Strafhof: tien jaar in bedrijf, wankele reputatie

Het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag heeft zaken lopen tegen 25 verdachten in zeven conflicten. Trouw verbleef een half jaar in de wandelgangen van het ICC. Deel 8 (slot van de serie): is het strafhof wel evenwichtig genoeg?

Laurent Gbagbo, gekleed in een donker kostuum, kijkt met een treurige blik om zich heen. Het is 5 december. Het voormalige staatshoofd van Ivoorkust verschijnt voor het eerst voor de rechters van het internationaal strafhof. Hij komt over als een schim van de potentaat die na de verkiezingen van 2010 zijn leger en milities in een terreurcampagne losliet op de oppositie. Gbagbo wordt verantwoordelijk gehouden voor misdaden tegen de menselijkheid wegens moord, verkrachting, vervolging en andere wreedheden.

Gbagbo hervindt weer iets van zijn oude rol als staatshoofd als hij van de rechter het woord krijgt. Hij geniet ervan de zaal toe te spreken. Over het detentiecentrum in Scheveningen heeft hij geen klachten. Maar Gbagbo is ontstemd over zijn uitlevering. Zonder dat hij wist wat er ging gebeuren, werd hij zes dagen geleden, slechts gekleed in shirt en pantalon, in Ivoorkust op het vliegtuig naar Nederland gezet. Waarom had het strafhof niet verteld dat ze hem wilden spreken. "Dan had ik zelf een vliegticket gekocht."

De voorgeleiding van Gbagbo was een succesje voor het strafhof op de valreep van een turbulent jaar. Nooit eerder waren de rechtszalen zo druk bezet als in 2011. Aan het rijtje langlopende onderzoeken naar internationale misdrijven in Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Oeganda en Soedan, werden zaken in Kenia, Libië en Ivoorkust toegevoegd. Inmiddels zijn er in totaal 27 personen als verdachten aangemerkt. (Twee overleden verdachten zijn van de lijst afgevoerd, onder wie de vermoorde Libische leider Kadafi.) Hoewel maar vijf verdachten vastzitten, en nog altijd acht personen voortvluchtig zijn, lijkt het hof niettemin eindelijk op stoom te komen.

Een hoogtepunt was het unanieme besluit van de VN-Veiligheidsraad in februari de situatie in Libië naar het strafhof te verwijzen. Het ICC is voor veel - van onderzoek, arrestaties, geld tot rechters en de hoofdaanklager - afhankelijk van staten. Het hof opereert midden in de arena van de wereldpolitiek. Inmiddels hebben 120 landen - vooral in Afrika, Europa, Latijns-Amerika - het hof erkend. Het ICC kan daar als het nodig is, onder voorwaarden, onderzoeken naar internationale misdrijven starten. Als zwakte geldt dat grootmachten als de VS, China, Rusland, India, grote delen van Azië en bijna het gehele Midden-Oosten niet meedoen. Als de VN-Veiligheidsraad niet akkoord is met een onderzoek, blijven deze gebieden (zoals Syrië) buiten bereik van het ICC.

In de eerste jaren ging de hoofdaanklager vooral achter rebellenleiders aan. Vervolgens werden ook hoge regeringsfunctionarissen en zelfs staatshoofden - zoals de van genocide beschuldigde Soedanese president Al-Basjir - aangeklaagd. "Dit is het niveau van verdachten waar het ICC zich mee bezig moet houden", stelt Göran Sluiter, advocaat en professor internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Met Gbagbo heeft het strafhof voor het eerst een ex-staatshoofd in handen. Zijn ambtsgenoot Al-Basjir reist echter nog vrolijk de wereld over. Hij werd door Malawi, Tsjaad en het nieuwe Libië met alle egards ontvangen.

"Het Europese hof voor Afrikaanse zaken", luidt een ironiserende kwalificatie van het strafhof. Het feit dat alle onderzoeken zich richten op Afrika, voedt de kritiek dat het ICC het op het continent heeft gemunt. De Ivoriaanse blogger Théophile Kouamouo noemt het strafhof een "conglomeraat van grote westerse mogendheden" en "overduidelijk bedoeld om het ongehoorzame Afrika in het gareel te houden."

Zijn ergernis is begrijpelijk, vindt Tom Zwart, professor rechten van de mens aan de Universiteit van Utrecht. "De landen van de Afrikaanse Unie (AU) krijgen steeds meer moeite met het ICC. Zij hebben, door de superioriteit die ervan afstraalt, het gevoel dat de kolonisator terug is", stelt Zwart. "Waar collega's en ik bang voor zijn, is dat de AU zich afkeert van het hof, waardoor gewone Afrikanen uiteindelijk met lege handen komen te staan. Het probleem wordt niet opgelost door Afrikaanse staten voortdurend vanuit westers perspectief te confronteren met hun juridische verplichtingen, zoals het arresteren van Al-Basjir. Dit soort oekazes zullen het conflict alleen maar laten escaleren."

Samen met Afrikaanse partners bepleit Zwart een bemiddelingspoging die strafhof en AU dichter bij elkaar moet brengen. Dit jaar organiseren zij een internationale workshop voor wetenschappers om de spanningen te 'depolitiseren en een roadmap te maken om uit de impasse te komen'. Centraal staan een betere communicatie en meer waardering voor de Afrikaanse cultuur.

"Afrikanen hebben hun eigen visie op gerechtigheid, die gericht is op het herstellen van harmonieuze verhoudingen. Het strafhof claimt dat het rechtstelsel universeel is, maar zou hiervoor respect moeten tonen. Afrikaanse landen zullen zich daardoor uitgenodigd voelen om loyaal hun verplichtingen na te komen", meent Zwart.

Ook pleit hij voor meer aandacht voor verzoening en bemiddeling. Het strafhof zou bijvoorbeeld gehoor moeten geven aan de wens van de lokale bevolking om de aanklacht tegen Joseph Kony en de andere leiders van het Verzetsleger van de Heer, dat in Noord-Oeganda op gruwelijke wijze huishoudt, in te trekken. De Noord-Oegandezen kunnen dan met eigen methoden van 'herstelgerechtigheid' aan de slag. Zwart: "De bedoeling is dat Kony dan zijn excuses aanbiedt, en vervolgens een rituele drank drinkt met de families van slachtoffers. Als men in Oeganda dat een manier vindt om een conflict te beslechten, ben ik niet tegen."

Toch zijn lang niet alle Afrikanen tegen het strafhof. Het tijdschrift '360' drukte naast het blog van Kouamouo het tegengeluid af. Choilio Diomandé, hoofdredacteur van Nord Sud Quotidien, schreef dat Gbagbo terecht in Scheveningen vastzit. Ook een Keniaan die vanuit Londen overkwam voor de voorgeleiding van zes Kenianen die worden beschuldigd van verkiezingsgeweld, vertelde: "Het is goed dat de zaak hier dient. In Kenia zouden ze een miljoen mensen hebben opgetrommeld en alles hebben gedaan om het proces te saboteren."

Volgens Elizabeth Evenson, ICC-deskundige voor de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW), loopt het niet zo'n vaart met de confrontaties. "Achter de schermen is er veel samenwerking tussen het ICC en Afrikaanse landen."

In het rapport 'Unfinished Business' stelt HRW dat het strafhof zelfs nog niet klaar is met de Afrikaanse conflictgebieden die het onderzoekt. De zaken die het ICC in Oost-Congo heeft lopen, richten zich namelijk niet op alle, maar op slechts enkele leiders van bepaalde rebellenbewegingen. Bovendien werden diverse krijgsheren gesteund door Congolese, Rwandese of Oegandese politici en militairen, die mogelijk ook vervolgd zouden moeten worden, aldus HRW.

Tegelijkertijd vraagt de organisatie zich af of de Congolees Jean-Pierre Bemba wel het meest verantwoordelijk was voor de internationale misdrijven in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). "Dat is niet waarschijnlijk. Het feit dat hij een politieke rivaal was, voedt in Congo de perceptie dat hij het doelwit van het hof was om zo de medewerking van de Congolese president Joseph Kabila te krijgen." Het strafhof laadt de verdenking op zich, er genoegen mee te nemen dat vooral personen die uit de gratie zijn of politieke tegenstanders zijn, worden uitgeleverd aan Den Haag. "Het beeld is dat het ICC te veel de zittende machthebbers beschermt", stelt Göran Sluiter.

In plaats van 'overwinnaarsrecht' te bedrijven, schrijft HRW, dient het strafhof alle strijdende partijen op mogelijke internationale misdrijven te onderzoeken. Het strafhof deed het beter bij het onderzoek naar verkiezingsgeweld in Kenia, door leiders van beide kampen als verdachten aan te merken. Maar HRW betreurt het dat de aanklagers van het hof in Ivoorkust een 'stapsgewijze benadering' toepassen. De mensenrechtenorganisatie heeft er bij de hoofdaanklager op aangedrongen om duidelijk te maken dat er behalve tegen Gbagbo ook onderzoeken tegen andere personen in Ivoorkust lopen.

Het evenwicht is zoek, vindt HRW. Niets minder dan de 'geloofwaardigheid en de perceptie van onafhankelijkheid en onpartijdigheid' van het strafhof staan op het spel, stelt de mensenrechtenorganisatie.

Bovendien moet het ICC oppassen zichzelf niet uit te hollen door zich te richten op nieuwe conflictsituaties, en aan bestaande situaties minder te doen vanwege de beperkte middelen. De huidige zaken spelen in zeven conflictsituaties, maar de hoofdaanklager heeft ook een soort reservelijst met daarop Colombia, Afghanistan, Guinee, Honduras, Nigeria, Georgië, Zuid-Korea en Gaza. Critici stellen dat de hoofdaanklager deze kwesties laat bungelen, zonder een besluit te nemen.

Het was indertijd goed om Georgië op de lijst te zetten; dat heeft mogelijk voorkomen dat het conflict met Rusland nog verder uit de hand liep, stelt professor Sluiter. "Maar als het erop aankomt, in één van deze situaties, zal het hof wel bereid moeten zijn, om zijn tanden te laten zien. Anders heeft het geen zin."

Over Afghanistan ('zo'n puinhoop') zei Moreno-Ocampo echter: "Het is moeilijk voor ons om te bepalen welke groepen welke misdrijven hebben begaan." De vraag is of Kabul wel toestemming voor onderzoek zou geven. Bovendien zou alleen al de beveiliging van ICC-onderzoekers een vermogen kosten. Nu al kijken ICC-functionarissen bij elk nieuw onderzoek bezorgd of het niet te duur wordt.

Het is voor de buitenwereld moeilijk zicht te krijgen op de kwaliteit van het onderzoek. De aanklager houdt zijn onderzoekers weg uit de media. Het zijn wel stevige figuren die van wanten weten, vertelt een betrouwbare bron. Maar dan nog. "Vaak ondernemen ze korte missies, snel het land in en uit. Is dat wel de manier? Zie je dan wel alle patronen?", vraagt Evenson zich af.

Ook zijn er twijfels over lokale tussenpersonen die voor onderzoek worden ingezet. De eerste zaak, tegen de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga die wordt beschuldigd van het inzetten van kindsoldaten, liep hier bijna op stuk. De rechters staakten tweemaal het proces en gelastten vrijlating van Lubanga (weer afgewezen in hoger beroep) omdat de hoofdaanklager weigerde namen van bronnen en tussenpersonen aan de verdediging te verstrekken.

Getuigen blijken wel vaker een probleem te zijn. De advocaat van Lubanga voerde tijdens haar slotpleidooi in augustus met kracht van argumenten aan dat de kindsoldaten die tegen de krijgsheer hadden getuigd, in elk geval over hun leeftijd hadden gelogen.

In december was helemaal duidelijk dat de aanklager zijn huiswerk niet goed had gedaan, toen de rechters weigerden de aanklachten te bevestigen tegen Callixte Mbarushimana. De Rwandees werd vlak voor Kerst vrijgelaten. Het was de tweede keer, na Abu Garda, een verdachte uit Darfur, dat rechters de aanklachten niet bevestigden. "Het hoort erbij", zegt Sluiter. "Het is legitiem dat deze besluiten, net als vrijspraken, er zijn. Maar het moet niet te vaak gebeuren."

Zelf maakte Sluiter samen met zijn collega Liesbeth Zegveld als advocaat kennis met het strafhof. Het geldt als een innovatie dat ook slachtoffers rechten hebben bij het ICC. Ze kunnen zich laten vertegenwoordigen door een advocaat die hun zaak in de rechtszaal bepleit. Vele malen reisde Zegveld naar Kenia om slachtoffers van het verkiezingsgeweld bij te staan.

Tot hun verbijstering besloot de ICC-griffie, enkele dagen voor de hoorzitting in de Keniaanse zaak, om niet de twee Nederlanders, maar een functionaris van het Joegoslaviëtribunaal tot advocaat van de slachtoffers aan te wijzen. "Het was een zeer teleurstellende ervaring. Ze hadden geen zin in actieve vertegenwoordiging", aldus Sluiter.

Ook de Victims' Rights Working Group hekelt het feit dat slachtoffers in twee zaken (Kenia en Darfur) niet hun eigen advocaten mochten kiezen.

De rechten van slachtoffers, die hoge verwachtingen van het hof hebben, bleken een wassen neus. "Het strafhof heeft besloten niet veel tijd aan slachtoffers te besteden. Ze worden gezien als blok aan het been, die het proces kunnen vertragen." Zelf is Sluiter "een ervaring rijker, een illusie armer." Het inkijkje leidde bij hem tot de conclusie dat de griffie 'een onprofessionele organisatie' is.

Het is de vraag of het hof beter zal gaan functioneren. In New York besloten de lidstaten in december dat het ICC voor 2012 niet het gevraagde budget van 117 miljoen euro, maar 108 miljoen euro krijgt. Tijdens die bijeenkomst kozen de landen de Gambiaanse Fatou Bensouda (momenteel plaatsvervangend aanklager) tot opvolger van Moreno-Ocampo. Het nadeel, zegt Sluiter, is dat ze geen frisse nieuwkomer is, maar al jaren bij de organisatie zit.

Tevens benoemden de lidstaten zes nieuwe rechters. "Ik schrok me dood toen ik de kandidatenlijst zag. Er stonden te veel mensen op waarvan ik nooit had gehoord," stelt Sluiter. De verkiezing is politiek handjeklap. "Het gaat veel landen niet om de kwaliteit van de rechter. De positie is zo prestigieus dat ze van alles doen zodat hun kandidaat wordt gekozen." Over de achttien zittende magistraten, zegt Sluiter: "Er zitten toprechters tussen. Maar er zitten ook bizarre politieke benoemingen bij. Het is wel een zorg als mensen nog nooit een rechtszaal van binnen hebben gezien." Het strafhof heeft dat probleem weggepoetst. De sterke rechters doen de rechtszaken, terwijl de zwakkere broeders en zusters in de beroepskamers huizen.

Het strafhof bestaat tien jaar. Er is nog geen enkele zaak afgerond. De rechters bereiden hun eerste vonnis voor. Die primeur is voor de Congolese krijgsheer Lubanga. De ironie wil dat tegen hem een beperkte aanklacht is ingebracht - het inzetten van kindsoldaten - om te zorgen voor een snel proces. Inmiddels zit hij bijna zes jaar vast.

Belangrijke vraag is: krijgen mensen bij het ICC een eerlijk proces? "Er is een stevige structuur om de verdachten te verdedigen", zegt Evenson. Sluiter wijst op de fikse budgetten. Als een verdachte niet in de gelegenheid is, betaalt het strafhof zijn advocatenteam maandelijks een bedrag van 40.000 euro. "Daar kan de verdediging behoorlijk wat voor doen", vindt Sluiter.

Het laatste woord is aan David Hooper, die een aantal ICC-verdachten verdedigt en vaak dagelijks in de rechtszaal is: "Ik heb altijd geluk gehad met mijn rechters. Ik denk dat mijn cliënten tot nu toe een eerlijk proces hebben gehad."

Vijftien van de 25 verdachten tegen wie het strafhof nu nog zaken heeft lopen zijn verschenen (foto's links). De overige tien zijn voortvluchtig of (nog) niet uitgeleverd; één verdachte is mogelijk overleden. Twee aangeklaagden zijn van de lijst afgevoerd omdat ze zijn overleden, onder wie de Libische leider Moammar Kadafi.

Vijftien verschenen

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden