Strafhof moet Afrika serieuzer nemen

RECHT Het Internationaal Strafhof ondergraaft zichzelf als het kritiek uit Afrikaanse staten blijft negeren, zeggen juristen Marieke de Hoon en Wouter Werner.

De uitspraak van het Permanente Hof van Arbitrage over het conflict in de Zuid-Chinese zee oogstte deze week veel ophef, maar ook waardering. Hoewel China zich met hand en tand verzette, zou het zorgvuldige vonnis van het hof weleens langer kunnen standhouden dan het Chinese verzet. Het is dan ook een hof dat al 117 jaar bestaat en dat kan rekenen op brede politieke steun.

Hoe anders is het gesteld met de jongste loot aan die stam, het Internationaal Strafhof. Het hof is onderwerp van steeds verder groeiende politieke kritiek, vooral van de kant van Afrikaanse samenlevingen en staten. Tot nu toe is het hof - en verscheidene staten die partij zijn - niet verstandig met die kritiek omgegaan. Hiermee wordt het functioneren van het hof op het spel gezet en het strafhof als zodanig ondergraven.

Vorige week verzocht het strafhof de VN-Veiligheidsraad maatregelen te nemen tegen Oeganda en Djibouti. Dit omdat deze staten hebben nagelaten de door het hof gezochte Soedanese president Omar al-Bashir te arresteren vanwege zijn rol in het gruwelijke geweld tegen met name de burgerbevolking van Darfur. Volgens het strafhof hebben staten de plicht om Bashir aan te houden en uit te leveren als hij zich op hun grondgebied bevindt. Volgens Oeganda en Djibouti en tal van andere staten van de Afrikaanse Unie hoeven zij dit niet, omdat hij als staatshoofd immuniteit geniet.

De afgelopen jaren heeft Bashir vele, vooral Afrikaanse, landen bezocht die weigeren mee te werken met het hof. Hierbij werd stevige kritiek geuit op het hof - soms juridisch van aard, maar vaak ook werd het bestempeld als 'racistisch vehikel' of als 'neo-kolonialistische macht' die zich specifiek tegen Afrikaanse landen richt. Inmiddels treft een aantal staten (Kenia, Namibië, Zuid-Afrika) voorbereidingen om het strafhof mogelijk zelfs te verlaten en wordt de polarisatie tussen Afrikaanse en westerse landen steeds groter.

undefined

Geïrriteerd

Vanuit westerse staten en het strafhof zelf wordt vaak geïrriteerd gereageerd op de kritiek, en worden vooral pogingen gedaan om de zegeningen van het hof nog eens goed uit te leggen. Deels is dit begrijpelijk: de kritiek van Afrikaanse staten kan niet altijd los worden gezien van het eigenbelang van leiders als de Soedanese president Omar al-Bashir.

Toch is het onverstandig en onterecht om de kritiek vanuit Afrikaanse landen en samenlevingen af te doen als louter propaganda voor criminele leiders. De kritiek gaat dieper dan dat, en het hof (samen met de staten die partij zijn) zou de kritische signalen serieuzer moeten nemen en opener de dialoog moeten aangaan. Slachtoffers van internationale misdrijven hebben in het verleden al meer dan eens te kennen gegeven dat 'gerechtigheid' voor hen niet per se strafrechtelijke vervolging op internationaal niveau hoeft te betekenen. Ook sociale gerechtigheid, herstel van relaties, en waarheidsvinding moeten meer de aandacht krijgen. Het strafhof streeft echter, uit de aard van de organisatie, één bepaalde invulling van gerechtigheid na: het vervolgen van individuele verdachten in leiderschapsposities. Hoewel vervolging belangrijk is, sluit de prioritering van een strafrechtelijke aanpak niet altijd aan bij de behoeften van slachtoffers.

Het strafhof en zijn supporters moeten daarom de dialoog met de critici serieuzer gaan voeren om te voorkomen dat deze strijd tussen het hof en Afrikaanse staten intensiveert en de steun voor het hof verder afneemt. Als de huidige trend doorzet en staten het hof blijven tegenwerken en wellicht ook daadwerkelijk verlaten, blijft het hof uitgehold achter.

undefined

Pakket

Het is daarom belangrijk dat er meer oog en oor komt voor de manier waarop getroffen gemeenschappen het ideaal van rechtvaardigheid willen invullen. Dit betekent ook dat kritisch moet worden nagedacht over wat er redelijkerwijs van het hof kan worden verwacht. Het hof wordt nu belast met een heel pakket aan wensen en idealen, varierend van het beëindigen van straffeloosheid tot waarheidsvinding, het brengen van vrede en het verschaffen van genoegdoening aan slachtoffers.

Met zulke hoge verwachtingen is het onvermijdelijk dat slachtoffers teleurgesteld raken in het hof, en dat deze teleurstelling door tegenstanders van het hof kan worden gemobiliseerd om het te ondermijnen. Als niet serieuzer naar de kritiek wordt geluisterd en de verwachtingen niet worden bijgesteld, zal het gezag van de vonnissen en verzoeken om medewerking het niet winnen van politieke retoriek.

Kritische reflectie op de rol en beperkingen van het hof en een open oor voor de behoeften van getroffen gemeenschappen is hard nodig. Nederland, als gastland van het hof, zou bij dit proces een belangrijke rol kunnen en moeten vervullen. Het is een concrete invulling van de doelstelling die Nederland zich nog immer in de Grondwet stelt om de internationale rechtsorde te bevorderen, in (ook) het eigen belang.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden