Strijd Azië komt uit de schaduw van de geschiedenis

DEN HAAG - Voor het eerst vlagt morgen de residentie. Met in haar kielzog Arnhem, Wageningen, Ede en nog minstens vijftig andere gemeenten. Dringt het als een vertraagde film verlaat tot Nederland door dat de Tweede Wereldoorlog zich niet heeft beperkt tot Europa? Komt er na vijftig jaar meer bezinning op de gevolgen van de strijd in Azië, waarvan tienduizenden Nederlanders het slachtoffer werden?

HUIB GOUDRIAAN

Voorzitter R. Boekholt van het Indisch Platform vindt het zwart-wit-denken om hierop volmondig ja te zeggen. “Zeker is wel dat het lang heeft geduurd voordat 'Indië' uit de schaduwen van de geschiedenis werd gehaald.”

Boekholt hamert al jaren op het aambeeld dat 15 augustus, de datum van de capitulatie van Japan, voor de 'hele Nederlandse gemeenschap niet onopgemerkt voorbij mag gaan'. “We hebben maar één Tweede Wereldoorlog en die werd op 15 augustus 1945 in Azië beëindigd”, zegt de brigade-generaal b.d., opgegroeid in Nederlands-Indië, waar hij als jongeman burger-geïnterneerde was in een Japans kamp. “Ik heb premier Kok gezegd, bij het overleg, of er jaarlijks moet worden gevlagd op die datum, dat Nederlands-Indië een deel van het koninkrijk was.”

Eenmalig kreeg Boekholt zijn zin in het herdenkingsjaar 1995 toen er op 15 augustus van de regeringsgebouwen werd gevlagd. “De premier was bang dat er met herhaald jaarlijks officieel vlagvertoon op 15 augustus een tweedeling bij de viering en herdenking van de oorlog zou ontstaan. Maar ik zei dat we, zonder afbreuk te willen doen aan 4 en 5 mei, de herinnering aan dat deel van onze geschiedenis levend mogen houden.”

Spreekbuis van de opvatting dat de capitulatie van Japan apart moet worden herdacht, is het Indisch Platform. Het vertegenwoordigt zestien organisaties en daarmee 450 000 Indische Nederlanders. Namens het Platform riep Boekholt vorige week alle Nederlandse gemeenten op morgen te vlaggen. En via de media deed hij óók een beroep op alle individuele Nederlanders de vlag op 15 augustus uit te steken.

Hij constateert dat de Nederlandse samenleving tientallen jaren erg gefixeerd was op de viering van de bevrijding op 5 mei en de dodenherdenking op 4 mei, dus alleen op de oorlog in Europa. “Maar de kentering kwam in de jaren tachtig door onder meer de commotie over de visie van dr. De Jong op het verleden in Indië, en het voor 1986 voorgenomen bezoek van de koningin aan de Japanse keizer Hirohito.”

Daarna was er een wassende stroom belangstellenden bij de herdenkingen. Waren er in 1980 nog geen zestig mensen op 15 augustus (nog in Den Bosch), in 1985 kwamen er ruim 2 000 mensen naar Den Haag. “Ik ben voorzitter geweest van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 tussen 1985 en 1996. En ik kan zeggen dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei er in de jaren tachtig ook aan bijdroeg dat het oorlogsverleden in Indië bij de nationale herdenking werd betrokken. Koningin Beatrix onthulde in 1988 het Indisch Monument in Den Haag. En nu tonen bewindslieden door hun aanwezigheid op 15 augustus hun belangstelling. Maar ook premier Lubbers deed dat al. Op zijn verzoek is in 1993 het Indisch Platform opgericht en sindsdien is er 'Platform-overleg' met het kabinet.”

Ruim een half miljoen Nederlanders, naar schatting 600 000 mensen, hebben een Nederlands-Indische achtergrond. Volgens de Stichting Pelita, dat hulp verleent aan de slachtoffers van de oorlog met Japan, repatrieerde direct na de Japanse bezetting van Indonesië een eerste golf van ongeveer 44 000 Nederlanders en Indische-Nederlanders naar Nederland. Na de overdracht van de soevereiniteit aan de Indonesische republiek kwam er tussen 1950 en 1952 een tweede golf naar Nederland op gang van 68 000 Nederlandse bestuursambtenaren en militairen of anderen die niet in de republiek konden blijven. Onder hen waren 13 000 Molukse militairen van het Nederlands-Indische leger, het KNIL. In de jaren vijftig was er nog een massale uittocht van circa 140 000 Nederlanders uit Indonesië.

Niet bekend

Slachtoffers van de in 1942 begonnen oorlog met Japan en de naweeën daarvan, zijn er in uiteenlopende categorieën. Dit weerspiegelt zich in verschillende herdenkingen. Na die van 15 augustus bij het Indisch Monument in Den Haag, is er volgende week de jaarlijkse nationale herdenking van burgeroorlogsslachtoffers in Roermond. Zij kwamen tussen 1945 en 1949 in Indonesië om het leven ná de capitulatie van Japan, en tussen 1949 en 1962 in Nieuw-Guinea. Tijdens de woelingen na het uitroepen van de onafhankelijkheid van de Indonesische republiek, in de zogeheten bersiap-periode, vonden in de archipel ongeveer 8 000 mensen de dood. Het aantal vermisten wordt geschat op 20 000. Zij worden op zaterdag 23 augustus herdacht bij het Nationaal Burgermonument in Roermond.

Ook de Indië-veteranen, de militairen die tussen 1945 en 1950 werden uitgezonden voor de bevrijding van Indië van de Japanse bezetting en voor de strijd tegen de Indonesische republiek, hebben een afzonderlijke plechtigheid. Op 6 september wordt bij het Nationaal Indië Monument in Roermond herdacht dat er 4 751 Nederlandse militairen stierven in die strijd (2 453 bij gevechtshandelingen).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden