Opinie

Strijards 'Ivanov' virtuoos en gevoelig

Frans Strijards is een aartscynicus, die er behagen in schept zijn sarcastiche kijk op de wereld met bakken vol spottende hoon over zijn publiek uit te storten. Hilarische voorstellingen heeft dat vaak opgeleverd, waar je je ziek om kon lachen, al heb ik me de laatste paar jaar wel eens afgevraagd of die aanpak niet tot een trukendoos verwerd, waarin Strijards zijn eigen gevoeligheid voorgoed had weggegoocheld.

Uit 'Ivanov' (1887), Anton Tsjechovs eerste grote drama dat hij nu met zijn groep Art & Pro op het repertoire heeft genomen, spreekt een andere toon. Het hoge tempo, de grapdichtheid, het excentrieke spel, de slapstick en vitaliteit zijn gebleven, maar tegelijk ademt de voorstelling een zekere rust. Het is of Strijards in 'Ivanov' zichzelf heeft herkend en of hem dat de ruimte heeft gegeven om de achterkant van de personages nu eens niet te negeren, om onder de tekst door te durven duiken. Waarom bijvoorbeeld de voorheen zo energieke titelheld volstrekt berooid en futloos is geworden, zal nooit afdoende te achterhalen zijn, maar dat zijn gedrag niet zonder meer hol of lafhartig is, daar laat Strijards geen misverstand over bestaan.

De voorstelling begint met stil spel. Schichtig een deur binnenstappend, de sleutel in het slot omdraaiend zodat zijn vrouw even later buitengesloten blijft, zich onder het matglazen raam doorbukkend om ongezien een stoel te pakken, zet Ivanov zich aan het schrijven van een brief, ingehouden snikkend. Deze man is doodongelukkig, weet zich met zijn houding geen raad en geneert zich tegelijk voor zijn eigen kleinheid. Juist door hier met zo'n scène aandacht voor op te eisen, blijft dat beeld je bij, ongeacht latere uiteenlopende situaties, zoals die waarin Ivanov zich met een feestneus op naar een verjaardag begeeft, of waar hij zijn vrouw knarsetandend van woede met haar aangezegde dood confronteert, of waar hij zich met koddige spreid-sluit-zwembenen door de liefdesverklaring van de jonge Sasja laat opwinden.

In het spel van Gijs Scholten van Aschat schemert iets door van zijn Hamlet van een jaar geleden. En dat niet eens zozeer omdat Tsjechov hem zich met Hamlet laat vergelijken. Hier staat eenzelfde getourmenteerde veertiger, die zijn verstand kapotbeukt om te vatten wat hem overkomt. Je ziet hem door alle chaotische gebeurtenissen heen onontkoombaar afstevenen op een zelfgekozen dood. Dat is fascinerend en huiveringwekkend. Zijn omgeving immers roddelt er wel over, maar steekt geen poot uit. Ieder is enkel bezig met eigenbelang. Alleen zijn stervende vrouw Anna en de jonge Sasja (een pittige, rebels met haar lijf provocerende Maria Kraakman) hebben nog even in geluk geloofd. Voor de rest draait alles om geld en drank.

Om de voosheid van dat wereldje te schetsen, citeert Strijards met satanisch vernuft uit eigen werk. Zo manoeuvreert de goklustige bochelmans van Theo de Groot al even motorisch gestoord met zijn wandelstok als de zogenaamd menslievende tante van Han Kerckhoffs in zijn enscenering van 'Hedda Gabler' tien jaar geleden. Niet zielig, maar vals zijn ze, laat Strijards aldus weten.

Voor het eerst, en dat is nieuw, toont Strijards compassie, compassie met Ivanov, compassie ook met diens vrouw. In het derde bedrijf zit Debbie Korper in een steeds droefgeestiger houding op de bovenverdieping, alsof zij voelt (niet hoort) wat daaronder gaande is: Ivanovs ruzie met de moraliserende dokter, zijn korte vrijage met Sasja. Zelfs Sasja's vader, districtsbestuurder Lebedjev, is meer dan een banale zuipschuit. Dat ligt ook voor een belangrijk deel aan het spel van Han Römer. Met zo'n weergaloze timing holt deze uit voor de waarheid dat Lebedjev bij zijn vrouw onder de plak zit, dat je hem hijgend bijna aardig gaat vinden.

'Ivanov' is een met humor gespeelde en intelligent geënsceneerde voorstelling. Virtuoos en gevoelig, wat niet in de laatste plaats te danken is aan de taal. Welke vertaling Strijards voor zijn bewerking heeft gebruikt staat (helaas weer eens) niet vermeld. Naar het opvallend frisse taalgebruik te oordelen zou dat wel eens die van Tineke Daniëls kunnen zijn, dezelfde die ook Luk Perceval in '91 gebruikte. De korte, fel bekkende zinnen geven het stuk een vaart die je de onbeschaamde lamlendigheid van de personages zonder pardon in het verkeerde keelgat doet schieten. Au ja, maar dat had ik er dit keer graag voor over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden