Strijd om erfenis Vaticanum II

Het Tweede Vaticaanse concilie moest de katholieke kerk vernieuwen. Is dat gelukt? Een voorpublicatie uit het nieuwe boek 'De paus en de wereld'.

De geschiedenis van de rooms-katholieke kerk én van het pausschap van de laatste vijftig jaar laat zich schrijven aan de hand van de interpretatiestrijd rond het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Het debat over de uitleg was al voorafgaand aan het concilie begonnen. De grote media-aandacht maakte de uitkomst tot wereldnieuws.

Al overheerste een zekere euforie in 1965, de documenten van Vaticanum II werden uiteenlopend ontvangen. Dit was te verwachten na de discussies in en om het concilie. De twee 'conciliepausen' stonden in het brandpunt van de belangstelling. Zowel de conservatieve als de progressieve kritiek richtte zich in toenemende mate tegen de pausen zelf.

Maar de beoordeling van hun rol was lastig. Paus Johannes XXIII hield zich na zijn opvallende initiatief vooral afzijdig. De rol van zijn opvolger Paulus VI (1963-1978) was complexer. Aan belangrijke punten zoals het celibaat en de traditioneel katholieke opvattingen over seksualiteit, huwelijk en voortplanting gaf hij pas na het concilie richting.

'Conservatieven' als Marcel Lefebvre (1905-1991) wendden zich vanwege de uitkomst van het concilie van Rome af. Te hoge verwachtingen daarentegen van de 'progressieven', met name over de oecumene, de toenadering tussen katholicisme en protestantisme, leidden tot omgekeerde frustraties. Teleurgesteld spraken zij algauw over het 'verraad aan het concilie' door het pauselijk gezag. Maar niet alleen de twee uiterste vleugels lieten van zich horen, ook in het midden van de katholieke kerk leidde de uitleg van het concilie tot een soms felle richtingenstrijd.

De tegenstellingen in de interpretatie én de uitwerking van het concilie zijn tijdens het lange pontificaat van Johannes Paulus II (1978-2005) uitgevochten en afgevlakt. Toch lijkt de strijd om de erfenis van het concilie onder het pontificaat van Benedictus XVI (2005) opeens weer op de agenda te zijn teruggekeerd. Sterker nog, de huidige paus kiest duidelijk positie in het debat over de erfenis van het concilie.

Met een zeer fraai gekozen, filosofische formulering spreekt hij van de 'hermeneutiek van de continuïteit': het concilie moet geïnterpreteerd en van betekenis voorzien worden vanuit de tradities van de katholieke kerkgeschiedenis. Hij neemt expliciet stelling tegen wat hij noemt de 'hermeneutiek van de breuk'. De interpretatie van het concilie als afscheid van de traditie en als revolutionaire vernieuwing wijst Benedictus nadrukkelijk af. De uitspraak van de paus plaatst het Tweede Vaticaans Concilie in de lange traditie van hervorming mét behoud van identiteit van de kerk. Zijn begrip van de 'hermeneutiek van de continuïteit' beïnvloedt sterk de historische en theologische discussie.

'Renewal within tradition' is de titel van een belangrijke publicatie uit 2008 van Oxford University Press over Vaticanum II waarin Benedictus zelf het voorwoord schreef. Maar critici zien hierin enkel het versluierde taalgebruik van een 'restauratiepaus'. De opheffing van de excommunicatie van vier bisschoppen van de Lefebvrebeweging versterkte deze argwaan nog.

Benedictus' verzoeningspoging met de felste tegenstanders van Vaticanum II aan rechterzijde viel op rotsige bodem. Het Vaticaan opereerde hier, eufemistisch gezegd, onhandig. Een van de vier Lefebvre-bisschoppen bleek een Holocaust-ontkenner, het was meer dan een publicitaire ramp.

Maar laten we teruggaan naar de paus die het concilie vijftig jaar geleden opende: Johannes XXIII.

Het initiatief van de nieuwe paus Johannes XXIII kwam minder dan drie maanden na zijn verkiezing. Zijn aankondiging van een nieuw concilie op 25 januari 1959 was een grote verrassing. Men dacht dat de nieuwe uitverkorene in de Sixtijnse kapel, vanwege zijn hoge leeftijd, een tussenpaus zou zijn. Gezien het aantal jaren op de Petrustroon was hij dat ook. Maar zijn pontificaat behoort door het concilie tot een van de opmerkelijkste uit de lange geschiedenis van het instituut. Zijn woorden waren een oproep tot een nieuw concilie, tot een instellen - instauratio - van een concilie. Het was uitdrukkelijk geen voortzetting van het nooit formeel afgesloten Eerste Vaticaans Concilie. De officiële afhechting van dat concilie hadden zijn voorgangers Pius XI en Pius XII overigens wel overwogen.

Wat betekende het concilie voor het pausschap en welke rol had de paus in het proces?

Dit is vanuit de kerkgeschiedenis een pikante vraag. Conciliarisme stond historisch al te vaak voor pauskritisch denken. Het laatste concilie, Vaticanum I van 1870, leek bovendien een bewust negatief van het oude conciliarisme te zijn geweest. Toen immers werden het pauselijk primaat en het Romeinse centralisme definitief bezegeld en was de rol van Pius IX (1846-1878) allesoverheersend. De heersende kerkelijke mening luidde ook dat Vaticanum I een concilie was geweest 'om alle concilies te beëindigen'. Met het dogma van de onfeilbaarheid (1870) was er immers geen grote rol meer voor kerkvergaderingen die uitspraken van de paus ex cathedra niet meer konden corrigeren.

Feit was dat het nieuwe concilie zich richtte op de kerk en juist niet op het pausschap, laat staan Romeins centralisme wilde uitstralen. Vaticanum II werd al gauw in de brede publieke opinie als een renaissance van episcopalisme en conciliarisme ervaren. Was het inderdaad een wederkeer van anticentralistische pauskritische stromingen binnen de katholieke kerk? Oude opvattingen, dat bisschoppen de kerk dragen en dat concilies boven de paus staan, waren wel opeens weer te horen. De discussies tijdens het concilie gingen niet zover en ook de nauwgezet geformuleerde conciliedocumenten over de verhouding tussen paus en bisschoppen laten zich geheel niet als een revolutie van de verhoudingen lezen. De paradoxale uitkomst van het Tweede Vaticaans Concilie is dat het pausschap eerder versterkt dan verzwakt uit de strijd kwam.

De paus en de wereld
Dit is een ingekorte versie van het laatste hoofdstuk uit 'De paus en de wereld', dat vandaag verschijnt. In dit boek geven Nederlandse, Belgische en Duitse historici een modern overzicht van tweeduizend jaar pauselijke geschiedenis.

Er wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkeling van Rome als pauselijke stad, op de grote concilies, kerkelijke hervormingen, op het kunstmecenaat en op de omgang met de wetenschap. Maar ook de rol van het instituut in de periode daarna en de relatie van het instituut tot de wereldlijke macht komen ruim aan bod.

Apart aandacht is er voor Innocentius III, de machtigste paus ooit, en Adrianus VI, de enige Nederlandse paus (1522-1523). 'De paus en de wereld' sluit af met een analyse van het pausschap sinds het Tweede Vaticaanse concilie tussen 1962 en 1965. Wat is er nog over van deze voorlopig laatste kerkelijke vernieuwingsbeweging?

Frans Willem Lantink en Jeroen Koch (red.): De paus en de wereld. Geschiedenis van een instituut. Boom, Amsterdam. ISBN 9789461053572; 512 blz. € € 35,00.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden