Strauss bleef vriend van het Nederlands muziekleven

Eerder deze maand kon het Koninklijk Concertgebouworkest terugblikken op twee bijzondere gebeurtenissen, die respectievelijk vijftig en honderd jaar geleden plaatsvonden. In beide gevallen betrof het muziek van Richard Strauss. Een halve eeuw geleden speelde het orkest onder leiding van zijn toenmalige chef Eduard van Beinum de 'Metamorphosen' (voor 23 strijkers) en een halve eeuw dáárvoor had het orkest voor het allereerst een werk van Strauss op de lessenaars staan: het symfonisch gedicht 'Tod und Verklürung'. De dirigent was niet de chef van toen, Willem Mengelberg, maar de componist zelf.

Nooit verzuim ik om vrienden, kennissen die voor het eerst in het Amsterdams Concertgebouw komen, in de pauze mee te voeren op een rondgang langs de portretten die hangen in de monumentale gangen en foyers op de eerste verdieping. Ze zijn de beelden bij het klinkend verleden dat elke keer opnieuw moet worden geschapen. Mijn gasten wijs ik altijd in het bijzonder op een bruin-grijzige foto van Richard Strauss. Een zelfverzekerd kijkende, maar ook ietwat loensende jongeman, kloek gesnord en verzorgd gekapt, hangt er tegen de achter-buitenwand van de grote zaal.

Die plek is niet toevallig. De componist schreef op de foto behalve de opdracht “Dem augezeichneten Orchester der Concertgebouw in Amsterdam als kleines Zeichen aufrichtigster Dankbarkeit und grösster Bewunderung. Richard Strauss München,” ook een verzoek: “mit der Bitte, dem Bilde ein bescheidenes Plützchen in dem Zimmer zu gönnen in welchem die tadellos reine Stimmung des Concertgebouw-orchesters erzeugt wird.” Een bescheiden plekje, net om de hoek buiten de zaal.

Hoe oud was Strauss toen hij dat schreef? Een datum ontbreekt helaas. En in het interessante boekje 'Muziek omlijst' van Rutger Schoute over twintig portretten uit de gangen en foyers (een herdruk met uitbreiding is zeer gewenst), komt deze Strauss-foto niet voor. Ik gok: Strauss gaf deze foto in 1897 kort na zijn debuut. Hij schreef immers toen zijn vrouw Pauline:

“Das Orchester ist wirklich prachtvoll, voll Jugendfrische und Begeisterung, vortrefflich vorstudiert, so dass es ein wahres Vergnügen ist dasselbe zu dirigieren.” Andere mogelijkheid: hij gaf de foto na de geslaagde uitvoering in 1899 van 'Ein Heldenleben' (bescheiden getiteld) dat hij voor het Concertgebouworkest componeerde.

Maar hoe kwam Richard Strauss eigenlijk in Amsterdam terecht, met zijn pas negen jaar oude orkest nog niet de renommée in Europa die het nu heeft? Het bestuur (toen nog over gebouw èn orkest) zat in september 1897 met een probleem: de 26-jarige chef Willem Mengelberg (pas twee jaar in dienst) was ziek. Het schijnt moeite te hebben gekost, maar het lukte: de befaamde 43-jarige Hongaars-Duitse dirigent Arthur Nikisch (hij was zowel chef over de Berliner Philharmoniker als over het orkest van het Gewandhaus Leipzig!) als de 34-jarige, Richard Strauss - als componist èn dirigent snel faam winnend- namen de concerten over. Strauss introduceerde natuurlijk ook eigen werk.

Het publiek liep niet over van enthousiasme, maar Mengelberg stak na terugkeer zijn bewondering voor de partituur van 'Tod und Verklürung' niet onder stoelen of banken; hij programmeerde het werk in hetzelfde seizoen dertien keer. De band met Strauss werd meteen stevig aangehaald. Zij leidde tot een regelmatige terugkeer van Strauss als gastdirigent en een continue programmering van diens composities: 30 oktober 1898 'Also sprach Zarathustra' onder zijn leiding; 16 maart 1899 'Don Quichote' geleid door Mengelberg; 26 oktober 1899 'Ein Heldenleben', opgedragen aan Mengelberg en zijn orkest, waarbij de componist de première dirigeerde; op 26 november 1899 voegde Mengelberg 'Till Eulenspiegels Lustige Streiche' toe.

Zo gaat de lijst van jaar tot jaar door; begin 1903 dirigeerde Strauss zelfs drie programma's met uitsluitend eigen werk ter voorbereiding van een zesdaags optreden in juni 1903 in Londen op een Richard Strauss Festival; de componist en Mengelberg dirigeerden er beide.

Pas daarna, in oktober 1903 kwam Mahler naar Amsterdam voor de introductie van de derde symfonie, naar aanleiding van een advies dat Strauss aan Mengelberg èn Mahler had gegeven. Zo cruciaal is dat invallen van Strauss in 1897 geweest voor de Amsterdamse Mahler-traditie, zo merkte de musicoloog Hans Ferwerda op in een artikel over Strauss in het orkest-blad Preludium vlak voor het Mahler Feest 1995.

Richard Strauss werd een vriend voor het (Nederlandse muziek-)leven. Het is bijvoorbeeld interessant dat hij ook het Residentie Orkest dirigeerde bij uitvoeringen van zijn opera's. De Annalen van de opera-geschiedenis in Nederland noemt 'Elektra' (première 12 febr 1910 in Den Haag), en 'Salome' (20 nov 1911), 'Feuersnot' (22 nov 1911), 'Elektra' (25 nov 1911) en 'Der Rosenkavalier' (28 nov.), de laatste vier in het kader van een Richard Strauss Festival. Dus vèr voor het Mahler Feest 1920 in Amsterdam had Strauss al zijn eigen Feest in Nederland.

Een jaar of zes later was Strauss weer met opera in Den Haag, maar toen met het Concertgebouworkest. Dat ensemble was ook met hem van de partij toen de Wagnervereeniging opera's van Strauss ('Ariadne auf Naxos' en 'Arabella') ging produceren in de twintiger jaren.

De relatie met Nederland bleef duurzaam, zelfs na de Tweede Wereldoorlog. Dat was dus het tweede 'jubileum' bij het Concertgebouworkest, zelfs exact op de datum herhaald, op 1 en 2 oktober 1947 / 1997: de 'Metamorphosen'. Met dit werk gaf Strauss in 1944/45 uiting aan zijn verdriet, woede, wat dan ook, over de vernietiging van de Duitse cultuur (“Mijn mooie Dresden, Weimar, München, alles weg!') in WO II. Strauss, de man die het nazi-regime gedoogd had, bleef niet alleen gerespecteerd na de ondergang van het Derde Rijk, maar kwam ook met zijn treurzang over de ondergang van München en andere Duitse steden op de concertpodia. En terecht, want het is een schitterend stuk dat nu onder Riccardo Chailly een aangrijpende vertolking kreeg. Maar het is wel typerend dat de eerste Nederlandse uitvoering op 1 en 2 oktober 1947 onder leiding van Eduard van Beinum, op 20 oktober werd gevolgd de uitspraak van de Centrale Ereraad dat Willem Mengelberg voor de duur van 6 jaar vanaf juli 1945, uitgesloten bleef van het Nederlands muziekleven. Strauss stierf hooggeëerd in 1949, Mengelberg verguisd in 1951.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden