Strandvolleybal op de Dam De zon schijnt, de discomuziek schalt en de deelnemers zien er appetijtelijk uit

AMSTERDAM - Je zult maar duif zijn en woonachtig zijn op de Amsterdamse Dam. Was je net gewend aan de kermisattracties, die het je af en toe onmogelijk maken een rustig plekje te vinden, verschijnen er ineens zestig vrachtwagens, die een lading Zandvoorts strandzand op je onderkomen uitstorten.

NICOLIEN VAN DOORN

Niet alleen de duiven wisten niet waar ze het zoeken moesten. Ook de mensen die nietvermoedend in hartje Amsterdam liepen te winkelen of toeristisch bezig waren de trap- en andere geveltjes te bewonderen, vroegen zich verbijsterd af wat de bedoeling was van de tribunes, het zand, de reclameborden en de swingende discomuziek. Navraag leerde dat hier het Open Nederlands kampioenschap beachvolleybal werd gehouden.

'Als de mensen niet naar ons toe komen, gaan wij naar de mensen toe'. Onder dat motto probeert de Beach Company Tour het strandvolleybal onder de aandacht te brengen van Nederlanders, die ten onrechte menen dat het strand is geschapen met de bedoeling er bruin te worden of de hond uit te laten. In gebieden als Brazilië en Californië weten ze wel beter. Zand is er om op te volleyballen. Om dat besef ook in ons land door te laten dringen, wordt het strand, de bijbehorende volleybalsport en niet te vergeten de show die er omheen hangt 's zomers verplaatst naar negen druk bezochte stadscentra.

Het afgelopen weekeinde was Amsterdam aan de beurt. Op de Dam streden twaalf koppels drie dagen lang om de open Nederlandse titel. Die ging uiteindelijk naar de Letten Viktor Artamonov en Ainars Vanags, maar dat was bijzaak. Hoofdzaak was het aantal minuten zendtijd op de (wie anders dan Veronica?) televisie, de exposure van de sponsors en vóór alles het verbreiden van de boodschap: beachvolleybal is fun!

Topsport

Behalve fun schijnt het ook nog topsport te zijn. Zozeer zelfs, dat de betrekkelijk jonge sport in 1996 wordt toegelaten tot de toch al uit zijn voegen barstende Olympische familie. Van de weeromstuit heeft de Nederlandse volleybalbond een sectie 'beach' ingesteld met een bestuurslid, dat een zetel heeft in het hoofdbestuur. Daar kwamen nog twee bondscoaches en een technisch adviseur bij en een startsubsidie van een halve ton van NOC*NSF, waarmee nationale teams kunnen worden samengesteld en aan internationale toernooien kan worden deelgenomen.

En nu dus maar hopen dat Nederland over twee jaar een koppeltje strandvolleyballers kan afvaardigen naar Atlanta. Al was het de afgelopen drie dagen overduidelijk, dat die kans buitengewoon klein is. Van de vijf Nederlandse koppels werden er vier in een vroegtijdig stadium uitgeschakeld. Het gelegenheidsduo Marko Klok en Rini Boutens haalde de finale wel, maar de manier waarop ze dat deden leek helemaal nergens op. Als echte indoorspelers, die zich 's zomers puur voor de lol op het zand uitleven, ramden ze de ballen simpelweg over het net. Zonder gebruik te maken van de subtiele technieken als de crocodile-dig of shots als de poke, de cobra en de moon.

Dat 'onze' volleyballers er nauwelijks aan te pas kwamen, lag niet aan de tegenstanders. Die kwamen stuk voor stuk uit landen waar het strandvolleybal nog net zo'n onbekend fenomeen is als in Nederland. Of waar in de verste verte zelfs geen strand te bekennen is. De tevoren aangekondigde teams uit de Verenigde Staten en Italië bleken niet meer om het lijf te hebben dan een loslopende Amerikaan die zich bij een Zwitser aansloot, en een al even los lopende Italiaan die voor Oostenrijk uitkwam.

Maar ach, wat gaf dat? De tribunes zaten vol, Veronica zond uit, de discomuziek schalde, de zon scheen en de halfblote met zand bedekte mannenlijven zagen er appetijtelijk uit. Of beachvolleybal het niettemin ooit zal gaan maken in Nederland, is nog maar zeer de vraag. Achter de glamour en glitter van bruine basten, strakke badkleding en kleurige zonnebrillen gaat een andere wereld schuil. Een wereld van organisatorische hoogstandjes, van een gigantisch improvisatietalent en van diepe teleurstellingen. Na talloze mislukkingen begint zelfs Erik Bakker er een hard hoofd in te krijgen. De organisator van het reizende strandvolleybalcircus ziet er al even verlept uit als de palmboompjes, die na een bloedheet seizoen van decoratief zijn hun beste tijd hebben gehad. “Ik voel me behoorlijk gesloopt”, zegt de man die een jaar geleden nog overliep van enthousiasme voor alles wat met zand, een net en een bal te maken had.

De Beach Company is ontstaan doordat vier bedrijven, die ieder voor zich en daardoor versnipperd met beachvolleybal bezig waren, vorig jaar besloten de krachten te bundelen. Aanvankelijk dacht Bakker dat de fusering hem en zijn broer een hoop werk zou besparen. In de praktijk bleken drie van de fusiepartners zich echter te gedragen als veel echtgenoten, die vóó het huwelijk beloven dat ze de helft van de huishoudelijke taken op zich zullen nemen. “Ik heb het drukker dan ooit”, zegt Bakker. “Aangezien we zijn uitgegaan van het idee dat het werk door de fusering eerlijk verdeeld zou worden, hebben we het aantal toernooien sterk uitgebreid. Nu blijkt dat de anderen het takenpakket sterk hebben onderschat. Bovendien denk ik dat ze het wel makkelijk vinden dat mijn broer en ik overal met onze neus bovenop staan. Misschien is dat wel een verkeerde instelling en zouden we meer taken aan anderen moeten overlaten. Maar dan komt er weer niks van terecht.”

Mistroostig

Op een begroting van 3,5 miljoen gulden leed het Nederlandse beachvolleybal vorig jaar een verlies van 400 000 gulden. Ook voor dit jaar voorziet Bakker dat hij er heel wat guldens bij zal moeten leggen. “Ik begin me af te vragen of er ooit wat geld mee valt te verdienen”, zegt hij mistroostig. “Maar ja, ik ben dit aangegaan en daarom wil ik het afmaken ook. Ik voel me verantwoordelijk voor de spelers en voor sport. Toch weet ik één ding zeker: volgend jaar pak ik het anders aan. Dan betrek ik er een paar goede, professionele partijen bij en breng ik het aantal toernooien terug tot vijf. Vijf toernooien op super-A-één-lokaties. En niet meer zoals dit jaar op de Müllerpier in Rotterdam en op de Ossenmarkt in Groningen, waar geen mens naar toe komt.”

En niet al te veel regen, zoals vorig jaar. En niet al te hoge temperaturen, zoals dit jaar. En geen onweersbuien, die bij het opzetten van de attributen voor vertraging zorgen. En stadsbesturen die hartelijk meewerken en niet al te moeilijk doen over zeshonderd kuub zand tussen de winkels en de monumenten. En volleybalverenigingen, die hun spelers aansporen mee te doen, zodat competities bij gebrek aan deelnemers niet langer afgelast hoeven te worden.

De Amsterdamse duiven en toeristen hebben weer rust. De tribunes, het zand, de reclameborden, de discomuziek en de volleyballers zijn naar Nijmegen verhuisd. Als de mensen niet naar het beachvolleybal komen, komt het beachvolleybal naar de mensen. Of, zoals Erik Bakker het uitdrukt: “Omdat ik er zelf zo warm voor loop, sta ik er niet bij stil dat veel mensen dat niet doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden