Stramme vingers? Kan reuma zijn, zegt dokter Google

Beeld Jenna Arts

Is het nou goed of slecht dat steeds meer Nederlanders online te rade gaan voor hun gezondheidsvragen? De huisarts wordt wat ontlast, maar niet elke site is even betrouwbaar.

Joop stelt een vraag op gezondheidssite mens-en-gezondheid.infonu.nl. Na het tillen van een zware doos blijven zijn pink en ringvinger een tijdje in kramp achter. ‘Is dit het begin van reuma?’

Op zich geen gekke vraag, aangezien het artikel waarop hij reageerde die ziekte als eerst noemt in het rijtje ‘aandoeningen die samenhangen met stijve vingers’. Kan ook artrose of RSI zijn, gaat de lijst verder. Het artikel op die site verschijnt bovenaan Google als je zoekt op ‘stijve vingers’.

Opnieuw gaan meer mensen met hun gezondheidsvragen naar Google dan in het jaar ervoor. Liefst 67 procent van de Nederlanders van 12 jaar en ouder deed in 2018 aan zelfdiag­nose, blijkt uit onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag publiceert. In 2012 was dat nog niet eens de helft van het land. Vrouwen gaan vaker zelf op zoek naar wat er eventueel aan hen scheelt dan mannen (71 tegenover 63 procent).

Betrouwbaar

Er zijn dan ook veel sites waar de online-hypochonder naartoe kan. Die zijn niet allemaal even betrouwbaar, zegt hoogleraar huisartsgeneeskunde Niels Chavannes van het LUMC. Die ziektenlijst waar mens-en-gezondheid mee aankomt na het intypen van ‘stijve vingers’ is een voorbeeld van hoe het niet moet.

Beeld Sander Soewargana

Was Joop in plaats daarvan te rade gegaan bij thuisarts.nl, gerund door huisartsen, dan had hij gelezen dat de meeste gewrichtsklachten vanzelf overgaan. En een reuma-diagnose komt pas na drie weken van aanhoudende klachten in beeld. “Dat laatste is een typisch huisartsenantwoord”, zegt Chavannes. “Want meestal duidt een klacht niet direct op iets ergs.”

Vandaar dat hij thuisarts.nl het best kan aanraden. “90 procent van de huisartsen gebruikt die site zelf ook tijdens het spreekuur. Er staan vaak handige filmpjes en illustraties op die hij aan de patiënt kan laten zien.” De site scheelt zelfs 12 procent aan korte consulten en telefoontjes, becijferde Chavannes in 2016. Dat zag hij toen hij het aantal consulten van drie jaar voordat thuisarts.nl online ging, vergeleek met het aantal na drie jaar. Het marktaandeel van die site is dan ook groot. Van alle Nederlanders die Google raadplegen over medische kwesties, gaat volgens Chavannes inmiddels de helft naar thuisarts.nl.

Overigens zal de gemiddelde huisarts volgens hem zeggen dat hij het alleen maar drukker heeft gekregen: “Het spreekuur zit sowieso altijd vol met patiënten en nu bestaan die verhoudingsgewijs meer uit complexere zaken.” Zelf merkt hij ook dat hij tien jaar geleden veel vaker ‘alleen maar even’ iemands bloeddruk moest meten, of naar een vlekje moest kijken.

Apps

Chavannes ziet naast de opkomst van onbetrouwbare gezondheidssites óók een wildgroei aan apps. “Inmiddels zijn er zo’n 326.000 die je kunt downloaden.” Sommige pretenderen je bloeddruk te kunnen meten of een moedervlek als huidkanker te kwalificeren met de camera. “Maar dat is eigenlijk heel moeilijk en het gros van die apps maken de beloften niet waar.” In Amerika is een app uit de handel gehaald nadat bleek dat hij 80 procent van mensen met een hoge bloeddruk onterecht geruststelde na die bloeddruk te ‘meten’. “Iedereen mag zulke programma’s maken en aanbieden. Als je een beetje handig bent met computers, knutsel je zoiets in een weekend in elkaar.”

Wel noemt hij ‘medische onzin’ van alle tijden. Natuurlijk verspreidt bangmakerij zich sneller met de komst van internet, maar ook daarvoor had je angsttrends, zegt Chavannes.

“Zo waren veel mensen een paar decennia geleden ineens massaal bang een whiplash te hebben of anders wel RSI. Kwamen ze dáármee de dokterskamer binnen. Alleen hoorde je het toen van de buurvrouw, en niet van dokter Google.”

Vroeger lazen patiënten iets in de krant

Joost Zaat, huisarts te Purmerend 

Mensen vinden het heerlijk om te praten over gezondheid en hebben dat altijd al gedaan. Dat stelt huisarts Joost Zaat, die het dus helemaal niet raar vindt dat veel van zijn patiënten al naar Google zijn gegaan voor ze zijn spreekkamer binnenlopen. “Ik zit nu 35 jaar in het vak en ook voor de komst van internet schoven ze voorbereid aan. Maar dan met iets wat ze in de krant hadden gelezen, of opgezocht in de medische encyclopedie.”

Joost ZaatBeeld -

Het beeld van tot waanzin gedreven huisartsen wier patiënten alles al denken te weten over hun eigen kwalen, herkent Zaat niet. “De meeste mensen laten zich toch nog wel overtuigen door de huisarts. Ook al zegt die iets anders dan wat zij op internet hadden gevonden over hun klachten.”

En zolang mensen met goede informatie aankomen, heeft Zaat er helemaal geen problemen mee.

Lees ook:

Hoe weet je of gezondheidsapps werken?

E-health geldt als de toekomst. Maar er is geen keurmerk voor alle gezondheidsapps, digitale zorgplatforms en controleapparaten die de markt overspoelen. Hoe weet je wat werkt en wat niet?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden