Straks geen gas meer thuis. Wat dan?

zonder aardgas | Stoken en koken op aardgas: pakweg zeven miljoen Nederlandse huishoudens doen dat nu nog. In 2050 moet dat voorbij zijn en moet heel Nederland klaar zijn gemaakt voor een milieuvriendelijk alternatief, wil het kabinet. Een greep uit de belangrijkste opties.

Groen gas

Aardgas is een fossiele brandstof. Die leidt tot vervuiling en uitstoot van broeikasgassen, precies daarom moeten Nederlandse huishoudens overstappen op andere energie. Maar het is wel mogelijk om 'schoon' gas te produceren. Door bijvoorbeeld groenafval uit de tuin en etensresten in een vergassingsinstallatie te stoppen, ontstaat biogas. Dat is nog van een lagere kwaliteit dan aardgas uit de grond, want de zogeheten calorische waarde is lager. Maar: de kwaliteit van biogas is nog wel flink op te krikken. Door de kwaliteit van biogas te vergroten ontstaat 'groen gas'. En dat is net zoiets als het fossiele gas dat nu nog uit de grond wordt gepompt, zoals in Groningen.

De productie van groen gas is nog wel heel klein in Nederland. Technisch is het niet gemakkelijk groen gas op grote schaal te produceren. De technologie is ook nog duur.

Een belangrijke bron voor de productie van meer groen gas is mest. Een boer die zijn mest - van koeien, kippen of varkens - verzamelt, kan dit in een vergister stoppen. De boer kan het gas dat in deze tank ontstaat zelf gebruiken, maar als agrarisch Nederland massaal gas gaat maken van mest, dan kan er genoeg groen gas ontstaan om ook aan huizen te leveren. Hoewel, groen? Daar is nog niet iedereen over uit. De Partij voor de Dieren is bijvoorbeeld geen fan. Want door veel gas te produceren van mest, redeneert de partij van Marianne Thieme, houd je de bio-industrie in stand. Het onafhankelijke onderzoeksbureau CE Delft berekende dat groen gas een klein deeltje van het aardgas kan vervangen in 2050.

De verbranding van groen gas leidt weliswaar tot aanzienlijk minder broeikasgas dan het opstoken van aardgas - volgens kenniscentrum Milieucentraal is de uitstoot tot 80 procent lager - maar geheel schoon is groen gas dus niet: groen gas is 'klimaatvriendelijk'.

Warmte- en koudeopslag

Dit alternatief voor aardgas doet een beetje denken aan stadswarmte (zie hiernaast). Want ook bij warmte- en koudeopslag (wko) komt de energie uit de bodem. Toch is het een heel andere techniek. Want een wko is veel kleinschaliger. Waar een stadswarmtenet door een stad of dorp loopt, boort een bewoner voor wko in de grond voor een eigen energiesysteem. Dat hoeft helemaal geen kilometers diep te zijn, zoals bij geothermie. Tientallen meters onder de grond kan al een geschikte waterbron zitten, met een lage temperatuur. Dit kan al genoeg zijn om huizen of een gebouw van energie te voorzien. Er zijn speciale leidingen nodig om het grondwater omhoog te halen en te gebruiken in huis. Ook bij dit alternatief voor aardgas geldt: apparaten blijven draaien op elektriciteit en ook koken zal voortaan op stroom moeten met een inductiekookstel.

Een eigen wko kan handig zijn voor afgelegen woningen. Want in plattelandsgebied is het niet zo logisch een groot warmtenetwerk te bouwen. In de winter is het water in de grond warm genoeg om het huis te verwarmen. Het aardige van een wko-bron: in de zomer is het water dat omhoog wordt gepompt koel genoeg om de temperatuur in huis te temperen.

Om gebruik te maken van wko moet een woning wel goed geïsoleerd zijn, anders is de opgepompte warmte onvoldoende om de temperatuur te regelen. Vaak is er een warmtepomp op stroom nodig, die aan kan slaan als er extra warmte nodig is. En een beetje geluk heb je als bewoner ook nodig. Want niet iedereen heeft een bereikbare warmwaterbron onder zijn voeten.

Stadswarmte

Veel gemeentes maken plannen voor grote warmtenetten. Pijpen in de grond, gevuld met warm water of stoom, kunnen de bestaande gasinfrastructuur vervangen. Bewoners van een huis dat op zo'n stadswarmtenet aangesloten is, gebruiken het warme water uit de buizen om er comfortabel bij te zitten. De gasaansluiting kan weg. Maar een elektriciteitsaansluiting blijft wel zitten. Apparaten draaien op stroom. Ook het kookstel. Dus wie van gas overstapt op een warmtenet moet wel gaan wennen aan het koken op een inductieplaat.

Verschillende steden, waaronder Amsterdam en Utrecht, zijn nu al druk met de aanleg en uitbreiding van warmtenetten. Maar waar komt die warmte dan vandaan? Die energie kan van allerlei plekken komen. Bijvoorbeeld van energiecentrales en afvalbedrijven. Als die draaien komt er veel warmte vrij, die normaal 'gewoon' in de lucht verdwijnt bij de uitlaatgassen. Deze restwarmte kan ook opgevangen worden. Leidingen van het warmtenet brengen die energie richting woonwijken.

Warmte is ook in overvloed in de grond te vinden. Die warmte zit in het water in de bodem. Door te boren kunnen bedrijven dit water omhoog pompen en gebruiken voor een stadswarmtenet. Deze techniek heet geothermie. Verschillende glastuinbouwbedrijven zijn daar al mee bezig. Zij kunnen de warmte uit de grond gebruiken om hun kas te verwarmen. De energierekening van gebruikers van stadswarmte leidt op dit moment nog weleens tot kritiek. In de wet staat dat de rekening niet hoger mag uitvallen dan voor iemand die gas gebruikt. Ook kunnen huizen die stadswarmte gebruiken niet 'switchen' van leverancier.

Nul op de meter

Nieuwe huizen kunnen al zo energiezuinig worden neergezet dat ze geen gasaansluiting meer nodig hebben. Goede isolatie en zonnepanelen op het dak zorgen ervoor dat de woning bijna geen energie van het publieke netwerk hoeft te gebruiken. Apparaten werken op stroom van het eigen dak. Een warmtepomp op stroom kan het kleine beetje warmte produceren. Zo'n woning heet 'nul op de meter' (Nom). Het is ook mogelijk om bestaande huizen, die nu nog aardgas gebruiken, een complete facelift te geven zodat ze een Nom-woning worden. Dit is wel een dure ingreep, dus vooralsnog zijn er nog maar weinig nul-op-de-meter-huizen te vinden. Verschillende woningcorporaties bekijken of ze dat kunnen doen met huurhuizen.

Hoe zit het dan met je energierekening, als je eigenlijk geen energie meer gebruikt? Wie een koophuis bezit en het zich kan permitteren om energieneutraal te worden, heeft (na één grote investering) inderdaad geen energiekosten meer. Maar voor bewoners van een huurhuis ligt dat anders. Hun rekening komt niet meer van de energieleverancier, maar van de woningcorporatie. Het geld dat de corporatie betaalt om het huis van de huurder duurzaam te maken, wordt maandelijks een beetje in rekening gebracht. Dat heet in jargon: een energieprestatievergoeding. De kosten mogen, net als bij een stadswarmtenet, niet hoger uitpakken dan een 'gewone' energierekening.

De stichting De Stroomversnelling is al jaren druk om snel duizenden huizen nul op de meter te maken. Dit is wel duur: het kost tienduizenden euro's per huis. Hele wijken in één klap energiezuinig maken zou slimmer en goedkoper zijn dan af en toe een los huis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden