. De negatieven lagen in het Algemeen Rijksarchief en waren destijds gemaakt in opdracht van de militaire voorlichtingsdienst. Op enkele na haalden ze nooit de openbaarheid. Louis Zweers is niet alleen speurder naar meer licht verschaffende illustraties bij de geschiedenis. In zijn boek geeft hij tevens analyserende tekst bij zestig foto's van de op 21 juli 1947 begonnen operaties tegen de Indonesische republiek, de zogeheten eerste politionele actie.

Wat drijft hem bij zijn nog steeds voortgaand spitten in het Nederlandse koloniale verleden? “Wat me fascineert is de relatie tussen fotografie, geschiedenis en beeldvorming. Dus de betekenis die fotografie, maar ook film kan hebben voor de geschiedschrijving. Ik vind dat foto's een bijdrage kunnen leveren aan het nuanceren van bestaande beeldvorming, in dit geval de dekolonisatie van Nederlands-Indië tussen 1945 en 1950. Wat wij, wat het Nederlandse publiek toen te zien kreeg in filmjournaals, tijdschriften, kranten en herdenkingsboeken was alleen het humanitaire aspect, de hulpverlening aan de Indonesische bevolking. En die was er óók. Maar de harde kant van ons optreden, het militaire aspect, werd niet vrijgegeven.”

De redenen? “Dat werd gedaan ter beïnvloeding van het thuisfront, de media en de wereldopinie, en de Veiligheidsraad van de VN.” In zijn Strijd om Deli beschrijft Zweers hoe, zoals gebruikelijk in oorlogstijd, de regering het publiek manipuleerde. “De Legervoorlichtingsdienst slaagde er goed in het thuisfront via de media te bespelen. Ze beheerste de berichtgeving en hanteerde een neutrale taal voor militaire acties. Door het gebruik van termen als 'het uitschakelen van de vijand', 'het systematisch zuiveren van een landstreek' en 'gevechtscontacten' wordt het geweld aangenaam abstract en kleeft er nooit bloed aan woorden.”

Ook het beeldmateriaal werd gefilterd. Foto's werden niet voor publicatie vrijgegeven, of juist wel, maar door de begeleidende tekst werd dan een bepaalde betekenis gesuggereerd. Hoewel er vrij veel foto's van oorlogshandelingen werden gemaakt, kreeg het thuisfront ze nauwelijks onder ogen. Zweers kwam erachter dat luitenant W. Heldoorn, hoofd van de foto- en filmsectie van de militaire voorlichtingsdienst, eind 1949 (net voor de soevereiniteitsoverdracht) opdracht kreeg een onbekende hoeveelheid beeldmateriaal te verbranden. Maar een deel van het 'geschoonde' bestand ontsnapte aan vernietiging en deze collectie vond de auteur in 1995 terug in het Algemeen Rijksarchief.

In het boek afgedrukte foto's laten krijgsgevangen en gesneuvelde Indonesische militairen zien, uitgebrande ondernemingsgebouwen en andere gevolgen van de Nederlandse opmars in juli 1947 in Deli, een belangrijk plantagegebied op Oost-Sumatra. Zweers: “Ze tonen voor het eerst de rauwe werkelijkheid van de koloniale oorlog, de harde confrontaties tussen het Nederlandse leger met tanks en zware wapens en de veel zwakker bewapende Indonesische tegenstanders.” De fotohistoricus verhult niet dat al gauw nadat de Indonesische leiders Soekarno en Hatta op 19 augustus 1945 de onafhankelijke Republiek Indonesië hadden uitgeroepen, extremistische Indonesische jongeren honderden Europese Nederlanders en enige duizenden Indische Nederlanders en Chinezen terrorriseerden en om het leven brachten. Deze chaotische periode moet de Nederlandse bewindslieden die 'eerst herstel van orde en gezag' wilden en daarna pas praten over zelfbeschikking sterk hebben beïnvloed.

Tenslotte voerden hoofdzakelijk economische motieven - het veiligstellen van olievelden, steenkoolmijnen, tabaks- en rubberplantages en suikerfabrieken - tot een koloniale oorlog. Er waren moeizame onderhandelingen geweest tussen Nederland en Indonesië, waarbij de toekomstige staatsvorm werd vastgelegd. Maar bestandsschendingen en onenigheid over de inhoud van het in maart 1947 gesloten akkoord van Linggadjati, gaven voedsel voor 'de militaire oplossing'. Een groot voorstander hiervan was legercommandant, luitenant-generaal S.H. Spoor. Hij was ook de drijvende kracht achter een voorlichting die, schrijft Zweers, 'het Nederlandse volk en de regering moest rijp maken voor het inzicht dat een militaire actie de enig mogelijke oplossing was'.

De generaal, onmiskenbaar een briljant 'troepengeneraal' met hart voor zijn soldaten door wie hij werd geadoreerd, heeft zich niettemin met zijn strategie van herbezetting van Java en Sumatra misrekend. In haar studie Marsroutes en dwaalsporen (1991) over het militair-strategische beleid in Indonesië 1945-1950, heeft dr. P.M.H. Groen dit aangetoond. Spoor onderschatte de kracht van het Indonesische guerrillaleger en de steun die de bevolking daaraan gaf. De legervoorlichting wist hij te doordringen van zijn opvatting, dat het overgrote deel van de Indonesiërs wachtte op bevrijding door de Nederlanders. Zijn troepen hadden volgens hem te kampen met 'terroristen en extremisten' en niet met een volksbeweging. Louis Zweers: “De soldaten te velde namen vrijwel zonder enige restrictie het door de Legervoorlichtingsdienst gepropageerde vijandbeeld over”. Het lijkt erop dat generaal Spoor en bewindslieden in Den Haag trapten in de valkuil van de door henzelf gefilterde berichtgeving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden