Strenge criticus stimuleert lezen

Welke Nederlanders hebben zo'n grote invloed gehad op de twintigste eeuw, dat na hen de wereld niet meer dezelfde was? Beroemd, berucht of onderschat, wie veroorzaakte een wending in onze levenswijze, markeerde een doorbraak in ons denken? Met het eind van de eeuw in zicht blikt Podium iedere dinsdag terug op invloedrijke landgenoten in de afgelopen honderd jaar.

Een intellectuele nihilist was hij, een man die zijn geloof had verloren, maar die gedoemd was te denken in de termen die aan datzelfde geloof waren ontleend. Menno ter Braak, criticus, literator, modernist. 'Een onmogelijk mens', noemde hij zichzelf, voortdurend op zoek naar de waarheid met geen ander doel dan haar te ontkrachten, gefascineerd door de schoonheid in wier objectieve bestaan hij niet geloofde.

Ter Braaks geschriften, gebundeld in zeven delen Verzameld Werk, getuigen van de paradox waarmee zoveel Europese intellectuelen tussen de twee wereldoorlogen worstelden. De paradox van het individu dat zich een plaats moet zien te verwerven in het collectief waartegen hij zich juist teweer stelt.

Ter Braak werd op 26 januari 1902 geboren in Eibergen, als oudste zoon van de plaatselijke huisarts. Hij studeerde aan de faculteit der letteren en wijsbegeerte van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en koos als hoofdvak geschiedenis, waarin hij in 1928 promoveerde. Hoewel hij een aantal jaren als geschiedenisleraar zijn brood verdiende, lag zijn hart bij de letteren. In de jaren 1924-1925 was hij als medewerker verbonden aan het studentenblad Propria Cures en nog tijdens zijn studie publiceerde hij zijn eerste essays in het tijdschrift De Vrije Bladen.

Daarnaast had hij een grote interesse voor films. In 1927 was hij betrokken bij de oprichting van de Filmliga die overal in het land voorstellingen organiseerde en die van tekst en uitleg voorzag. Bij gebrek aan geluid verzorgde Ter Braak menigmaal de muzikale begeleiding van de voorstellingen op piano.

De plaats die Ter Braak heeft verworven in de Nederlandse geschiedenis dankt hij vooral aan het literaire tijdschrift Forum dat hij in 1931 samen met onder andere zijn vriend Ed. du Perron oprichtte. Hoewel het blad maar een kleine oplage had en al na een paar jaar ter ziele ging, zou het van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de Nederlandse literatuur in het algemeen en de literaire kritiek in het bijzonder. Forum rekende af met het idee dat kunst en literatuur vooral mooi moesten zijn. De redacteuren stelden dat niet de vorm waarin de schrijver of dichter zijn gedachten goot, maar zijn persoonlijkheid allesbepalend was voor de waardering van zijn werk. Het ritme of het rijm waren onbelangrijk, het ging om de kracht van de ideeën die eraan ten grondslag lagen.

Deze literatuuropvatting zette Ter Braak uitvoerig uiteen in 'Démasqué der Schoonheid' waarin hij de vloer aanveegde met de poëzie van de Tachtigers - onder andere Willem Kloos en Jacques Perk - die slechts kunst om de kunst maakten. Zijn voorkeur ging uit naar dichters die vochten om de kern van het bestaan te vatten; de mystieke dichter Der Mouw bijvoorbeeld, of de dichter-arts Slauerhoff.

Vanaf 1933 was Ter Braak als redateur kunst en letteren verbonden aan de krant Het Vaderland en ontpopte hij zich als een beducht criticus. Het gaat te ver te stellen dat zonder zijn recensies de romans van bijvoorbeeld Bordewijk, Elsschot en Vestdijk onopgemerkt waren gebleven, maar feit is dat mede dankzij Ter Braak deze nieuwe romanciers onder de aandacht van een groter publiek werden gebracht. Ook de (her)waardering van het werk van Louis Couperus en Multatuli is in zekere mate te danken aan Ter Braak.

Het individualisme van Ter Braak verdroeg zich slecht met welke vorm van collectivisme dan ook. Hij geloofde niet in absolute waarheden zoals het christendom die in zijn ogen verkondigde, en twijfelde aan elke ideologie. Deze nihilistische levenshouding, die hij herkende in de filosoof Friedrich Nietzsche, verwoordde hij in het in 1934 verschenen 'Politicus zonder Partij'. Van een ding was Ter Braak wel volledig overtuigd en dat was van het kwaad van het nationaal-socialisme dat hij vanaf het begin bestreed. Al in 1936 was hij betrokken bij de oprichting van het Comité van Waakzaamheid, een groep van intellectuelen die zich teweer stelden tegen de dreiging uit Duitsland. Zijn angst voor de politieke en culturele toekomst van Europa staat indringend beschreven in 'Journaal 1939' dat pas na de oorlog werd uitgegeven. ,,Eén gevoel alles overheerschend, te blijven leven tot Hitler hangt,'' schrijft Ter Braak daarin.

Hij wist echter dat hij het niet kon opbrengen deze belofte in te lossen. Op 14 mei 1940, vlak na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten, maakte Ter Braak een einde aan zijn leven. Praktisch op hetzelfde moment stierven ook zijn vriend Du Perron en de dichter Hendrik Marsman. Met de dood van de drie vrienden kwam abrupt een einde aan het literaire klimaat van het interbellum waarin persoonlijke verantwoordelijkheid en de kracht van het denken centraal stonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden