Streep onder het verleden

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Japan met Amerikaanse 'hulp' een pacifistische grondwet. Maar premier Shinzo Abe wil niet langer militair onder curatele staan. Niet iedereen vertrouwt zijn motieven.

De kleine lettertjes bevatten nog allerlei voorwaarden, maar toch is het besluit dat de Japanse regering gisteren nam van historische proporties. Voor het eerst sinds 1945 kan het Japanse leger ook buiten de eigen grenzen worden ingezet.

Premier Shinzo Abe, die in 2012 aantrad met een ambitieus economisch programma om de groei aan te jagen, zet nu ook op andere terreinen in op een wederopstanding van Japan. Abe werpt zich op als leider van de regio, vooral in de confrontatie met China, en verbindt dat met de creatie van 'nieuwe Japanners' - zij moeten van hun land "een plaats van hoop en dromen" maken, juist ook voor andere landen in de regio (zie kader). Dat kan volgens hem niet zonder een internationale rol voor het leger.

In de Japanse grondwet uit 1947 staat dat Japan 'voor eeuwig afstand doet van het recht van de soevereine staat op oorlog en van het gebruik van geweld als instrument om internationale geschillen te beslechten'. Inmiddels wordt dit constitutionele pacifisme geïnterpreteerd als een verbod op de inzet van het Japanse leger in het buitenland.

Een achterhaald concept, volgens Abe. Op de Aziatische veiligheidstop in Singapore, eind mei, zei hij dat Japan wil werken aan vrede en stabiliteit in de regio en daarom ook buiten de eigen grenzen militair actief moet kunnen zijn.

De diplomatieke retoriek van Abe stuit op groot wantrouwen in China. Niet alleen om historische redenen - Japan bezette een groot deel van China - maar ook omdat Japan militaire samenwerking zoekt met de landen in de regio die zich bedreigd voelen door de Chinese aanspraken in de Oost- en Zuid-Chinese Zee. Abe deed daar in zijn speech in Singapore niet geheimzinnig over - in feite gaat het hem om leiderschap. In de ogen van Peking kiest Tokio daarmee voor de confrontatie.

In eigen land stuit Abe ook op weerstand: volgens een recente peiling van Kyodo News is 55 procent van de bevolking tegen een mogelijke inzet van het Japanse leger in het buitenland. Ook coalitiepartij Nieuw Komeito ging pas na veel vijven en zessen om, waardoor het uiteindelijke besluit aanzienlijk minder ver gaat dan de premier had gewild.

Abe's Liberaal-Democratische Partij heeft onvoldoende zetels in het parlement om op eigen kracht een grondwetswijziging door te voeren. Daarom koos de premier voor de pragmatische weg - geen wijziging, maar een nieuwe interpretatie van de grondwet, vast te leggen in een 'verklaring'. Daarvoor had hij nog altijd de medewerking nodig van Nieuw Koemeito, die wordt gesteund door de boeddhistische lekenbeweging Soka Gakkai. Het kostte negen onderhandelingsrondes om tot een comprimis te komen. Eindresultaat: het ruimere mandaat voor het leger geldt alleen in geval van een aanval op een bondgenoot, waarbij ook nog sprake moet zijn van direct gevaar voor Japan zelf. Het staat er niet, maar bij die bondgenoot moet vooral aan de VS worden gedacht.

Critici in Japan wantrouwen Abe's motieven. Al in 2006 schreef hij dat de Amerikanen Japan in 1947 bewust beroofden van het vermogen zichzelf te verdedigen. "De bedoeling van de bezettingsmacht was Japan aan handen en voeten te binden zodat het nooit meer een grote macht zou kunnen worden."

Dat Abe dit wil terugdraaien, is moeilijk los te zien van zijn eigen biografie. Zijn grootvader én grote voorbeeld is Nobusuke Kishi. Deze politicus was tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken bij de voorbereidingen van de aanval op Pearl Harbor en mede-ondertekenaar van de oorlogsverklaring tegen de VS. In 1945 werd Kishi gearresteerd op verdenking van oorlogsmisdaden, maar drie jaar later vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Kishi, die het later nog tot premier zou schoppen, was een uitgesproken tegenstander van de grondwet van 1947.

Abe laat dit alles in het openbaar buiten beschouwing en spreekt liever over de rol die Japan wil spelen bij het bewaken van de internationale rechtsorde. "Abe negeert de geschiedenis," concludeert Jiro Yamaguchi, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Hosei Universiteit in Tokio, in de Japan Times. "Hij gaat voorbij aan de historische beperkingen voor Japan als verslagen natie. En hij vergeet een les uit de Japanse oorlogsgeschiedenis: als een oorlog eenmaal begint, wordt een begrip als terughoudendheid totaal betekenisloos."

undefined

De nieuwe Japanner

De militaire ambities die Shinzo Abe in Singapore ontvouwde, bracht hij in verband met een groter project, dat van 'de nieuwe Japanner'. De premier schetste de Japanners als een volk met een heilzame missie, bedoeld voor heel Azië. "De nieuwe Japanners zijn Japanners die de welvaart van Azië ervaren als een bron van persoonlijke vreugde en die de zin van het leven daaraan ontlenen dat Japan voor jonge mensen in de regio een plaats is van hoop en dromen. Er is geen reden waarom andere Aziatische landen niet zouden kunnen bereiken wat de Japanners hebben bereikt", aldus Abe. "Deze nieuwe Japanners zijn Japanners die vastbesloten zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de vrede, orde en stabiliteit in deze regio."

Over de slechte herinneringen die China, Korea en Taiwan hebben aan de Japanse 'missie' in de eerste helft van de twintigste eeuw, zei Abe niets. Hij bezwoer slechts dat Japan "al generaties lang één pad bewandelt; met liefde voor vrijheid en mensenrechten, respect voor recht en orde, afkeer van oorlog en vastbesloten inzet voor vrede".

Abe zal daarmee gedoeld hebben op de naoorlogse generaties, maar de vraag is hoe dit wordt ervaren in de landen die slachtoffer waren van het Japanse kolonialisme en de Japanse militaire agressie. De herinnering aan de Japanse overheersing is in die landen nog zo levend - al dan niet als onderdeel van door de overheid gestimuleerd nationalisme - dat men van Abe's 'Japanse missie voor de rest van Azië' alleen maar nerveus kan worden.

Een Japan dat economisch sterk is en zich ook militair kan laten gelden, roept daar het spookbeeld op van het Japan uit het begin van de twintigste eeuw, toen de slogan 'Rijk land, sterk leger' opgeld deed. Geïnspireerd door het Westerse concept van het kolonialisme als beschavingsopdracht, veroverde Japan Taiwan, Korea en een groot deel van China. "De echte geboorte van het nieuwe Japan begon met de verovering van China," verklaarde de schrijver Lafcadio Hearn, ook bekend onder de Japanse naam Koizumi Yakumo. Dit imperialistische gedachtengoed wordt door Ian Buruma in zijn boek 'Inventing Japan' de 'duistere kant' van deze periode genoemd: "Het idee dat koloniale verovering het ultieme teken was van grootsheid en moderniteit."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden