Strenger beleid jegens Iran niet strijdig met terugsturen asielzoekers

Afgelopen vrijdag fulmineerde de heer Egbert van der Stouw op deze pagina tegen het VVD-beleid jegens Iran. Met een flinke dosis acrobatiek werden uitspraken van Jan Rijpstra over het niet met een verblijfsvergunning belonen van hongerstakers gekoppeld aan een op 13 augustus in deze krant gepubliceerd artikel van Geert Wilders over het Iran van de nieuwe president Khatami in de toekomst. Een aanscherping van het Europese beleid tegen het Iraanse regime zou niet te rijmen zijn met het tegelijkertijd benoemen van de Nederlandse asielprocedure als zorgvuldig. De VVD zou zich in haar politieke keuzes zelfs laten leiden door het eigenbelang van het Nederlandse volk, aldus de heer Van der Stouw. Niets is echter minder waar; zowel zijn aannames als conclusie zijn louter suggestief.

Zo stelt Van der Stouw dat de VVD een beleid nastreeft “waarin geen mededogen wordt getoond met de slachtoffers van het Iraanse regime”. Dat is niet alleen klinkklare onzin maar ook in strijd met de feiten. Iraniërs die bij terugkeer in Iran aantoonbaar voor een onmenselijke behandeling of vervolging te vrezen hebben, kunnen voor een vluchtelingenstatus in aanmerking komen. Dat is staand kabinetsbeleid en gebeurt met onze instemming. Iedere asielaanvraag dient zorgvuldig door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te worden getoetst en de uitkomst daarvan kan bovendien aan de onafhankelijke rechter worden voorgelegd. Indien de uitkomst van een dergelijke zorgvuldige procedure uiteindelijk is dat er geen reden is om niet tot uitzetting over te gaan, dan mag een ingezette hongerstaking niet alsnog met een vluchtelingenstatus worden gehonoreerd. Hoe wrang dat ook moge klinken, het zijn juist de principes van onze rechtsstaat die een dergelijk handelen in de weg staan.

De veiligheidssituatie in Iran moet continu worden gevolgd. Indien dit in de toekomst tot aanpassing van het beleid zou moeten leiden, dan mag hiervoor niet worden weggelopen. Iran is uiteraard allesbehalve een democratie (ook wij kennen uiteraard de rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch). Toch is het zeker niet zo dat het terugsturen van asielzoekers naar Iran onverantwoord is gebleken. Van de door Nederland, maar ook door Duitsland, Zweden en Denemarken, naar Iran teruggezonden asielzoekers is niet bekend (ook niet bij organisaties als Amnesty International) dat men bij terugkeer daadwerkelijk zou zijn vervolgd. Bovendien worden uitgezette Iraniërs bij terugkeer 'gemonitord', dat wil zeggen dat hun feitelijke situatie na terugkeer door ambassadepersoneel wordt gevolgd. Deze monitoring zal op verzoek van de Kamer verder worden verbeterd en uitgebreid.

Het beleid ten aanzien van de Iraanse asielzoekers in Nederland is dus geenszins inhumaan of onzorgvuldig. Asielverlening is mogelijk maar weigering ook. En net zoals aan het verlenen van asiel verblijfsrechten zijn verbonden zal aan het niet toekennen van asiel na een zorgvuldige procedure tot uitzetting moeten worden overgegaan.

Daarnaast staat het buitenlands beleid dat Nederland en de rest van de internationale gemeenschap ten aanzien van Iran voeren. Waar de Verenigde Staten al jaren een politiek van isolement jegens Iran volgen heeft Europa van 1992 tot begin dit jaar een kritische dialoog met Iran gevoerd, onder meer om dat bewind tot een meer gematigde politiek te bewegen. Het is een misvatting dat het hier alleen over mensenrechten zou gaan. Natuurlijk spelen die hier terecht een prominente rol maar niet bij uitsluiting. Het Iraanse verzet tegenover het vredesproces in het Midden-Oosten, zijn streven naar vernietiging van Israël en steun aan terroristische militante organisaties evenzeer. Zo is de vruchteloze kritische dialoog met Iran uiteindelijk door Europa gestaakt nadat in het bekende Mykonos-proces eerder dit jaar was bewezen dat onder verantwoordelijkheid van de Iraanse staat terrorisme in Europa is gepleegd.

Vijf jaar tot monoloog verworden dialoog met het Iraanse regime heeft dus het tegenovergestelde van het beoogde doel van een meer gematigde Iraanse politiek opgeleverd. Zou de heer Van der Stouw het wel hebben toegejuicht indien we ondanks dat alles voor een soepelere politiek ten aanzien van Iran hadden gepleit? Wij betwijfelen dat. Juist om het Iraanse beleid onder grotere druk te zetten lijkt hervatting van de kritische dialoog weinig zinvol zonder een daadwerkelijk uit feiten blijkende gewijzigde Iraanse houding. Om die reden is er nauwelijks aanleiding tot euforie na het aantreden van de nieuwe Iraanse president Khatami. Zolang het buitenlandse- en binnenlandse beleid van Iran niet daadwerkelijk tot concrete beleidswijzigingen heeft geleid zal een toegeeflijke Westerse politieke houding het verkeerde signaal aan Iran geven. Zo'n signaal kan een reële omslag in zijn beleid alleen maar frustreren, zo heeft vijf jaar 'overleg' met Iran wel bewezen. Concrete daden door de Iraanse overheid moeten worden beloond, voornemens niet.

Een Europa dat een ferm buitenlands beleid jegens Iran voert, is dus consequent. Het geeft bovendien meer perspectief op een Iran dat onder onverdeelde druk van de Amerikaanse en Europese gemeenschap aanleiding ziet om zijn beleid bij te stellen. Zowel als het gaat om buitenlandse terroristische activiteiten als ten aanzien van wenselijke binnenlandse hervormingen, waaronder een verbetering van de mensenrechtensituatie.

Van strijdigheid tussen een strengere Westerse buitenlandse politiek ten aanzien van Iran met een humaan maar restrictief Nederlands vluchtelingenbeleid is dan ook absoluut geen sprake, integendeel. Waar het nu niet overantwoord is gebleken om afgewezen asielzoekers naar Iran terug te sturen (maar in individuele gevallen wel degelijk asiel kan worden, en wordt, verleend) geeft een aanscherping van het buitenlandse beleid het enige juiste kritische signaal aan Iran.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden