Streepjescode herkent fout hout

Ze noemen zichzelf voor de grap CSI Wageningen. Ecologen Pieter Zuidema en Mart Vlam ontwikkelen een forensische opsporingsmethode voor fout hout op basis van het DNA en de jaarringen van bomen.

Op de deur van het Wageningse kantoor van bosecoloog Pieter Zuidema hangt een fotocollage van hem en zijn collega's met daarboven de titel 'Lord of the Rings'. De hoogleraar is dan ook expert op het gebied van ringen, jaarringen welteverstaan. Deze groeiringen die tevoorschijn komen wanneer een boom wordt omgezaagd, helpen niet alleen bij het determineren van de leeftijd van de boom, maar onthullen ook of deze illegaal is gekapt. Zuidema ontwikkelt samen met zijn collega Mart Vlam Timtrace, een forensische opsporingsmethode voor fout hout, onder andere op basis van jaarringen.

Want hoewel er al twee jaar een Europees verbod op de import van illegaal gekapt tropisch hardhout bestaat, is ongeveer 50 procent van het tropisch hardhout dat in Europa wordt verhandeld nog fout. "De schattingen variëren enorm", zegt Mart Vlam, "zo zou het voor Indonesië gaan om zo'n 20 tot 80 procent van al het geëxporteerde tropisch hardhout."

"Dat hout kan afkomstig zijn uit beschermde natuurgebieden, maar ook van bosbewoners die maar af en toe een boom kappen en weinig schade aanrichten", vult Zuidema aan. "Omdat er vaak met het papierwerk van het hout wordt geknoeid, is niet te achterhalen waar het vandaan komt. Zo omzeilen de illegale houtkappers de belasting en hoeven ze niet te voldoen aan allerlei regels voor verantwoord bosbeheer en veilige arbeidsomstandigheden. Ze beschadigen dus niet alleen de biodiversiteit, maar duperen ook de lokale economie."

Veel tropisch hardhout met bestemming Europa wordt naar Nederland verscheept. Zuidema: "De Rotterdamse haven is natuurlijk een belangrijke doorvoerhaven, maar ook in Nederland zelf is er een markt voor tropisch hardhout, denk bijvoorbeeld aan de bouw, die het hout gebruikt voor kozijnen, vloeren en sluisdeuren."

Het is aan de medewerkers van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) om het foute hout tussen al die ladingen hout uit te vissen. "Met het papierwerk waarop de herkomst van het hout staat aangegeven is vaak gesjoemeld", vertelt Mart Vlam. "Daarom hebben de NVWA-inspecteurs cursussen gevolgd om verschillende houtsoorten te kunnen herkennen en hebben ze voorbeelden ter beschikking waarmee ze het hout kunnen vergelijken. Dat gebeurt steekproefsgewijs."

Hij pakt een rekje met daarin verschillende plankjes tropisch hardhout uit Kameroen. De plankjes verschillen van elkaar in kleur en zwaarte. "Dit stukje sapeli-hout heeft bijvoorbeeld een roodachtige tint en is zwaarder dan dit stukje iroko-hout, dus dat zou bij controle opvallen. Maar dan nog kunnen de inspecteurs zich makkelijk vergissen. Er zijn bijvoorbeeld verschillende soorten tropisch cederhout. Van die soorten zijn er enkele die op de zogenaamde Cites-lijst van beschermde dieren en planten staan, maar omdat ze zo op elkaar lijken, is het moeilijk om die eruit te vissen."

Vingerafdruk

En daar moet Timtrace straks bij gaan helpen. Op basis van de chemische samenstelling, de jaarringen en het DNA van de belangrijkste tropische houtsoorten ter wereld, willen Vlam en Zuidema een soort vingerafdruk van het hout maken, waarmee de herkomst ervan kan worden vastgesteld. Die vingerafdruk kunnen inspecteurs, houtbedrijven en certificeerders van keurmerken gebruiken om fout hout te identificeren. Vlam: "We noemen ons project voor de grap weleens CSI Wageningen." De Europese Unie en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek steken samen zo'n 200.000 euro in het project. Het is de bedoeling dat er uit Timtrace een spin-off bedrijfje rolt onder leiding van Vlam.

Het idee voor het project komt voort uit het onderzoek naar de effecten van klimaatverandering op de groei van tropische bossen, dat Zuidema en zijn aio's van 2009 tot 2014 in Kameroen, Thailand en Bolivia uitvoerden.

Zuidema: "De verwachting was dat door de toegenomen hoeveelheid koolstofdioxide bomen sneller zouden groeien. Dat blijkt niet het geval, maar door de extra CO2-bemesting verandert de fysiologie van bomen wel. Omdat de CO2-druk groter is, staan de huidmondjes op de boombladeren minder ver open. Hierdoor verdampen de bomen minder water en dat zie je terug in de isotopensamenstelling van het hout. De hoeveelheid zware koolstof in het hout vertelt bijvoorbeeld of bomen droge periodes hebben ervaren en hoe efficiënt ze met water omspringen."

Door deze gegevens te combineren met meteorologische data en de jaarringen van de boom kunnen de Wageningse onderzoekers vaststellen waar de boom heeft gestaan. Want ook rond de evenaar hebben veel bomen jaarringen. Zuidema: "Het patroon van deze groeiringen zegt namelijk niet alleen iets over de seizoenen, maar ook over de jaarlijkse variatie in neerslag en temperatuur."

"Hoewel de naam regenwoud aangeeft dat het veel regent in die bossen, kan de hoeveelheid neerslag en temperatuur voor ieder tropisch bos weer anders zijn", vult collega-onderzoeker Vlam aan. "Er zijn savanne-achtige tropische bossen waar minder neerslag valt, maar ook hele natte."

In het lab bovenin het Lumen-gebouw van de Wageningen Universiteit laat hij naast een aantal boomschijven ook houtmonsters zien die met een houtboor uit bomen zijn gehaald. "Het zijn eigenlijk een soort streepjescodes", zegt hij terwijl hij een monster laat zien waarin de groeiringen van de boom goed te zien zijn. "Zie je dit dunne streepje hier? Dat geeft aan dat het waarschijnlijk een droog jaar is geweest."

Klimaatdata

De afstanden tussen de boomringen worden gemeten en gecombineerd met klimaatdata van het KNMI. Op een kaartje van Zuidoost-Azië laat Vlam de uitkomst van zo'n match van een monster van de cedersoort Toona ciliata zien. Thailand licht rood op. "Dit stuk hout komt dus uit Thailand, maar om te kunnen bepalen of het uit een legaal houtwinningsgebied of een illegaal gebied komt, zijn meer gegevens nodig. Dat betekent dat we nog veel meer data over belangrijke tropische houtsoorten uit de hele wereld moeten gaan verzamelen."

Dat monnikenwerk gaan Zuidema, Vlam en hun collega's de komende twee jaar verrichten. Zuidema: "We werken daarvoor samen met gecertificeerde houtbedrijven en herbaria. In die herbaria nemen we DNA-monsters van het hout en de jaarringen. Vooral het Afrika-museum in het Belgische Tervuren heeft een geweldige collectie tropisch hout. Aan de hand van al die gegevens uit de databank kunnen wij voor de inspecteurs en houtbedrijven straks een kansberekening maken om vast te stellen of het om fout hout gaat."

Het is dus niet zo dat Timtrace straks een fout-hout-scanapparaat oplevert waarmee je als consument even snel je tafel of je houten vloer kunt scannen. Zuidema: "Ik denk dat het afschrikkende effect de belangrijkste waarde van dit project is. Handelaren in illegaal hout weten nu dat er een methode is waardoor ze tegen de lamp kunnen lopen."

Bosecologen Mart Vlam (l) en Pieter Zuidema ontwikkelen Timtrace, een forensische opsporingsmethode van fout hout.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden