'Strak in het pak, maar weinig te melden over crises en ontwikkelingshulp'

AMSTERDAM - Theo Ruyter viel een beetje uit de toon, op de slotdag van het congres van de Erasmusuniversiteit dat deze week in Rotterdam werd gehouden. Niet alleen omdat hij als enige niet strak in het pak zat, maar vooral omdat hij de enige was die verzuchtte dat de deskundige dames en heren wel erg weinig te melden hadden over de economische crisis in Azië.

Ruyter is coördinator bij Both Ends, een stichting die over de gehele wereld non-gouvernementele organisaties begeleidt in zaken als milieubeheer en ontwikkelingssamenwerking. Hij verbaast zich er al langer over dat ministers, ambtenaren en bankdirecteuren de crisis beschouwen als een onweersbui die nu even overlast bezorgt, maar vanzelf wel weer overdrijft.

Diezelfde houding bespeurde hij deze week op het congres over de vraag in hoeverre het economisch herstel van Azië gepaard kan gaan met een herziening van de wetgeving daar. De opzet is, dat de getroffen landen niet alleen in financiële zin worden gerepareerd, maar dat ook hun sociale regelingen, hun democratische rechtsregels en economische structuur worden gemoderniseerd. En dan zo, dat ook de bevolking er baat bij heeft.

De Asian Development Bank verrichtte naar die vraag een uitgebreide studie in diverse Aziatische landen, maar de rapportage raakte verstrikt in definities en abstracties. De deelnemers aan het congres, afkomstig van het ministerie van buitenlandse zaken, de Asian Development Bank, VN-organisaties en het bedrijfsleven, maar ook van non-gouvernementele organisaties als de Novib, deden voor die onduidelijkheid niet onder. Tot zichtbare ergernis van Theo Ruyter. “Ik hoor hier alleen maar opmerkingen in de geest van business as usual”, zei hij. “Er wordt volledig aan voorbijgegaan dat deze crisis verschrikkelijke gevolgen heeft voor miljoenen mensen.” Panelvoorzitter Van den Berg, oud-ambassadeur in China, zat er een beetje mee dat de vriendelijke sfeer zo bruut werd doorbroken. “Ik begrijp uw teleurstelling wel, maar er is de afgelopen maanden toch ook veel goed werk verricht?”, probeerde hij.

Het onderwerp - hulp bieden en tegelijkertijd invloed uitoefenen op het bestuur - is deze week via een omweg opnieuw aan de orde gesteld door de nieuwe minister van ontwikkelingssamenwerking, Herfkens. Zij wil het aantal landen dat van Nederland hulp ontvangt, inkrimpen tot hooguit twintig. Die moeten een goed bestuur hebben, good governance, om voor bilaterale hulp in aanmerking te komen. De Wereldbank heeft onlangs vastgesteld dat hooguit 32 ontwikkelingslanden aan die voorwaarde voldoen.

De omzichtigheid van alle betrokkenen is wel te verklaren. Je kunt de democratische rechtsregels van het Westen niet zomaar van toepassing verklaren in een willekeurig Afrikaans of Aziatisch land. “Natuurlijk”, zegt Ruyter een dag later in zijn kantoor in Amsterdam. “Maar het valt me op dat het tegenwoordig alleen maar draait om het scheppen van een juridisch kader voor het bedrijfsleven. Er is sprake van een nieuw soort evangelie dat zegt: als je maar reguleert en belemmeringen wegneemt voor het bedrijfsleven, dan komt alles goed. Alle andere aspecten, zoals sociale, blijven liggen.”

“Ik verwacht van deskundigen op dit vlak, dat zij van het verleden leren. Dat doen ze niet en dat neem ik hen, zoals de deelnemers aan het congres, dan ook kwalijk. In de jaren zeventig werd ook altijd gedacht dat economische groei de enig juiste oplossing was. Maar daarmee ben je er niet in een ontwikkelingsland, zo is wel gebleken. Ik kan me best voorstellen dat, zoals Herfkens wil, je beter een goede relatie kunt hebben met een beperkt aantal landen dan al dat incidentele gedoe met tachtig landen. Maar dan dreig je gauw te verzanden in discussies over criteria. Want wat is good governance?”

Ruyter heeft geleerd van het verleden. Daardoor concludeert hij ook dat het met de nieuwe inzichten van minister Herfkens wel losloopt. “De soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Dit hebben we met eerdere ministers meegemaakt. Er wordt wat geroepen, er volgt een discussie en tenslotte gaan de scherpe kanten eraf.”

“Het enige verschil met vroeger is dat ik vrees dat het draagvlak voor ontwikkelingshulp minder groot is. Het is een zaak van professionals geworden, voor mensen die er hun brood in verdienen. Voor noodhulp is er nog wel een draagvlak, zoals nu met de watersnood in Midden-Amerika. Maar als het gaat om ontwikkelingshulp, dan is er zeker in de politiek niet zoveel steun meer. Onder het vorige en huidige kabinet gaat het heel erg om geld verdienen. Nederland behoort tot de top tien van investerende landen en die positie lijkt belangrijker dan wat wij met onze ontwikkelingshulp doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden