Strategische kiezer staat voor een hels karwei

De grootste groep zwevende kiezers zijn linkse kiezers, die twijfelen tussen de PvdA en de SP.Beeld ANP

Veertig procent van de Nederlandse kiezers, aldus onderzoek van het bureau Ipsos/Synovate, gaf eind vorige week aan nog niet te weten naar welke partij woensdag de voorkeur uitgaat. Veertig procent. Na al die televisiedebatten, na al die kolommen in de kranten en na al die foldertjes, die canvassende politici ons in de handen geduwd hebben.

Het grootst is de groep kiezers die nog twijfelt tussen de PvdA en de Socialistische Partij, meldde, ook vorige week, politicoloog van de Vrije Universiteit André Krouwel op basis van de mensen die het Kieskompas invulden. 21 procent van de kiezers die in ieder geval zeggen te weten dat zij links zullen stemmen, twijfelde vorige week nog tussen SP en PvdA.

Geen vaste keuzes meer
De kiezer zweeft steeds meer en steeds langer. Een deel zal dat inderdaad doen omdat vaste keuzes niet meer bestaan, en de partij van de uiteindelijke voorkeur niet meer per definitie dezelfde is als bij de vorige verkiezingen. De vaste aanhang van een partij is sinds het uiteenvallen van de maatschappelijke zuilen aanzienlijk kleiner geworden.

Dat wil echter nog niet zeggen dat verkiezingen nu elke keer weer echt op nul beginnen. De blokken in de vaderlandse politiek zijn min of meer vaste gegevens. Vooral op links is sprake van een behoorlijke regelmaat. Een kiezer kan allerlei overwegingen hebben, maar als hij ooit links stemde, is de kans groot dat dat opnieuw gebeurt, zij het dat de partij nogal eens kan verschillen. Iets dergelijks, maar dat minder uitgesproken, speelt zich ook op rechts af.

Een deel van het electoraat stemt dus op een vaste vleugel in de politiek, maar laat de exacte keuze van andere dan inhoudelijke overwegingen afhangen. Zij proberen hun stem zo strategisch mogelijk uit te brengen. Zij weten welk beleid van een volgend kabinet zij in grote lijnen voorstaan. Een links beleid, waarin lasten en lusten zo eerlijk mogelijk over bevolkingsgroepen worden verdeeld. Een rechts beleid, waarbij het hoofddoel is de overheid zo terughoudend mogelijk op te laten treden en overheidsfinanciën in het gareel te houden. Of een gematigd beleid van een middenkabinet dat bruggen slaat naar alle groepen in de samenleving.

Stelsel is niet ingericht op strategische kiezer
De strategische kiezer, hij verschijnt de afgelopen decennia steeds nadrukkelijker in de politieke arena. Hij stemt met het oog op een regering, in een stelsel dat daar niet op is ingericht. Hij hoopt een kleur van het nieuwe kabinet af te dwingen, terwijl hij weet dat in het stelsel van evenredige vertegenwoordiging de uitkomst van coalitieonderhandelingen ongewis is. Hij neemt grote risico's, wetende dat zijn stem en die van zijn soortgenoten uiteindelijk niet tot invloed op de kabinetssamenstelling zal leiden.

In de jongste parlementaire historie leidde strategisch stemmen in ieder geval één keer tot een groot succes. Voor die kiezers in ieder geval die de PvdA ver van de regeringsverantwoordelijkheid wilden afhouden. Het eerste kabinet-Lubbers was aan zijn natuurlijk einde gekomen. Vier jaar had Lubbers gesaneerd en bezuinigd, op de ambtenaren en de sociale zekerheid vooral. Fel bestreden door Joop den Uyl en zijn PvdA-fractie. De peilingen gaven Lubbers weinig hoop dat hij, zoals de verkiezingsslogan van het CDA in 1986 luidde, zijn karwei kon afmaken. De PvdA maakte zich op om het stokje over te nemen.

Maar Lubbers mocht van de kiezers wél door. Het CDA werd nipt de grootste partij met (kom er nog eens om) 54 zetels, twee meer dan de PvdA. Een winst van vijf zetels vergeleken met 1982, maar altijd nog minder dan de winst van negen zetels van Lubbers. De verkiezingsuitslag ging de geschiedenis in als de Overwinningsnederlaag van Joop den Uyl.

Strategisch voor Lubbers
Profiteerde Lubbers van de strategische 'rechtse' stem? Niemand kan daarover het finale oordeel geven, maar het is een feit dat tegelijkertijd de VVD een grote nederlaag leed. Lijsttrekker Ed Nijpels, in '82 nog alom te zien met twee duimen omhoog na een enorme overwinning, verloor in één klap negen zetels.

Kennelijk zagen heel wat voormalige VVD-kiezers in '86 het rode gevaar en kozen strategisch voor Lubbers, wetende dat 'hun' VVD, mocht het CDA de PvdA eronder houden, alsnog in de regering zou komen.

Strategisch stemmen was in 1986, vergeleken met de huidige politieke situatie, nog een peuleschil. Akkoord, de race om de grootste partij te worden doet zich ook nu voor. De SP of de VVD aanvankelijk en, zoals de peilingen suggereren, nu tussen VVD en PvdA. Maar voor het overige wordt de strategische stemmer voor een onmogelijke opgave geplaatst.

Daar waar in 1986 de kans dat PvdA en CDA na de formatie-onderhandelingen een coalitie zouden vormen vrijwel nul was, is de kans dichtbij nul dat de VVD niet óf met de PvdA, óf met de SP een kabinet moet vormen. Omgekeerd is het uitgesloten dat de PvdA zowel de VVD als de SP buiten een regering kan houden.

En daarmee houden de hoofdpijn-problemen voor de strategische kiezer niet op. Een twee-partijenkabinet, zoals in 1986, zit er nu met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet in.

Kleine partijen verliezen
Is een stem op een kleinere fractie niet helemaal een gok als het de bedoeling is zo strategisch mogelijk te stemmen? Voorgaande verkiezingen hebben laten zien dat, naarmate een campagne zich concentreert op de vraag welke partij de grootste wordt, kleine partijen kiezers verliezen. Alles beter dan Rutte in het Catshuis, kan een GroenLinks-aanhanger denken, en omgekeerd kan de PVV'er overwegen dat Rutte op het pluche altijd minder slecht is dan die linkse grachtengordellui van de PvdA.

De overwinning van Lubbers in 1986 geeft ook daarvoor een typerend voorbeeld. Op rechts was de concurrentie destijds minder fel dan nu, maar op links werden, ten faveure van de PvdA, de kleine linkse partijen leeggezogen. GroenLinks bestond nog niet, maar de partijen die later deze fusiepartij zouden vormen, verloren. De CPN werd zelfs weggevaagd. Van de acht 'GroenLinks'-zetels bleven er drie over.

Strategisch stemmen, het is en blijft een gok. De vraag is of een kiezer zich er aan zou moeten wagen.



Rechts: VVD, PVV, CDA met eventueel ChristenUnie en/of SGP
Uw strategische stem moet bijdragen aan de vorming van een rechtse coalitie. Dat wordt niet gemakkelijk. Nog afgezien van de vraag of er voor deze combinatie wel een meerderheid is: er zijn in deze combinatie nogal wat partijen die elkaar onderling verketteren. Vooral de PVV is de steen des aanstoots. CDA en ChristenUnie willen niet politiek met Geert Wilders samenwerken.

Dit kabinet zal echter doorgaan met de 'mooie dingen voor rechtse mensen', zoals Rutte ooit het beleid van zijn vorige gedoogcoalitie omschreef. De nadruk zal liggen op bezuinigingen en het financieringstekort. De hypotheekrente-aftrek zal zoveel mogelijk worden ontzien, maar daar staat een forse verhoging van de eigen bijdragen in de zorg tegenover. Het beleid tegenover de Europese Unie en de aanpak van de eurocrisis worden een behoorlijk groot vraagteken.

Een sterke groei van de VVD biedt niet een evenredig grote groei van de kans op deze coalitie. Daarvoor zal de PVV zo sterk moeten groeien, dat alle blokkades rond deze partij van de afgelopen maanden, in één klap betekenisloos worden.

Stemmen op het CDA vanuit de strategische wens een rechtse coalitie een duwtje in de rug te geven gaat niet werken. Des te groter het CDA, des te minder kans op samenwerking met de PVV. Een stem op de CU ook niet. Lijsttrekker Arie Slob wil 'door het midden' formeren.

Paars: VVD, PvdA, D66, met eventueel het CDA, dat niet staat te trappelen
Het eerste Paarse kabinet, in de jaren negentig, wordt nog altijd als een succes beschouwd. Het tweede was de oorzaak van de opkomst van Pim Fortuyn. Sindsdien is het niet meer rustig geworden in Den Haag.

Maar enfin, deze overwegingen gelden voor u niet. U wilt de twee antagonisten VVD en PvdA, bijeen zien.

Hoe het beleid van zo'n kabinet moet worden getypeerd, is moeilijk te zeggen. VVD en PvdA kunnen er wellicht uitkomen, u heeft ze daartoe immers gedwongen, maar het is vooral D66 dat de scepter zwaait. Dus de nadruk komt op hervormingen. De hypotheekrente-aftrek zal niet meer zijn wat die ooit was; de eigen bijdragen in de zorg gaan omhoog, de arbeidsmarkt op de schop.

Of wordt D66 in zo'n coalitie vermalen? Hoe dan ook, uw stem voor Pechtold geeft de beste garantie. Hij wil graag 'door het midden' (zie de middencoalitie), maar paars kan ook.

Mocht er geen meerderheid zijn voor drie partijen, dan kan een beroep worden gedaan op het CDA met een verwijzing naar het landsbelang. Het CDA zal daar niet op zitten wachten. Vanwege de dreigende grote nederlaag, maar ook omdat Paars toch vooral de associatie oproept van individualisme en niet van rentmeesterschap of andere mooie CDA-idealen.

Wellicht vallen die bezwaren van het CDA weg te nemen door te spreken over een middencoalitie. Het hatelijke beeld dat Paars in die partij oproept, is dan verzacht.

Midden: 'Kunduz': VVD, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks
Het leek allemaal zo mooi in april. Drie partijen schoten VVD en CDA te hulp op het moment dat enorme boetes uit Brussel dreigden. Volgende week, als de begroting 2013 op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, zullen we de gevolgen van dat akkoord uit april zien.

U wilt deze coalitie echter sowieso terug. Omdat u de moed van de vijf partijen alsnog wilt belonen of om welke reden dan ook.

In ieder geval doet u mee met het ideaal van D66. De partij van Alexander Pechtold is echter wel de enige van de oorspronkelijke vijf die nog enthousiasme kan opbrengen voor wat er in april besloten werd. Uw stem zal dus naar D66 gaan. Het risico dat het anders uitpakt, is bij de andere vier partijen stuk voor stuk te groot. Al heeft geen van de vijf partijen gezegd dat wat er in april gebeurde, nooit meer voor mag komen.

Het beleid van deze coalitie zal noodzakelijkerwijs moeten lijken op het akkoord uit april: strikte naleving van de begrotingsregels uit Brussel en dus forse bezuinigingen. Maar wel met een groen randje door de bemoeienis van de kleinere partijen. Dat betekent in dit geval wel hogere belastingen. Niet alleen een hogere BTW, maar ook hogere belastingen op milieuvervuilende activiteiten.

Links: PvdA, SP, GroenLinks, met eventueel D66 en/of CU
Het rode ochtendgloren aan de horizon is niet al te waarschijnlijk, maar kom, u bent een optimist. Een stem op Diederik Samsom is in dit geval niet handig. De kans dat de PvdA naar een andere coalitie zal kijken is groot. Uw stem zal derhalve moeten gaan naar de SP, terwijl u zich ervan bewust bent dat tegelijkertijd u niet bijdraagt aan het streven van de PvdA om de grootste te worden in de strijd met Mark Rutte.

Daar staat tegenover dat u met een stem op de SP wel Emile Roemer een duwtje in de rug geeft om de grootste te worden. Het is een moeilijke afweging.

Dan maar uw stem naar GroenLinks. Ook in dat geval gelden de hier genoemde bezwaren.

Mocht het allemaal toch lukken, dan krijgt u een coalitie die ook zwaar zal bezuinigen. Maar met een groter oog voor de gevolgen voor de laagste inkomens. Of de overheidsfinanciën gezonder worden, is echter onzekerder.

Grootste probleem in uw afweging is of D66 uiteindelijk deze coalitie aan een meerderheid zal willen helpen. Alexander Pechtold zegt van niet. Is er dan nog wel een kans? Durft u de gok aan? Een versplinterd beeld op links maakt de gewenste coalitie alleen maar onwaarschijnlijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden