Straks pompoensoep? Dan nu zaaien

Zomerpompoenen, zoals de courgettes, hebben een zachte eetbare schil. Winterpompoenen niet. (Jörgen Caris, Trouw) Beeld
Zomerpompoenen, zoals de courgettes, hebben een zachte eetbare schil. Winterpompoenen niet. (Jörgen Caris, Trouw)

Je zou zo zeggen dat begin mei niet bepaald het juiste moment is om het over pompoenen te hebben. Die horen meer bij het najaar, wanneer we met z’n allen aan de pompoensoep en de halloweenlantaarns gaan.

Dat klopt, maar vergeet niet dat pompoenen op zeker moment gezaaid moeten worden. En dat moment is nu. Wie straks soep of lantaarns van eigen bodem wil, moet nu de zaadjes in de grond stoppen. Of liever gezegd, de potjes in. Want zolang er kans is op nachtvorst, mogen ze niet buiten worden geplant en blijven ze op de vensterbank staan.

Met de pompoen is iets grappigs aan de hand. Ga je op zijn uiterlijk af, dan zie je een groot uitgevallen vrucht met een harde schil. Vrolijk gekleurd, dat wel. Maar verder nogal simpel. En niet bepaald haute cuisine. Want hoewel kookboeken het unaniem over een ’pittige’ of ’nootachtige smaak’ hebben, zou ik pompoenvlees toch eerder melig en smakeloos noemen.

Maar kijk je wat verder dan de pompoen rond is, dan blijkt hij helemaal niet zo simpel te zijn als hij er uitziet. Om te beginnen is hij lid van een uitgebreide familie die prat gaat op de exotische naam ’Cucurbitaceae’. Andere leden van die familie zijn de komkommer, de augurk en de meloen. Een raar zootje bij elkaar, want de meeste lijken totaal niet op elkaar. Ze wegen een pond, of 250 kilo. Hebben een dunne of een dikke schil. Zijn wel of niet eetbaar. Het enige waaraan te zien is dat het familie is, zijn de grote waterige vruchten.

Ook in historisch opzicht hebben pompoenen heel wat te melden. Hun oorsprong ligt in Midden-Amerika, waar ze tienduizend jaar geleden al werden gegeten. Vooral vanwege de zaden, want aan die eerste pompoenen zat nog niet veel vruchtvlees. In de loop van de tijd verspreidde de plant zich naar Noord- en Zuid-Amerika en werden de vruchten steeds eetbaarder.

In de 16de eeuw werd de pompoen voor het eerst in Europa geïntroduceerd. Tot halloweenlantaarns promoveerden ze pas halverwege de 19de eeuw, toen veel Ieren massaal naar Amerika emigreerden. In hun thuisland waren ze gewend om eind oktober langs de deuren te gaan met een uitgeholde knol waarin een lichtje brandde. Maar toen ze de veel grotere en mooiere pompoenen zagen, ruilden ze hun knollen daar onmiddellijk voor in.

Pompoenen worden onderverdeeld in zomer- en winterpompoenen. Zomerpompoenen, zoals de courgette, de echte pompoen (groen met witte strepen) en de patisson worden vlak na de bloei geplukt. Hun schil is glanzend en zacht, waardoor ze niet lang houdbaar zijn. Winterpompoenen worden geoogst als ze rijp zijn. Ze hebben een harde, matte schil en kunnen maandenlang worden bewaard. In Nederland kennen we vooral de reuzenpompoen en de Hokkaidopompoen – ook ’Uchiki Kuri’ of ’Red Kuri’ genoemd – waarvan de groene zoeter is dan de oranje. Nog zoeter is de geelroze peervormige ’butternut’, die je vaak in Turkse winkels ziet. Maar er zijn meer soorten, zoals de Turkse muts, de hubbard-, fles-, spaghetti-, eikel- en muskaatpompoen. Trouwens, niet alleen de binnenkant is eetbaar, ook de bloemen zijn lekker.

Nu we het een en ander weten van de pompoen, kunnen we bepalen welke we het liefst in tuin of op balkon hebben en gaan we over tot het zaaien. Stop een of twee pitten in een potje met potgrond, geef ze water en zet de potjes op een warme vensterbank. Zodra de zaailingen twee tot vier blaadjes hebben, mogen ze naar buiten – tenzij er nachtvorst wordt verwacht.

Het lijkt overdreven om de zaailingetjes een paar meter uit elkaar te zetten, maar ik zou het toch maar doen. Komt het niet goed uit dat ze zoveel ruimte innemen, ga dan voor kleinere pompoenen en leid die de hoogte in langs een pergola, rozenboog of wigwam van bonenstaken. Grote pompoenen en kalebassen kunnen het best op de grond blijven liggen. Geef ze een zonnige, beschutte plek. Ze doen het op iedere grondsoort, maar die moet wel vochtig en vruchtbaar zijn. Verbeter arme grond door er compost en/of mest aan toe te voegen. Of plant ze meteen uit op de composthoop.

De jonge plantjes hebben het meest te vrezen van slakken. Overleven ze die beginfase, dan heb je het ergste gehad. Tenzij het de bedoeling is om een knots van een pompoen te kweken, want dan moet je aan de plant maar één vrucht laten zitten en extra water en voeding geven.

In september zijn de pompoenen volgroeid. Pluk ze voordat de nachtvorst intreedt en laat er een stukje steel aan zitten tegen het rotten.

Wil je je eigen pompoenzaad gebruiken om het jaar daarop te zaaien, snijd de vrucht dan vanaf december open en haal de zaden eruit. Selecteer de grootste, maak ze schoon, laat ze een paar weken goed drogen en bewaar ze totdat het tijd is om te zaaien. En kijk niet vreemd op als er een heel andere pompoen uit groeit. Dat is dan de schuld van de bijen, die de vorige zomer aan het kruisbestuiven zijn geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden