Streektaal aan het ziekbed maakt de ziel open

Meer dan de helft van de Nederlanders spreekt normaal geen standaard Nederlands. Waarom zou je die taal dan wel gebruiken aan ziek- of sterfbed? De Twentse hoogleraar Anne van der Meiden pleit voor het gebruik van streektaal.

'Met de moedertaal kom je beter over in pastorale gesprekken'', zegt emeritus hoogleraar Anne van der Meiden (1929), vrijzinnig predikant en communicatiedeskundige uit Nijverdal.

,,Mensen zeggen: 'Ik heb het nooit begrepen, maar nu wel.' Je komt er verder mee in het pastoraat. Je vindt eerder vertrouwen, de ziel gaat open. Je krijgt sneller toegang tot elkaar en je hebt minder woorden nodig dan in de standaardtaal. En ik mag stellen dat ik enige ervaring daarin heb opgedaan; niet alleen in mijn geboortestreek.''

Al vanaf de Middeleeuwen is preken in de moedertaal gebruik, zegt Van der Meiden. Ook het pastoraat bediende zich daarvan. Door de opkomst van de standaardtaal is dat in het ongerede geraakt. Het Nederlands valt samen met gezag, opgelegd kerkelijk denken, met Hollands-vreemde dogmatiek en met aangeleerde deftigheid. ,,Dominees hebben geleerd om van de preekstoel en bij ceremoniële plechtigheden anders te praten dan ze thuis doen. Niet de streektaal is folklore, maar dat galmen van de kansel.''

Van der Meiden preekt inmiddels 45 jaar en nog elk jaar minimaal tien keer in zijn eigen dialect, het Twents. Hij vertaalde jarenlang aan een bijbelvertaling in zijn streektaal, de 'Biebel in de Twentse sproake'. Die is directer, kent minder omhaal van woorden. 'Gij zult niet doden' wordt 'Doodslaon, dat doe je nie'. Dat sluit aan bij de Tukkerse volksaard.''

Van der Meidens collega W. Balke schreef ooit 'De religie der Saksen'. De man, een westerling, liep er volgens Van der Meiden op stuk. ,,Hij betwijfelde zelfs of de mensen er wel bekeerd waren. Men moet in deze streek niets hebben van dogmatiek.''

Zelf schreef Van der Meiden erover in 'Een eigen theologie'(1998). Daarin vraagt hij zich af of het nodig en mogelijk is het Woord in de streektaal te verkondigen. En of de streektaal niet te 'plat' is, te onplechtig en onheilig voor heilige zaken.

Van der Meiden houdt het erop dat Jezus en alle andere belangrijke bijbelse figuren zelf ook een soort streektaal gebruikten. Zerbolt van Zutphen (14de eeuw, voorloper van de Moderne Devotie) wist al waarom het evangelie in de volkstaal moest klinken: je bereikt er grotere groepen mee, je raakt het hart van de mensen en je verlaagt 'de drempel van het heil'. Mensen krijgen het gevoel dat geestelijken dichterbij staan, bij hen horen.

In het bejaardencentrum merkte Van der Meiden hoezeer zijn pastoraat gediend was bij 'plat Twents spreken'. Anders durfden mensen nauwelijks te zeggen waar ze mee zaten. Toch zijn er altijd mensen geweest die streektaal niet nodig vonden.

,,Neem de invoering van de Statenvertaling, de Psalmberijming van 1773, de Psalmberijming van een kwart eeuw geleden, het Liedboek voor de Kerken en de NBG-vertaling van 1951.''

De nuances die de streektaal biedt, overstijgen volgens Van der Meiden de officiële Nederlandse taal. ,,Het wordt niet te plat; wel eerlijker, dichterbij. De moedertaal verraadt de diepere geestelijke lagen die de inhoud van woorden en begrippen bepalen. Het behoort tot de volksaard de dingen versluierd te zeggen, met een knipoog, met een reserve die ingegeven is door een gevoel voor het ontzaglijke dat God heet en dat boven alles staat, boven heren en knechten, boven kerken en dogma's.''

,,Zodra je hier aankomt met officiële leerstellingen, dan zegt men: 'Wat moeten wij met de theologie van Dordt?' Dat geeft spanning. En als je tegen rooms-katholieken zegt: 'Kardinaal Simonis zegt dit of dat', dan zeggen ze: 'U bent hier niet in Utrecht.' Kortom, men heeft zijn eigen geloof. Kerkgezag is hier niet makkelijk te verkopen.''

Weinig predikanten en pastoors maken gebruik van dialect. Er is informeel overleg tussen een stuk of twaalf (s)prekers, uit Friesland, Groningen, Limburg, Zeeland en Twente. Net over de grens, in Duitsland, is het officieel georganiseerd en bestaat er een eigen tijdschrift. Zo ver zal het in ons land niet gauw komen.

Dialectverenigingen bestaan vaak uit grijze zestigplussers van het mannelijk geslacht. Dat geldt niet voor hen die het Woord in het dialect verkondigen. Pastoor Munsterhuis in Geesteren is halverwege de veertig en pastor Brinkhuis in Raalte is rond de dertig.

Het gebruik lijkt meer aan te slaan of een langer leven beschoren te zijn in katholieke kringen. Van der Meiden: ,,Bij de katholieken was het de gewoonte dat pastoors naar de streek gingen waar ze vandaan kwamen, terwijl dominees over het hele land uitzwermden, wellicht met uitzondering van Friesland. Hier in Twente ziet men het als een voordeel dat de predikant de streektaal beheerst.''

Het gebruik van de streektaal moet volgens Van der Meiden een kwestie van vrijheid-blijheid blijven; een cursus 'streektaal' in de predikantsopleiding gaat hem te ver.

,,Een Fries heeft wel die neiging. Je ziet hier geen plaatsnaambordjes in het Twents. Dat speelt hier absoluut niet. We zijn geen puristen. In de theologie zijn we niet dogmatisch, ook niet in deze dingen. 'Eenieder zij in zijn gemoed ten volle overtuigd', zoals de apostel Paulus ons voorhield.''

Van der Meidens streektaalkerkdiensten trekken niet alleen protestanten van vrijzinnige snit. Er komen ook behoudenden, én buitenkerkelijken. Ze vinden, denkt Van der Meiden, de taal belangrijker dan de door mensenhand opgeworpen scheidingen in de kerk.

Voor Van der Meiden zijn er geen beperkingen aan het gebruik van de streektaal. ,,Op scholen wordt Twents gesproken en ik houd wel eens voordrachten bij managementclubs en daar heeft men ook liever dat ik dat in hun eigen taal doe. Gêne die er lange tijd geweest is door de suprematie van het Nederlands, is verdwenen.''

Binnenkort verschijnt een rapport over streektaal in de zorg, zegt Van der Meiden. ,,Zestig procent van de patiënten in ziekenhuizen en verzorgingstehuizen gebruikt het. Vooral ouderen begrijpen een dokter moeilijk en durven weinig te vragen als hij geen streektaal spreekt. Soms gaan vijwilligers mee om het contact tot stand te brengen. Men zou daar in Holland anders over moeten leren denken. Het is niet achterhaald of boers. Er gaat geen dag voorbij of ik spreek Twents.''

,,Mijn collega Karel Deurloo (oudtestamenticus, red.), van oorsprong een Zeeuw, was er aanvankelijk niet zo van geporteerd. Maar toen hij de Psalmen in zijn moerstaal hoorde voorlezen, was hij op slag bekeerd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden