Column

Strijd om het Torentje is slecht voor de Kamer

Hans GoslingaBeeld Foto: Jörgen Caris

Het premierschap is in ons land een uitzonderlijke functie, alleen al in de zin dat velen zijn geroepen doch weinigen uitverkoren. Het kan geen kwaad dat nog even vast te stellen, nu de verkiezingsstrijd voor de Tweede Kamer meer dan ooit een oploop van kandidaten voor het Torentje te zien geeft.

Nederland kende de afgelopen 35 jaar slechts vier premiers: Lubbers, Kok, Balkenende en Rutte. Dat is opmerkelijker dan het lijkt. In de voorafgaande periode van 35 jaar traden er tien premiers op. Hieruit kun je afleiden dat het zwaartepunt van de macht in ons bestel is verschoven van het parlement naar het kabinet. Een premier was destijds inwisselbaar; Willem Drees was de eenzame uitzondering.

De machtsverschuiving ten nadele van het parlement maakt het des te kwalijker dat de Kamerverkiezingen ontaarden in een strijd om het Torentje. Begrijpelijk is dat wel. De partij die haar eerste man (nog altijd geen vrouw) op de stoel van de premier weet te krijgen, verwerft een voordeel. Dat kon je goed zien onder het premierschap van Balkenende. Deze christen-democraat werkte in vier regeerperioden samen met vijf partijen, die hij na gedane zaken stuk voor stuk als geplukte kippen achter zich liet, alleen de ChristenUnie kwam er licht beschadigd van af. 

Je kunt ook de gevolgtrekking maken dat zich in de lage omloopsnelheid van het premierschap de continuïteit van ons landsbestuur weerspiegelt. Bij het terreinverlies van de volkspartijen, de verbrokkeling van het politieke landschap, de polarisatie en de turbulentie, zijn het Torentje en zijn bewoner een baken van stabiliteit.

Vertrouwde dragers

Daarachter wordt nog iets zichtbaar als je kijkt naar de partijen die de laatste vier premiers aan het land afstonden. Dat zijn nog altijd de oude, dikwijls al opgegeven volkspartijen, die klaarblijkelijk als vertrouwde dragers van de staat op een dieper gevoelsniveau nog altijd op krediet kunnen rekenen. Je ziet het nu weer aan de gestage klim van het CDA in de peilingen; je zag het in 2012 aan de onverwachte opmars van de PvdA.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Oud-premier Jan Peter Balkenende.Beeld anp

De aanhang van deze partijen was ooit van een nagenoeg vaste omvang, wat verklaart waarom in de eerste naoorlogse periode van 35 jaar het zwaartepunt van de macht bij de aanvoerders van die partijen in de Tweede Kamer lag. Er was althans, afhankelijk van de karakters en ambities van de hoofdrolspelers, meer dualiteit in de verhouding kabinet-parlement. De machtsverschuiving richting kabinet als gevolg van de afkalving van het electoraat heeft tot een meer monistische cultuur geleid, sterk gericht op het behoud van macht, met het parlement als claque.

Doordat Rutte II feitelijk als minderheidskabinet moest opereren, is er weer iets van die dualistische geest op het Binnenhof teruggekeerd. De premier kon in het Torentje niet meer volstaan met afstemmen, zo je wilt voorkoken van het beleid, hij moest ook actief op zoek naar draagvlak buiten de coalitie. Op zich een gezonde staatkundige ontwikkeling, die voorkomt dat zaken zo worden dichtgetimmerd dat de Kamer er echt voor spek en bonen bij zit, zozeer dat in 2009 zelfs SGP-voorman Van der Vlies van boosheid even uit zijn gezagsgetrouwe rol viel.

Minderheidskabinet

Het verloop van de komende formatie valt niet te voorspellen, maar het zou mij niet verbazen als er een minderheidskabinet uit rolt, dat zich op een of andere manier verzekert van gedoogsteun van verscheidene fracties. De groeiende praktijk is dikwijls de beste handwijzer, omdat zij method in the madness laat zien.

In zo’n constellatie kan het belang van het Torentje in die zin worden gerelativeerd dat het transformeert van gesloten bastion van macht tot half-open smederij van compromissen. Rutte liet blijken dat de nieuwe modus operandi hem is bevallen, al kostte het zoeken van draagvlak hem veel tijd. Die krachtsinspanning is te verkiezen boven vanzelfsprekende macht, die altijd in meer of mindere mate corrumpeert en de Haagse politiek een naar binnen gericht karakter geeft.

Het overspannen belang dat aan het Torentje wordt toegekend kan in die constellatie tot nuchtere proporties worden teruggebracht, de zelfstandige positie van de Kamer worden opgewaardeerd. Die verschuiving is van wezenlijke betekenis. De focus op het Torentje is nu zo de maat der dingen dat de werkelijke functie van kandidaat-Kamerleden totaal raakt ondergesneeuwd: het vertegenwoordigen en dienen van het volk. 

De gekte rondom het premierschap gaat zo ver dat zelfs de aanvoerder van een partij die maar vier Kamerzetels heeft en over geen enkele regeringservaring beschikt, zich als kandidaat-premier opwerpt. Dat mag hier - in Amerika zou de 30-jarige Klaver voor het presidentschap nog vijf jaar te jong zijn -, maar het laat zien hoe een eenmaal ingezette tendens volledig doorslaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden