Straffende God houdt de samenleving bijeen

God was nadrukkelijk in het nieuws deze zomer. In Rio werd bijna geen olympische medaille gevierd zonder Hem uitgebreid te bedanken, terwijl Zijn zoon vanaf de berg Corcovado toekeek. In Kentucky gingen de deuren open van een christelijk pretpark met een levensgrote replica van de ark van Noach. In diverse Europese steden vonden er in Zijn naam (Allahu Akbar) opnieuw bloedige aanslagen plaats. En ook ik werd op mijn fietstocht door Piëmonte in Italië regelmatig aan God herinnerd op de wegen waarop ik reed.

In een seculair land als Nederland zouden we bijna vergeten dat de wereld religieuzer aan het worden is. Internationaal onderzoek laat zien dat het percentage religieuze mensen in de 20ste en 21ste eeuw alleen maar is toegenomen wereldwijd.

Voor een evolutionair wetenschapper behoeft de populariteit van God en religie een verklaring. Er zijn grofweg twee kampen te onderscheiden in de groep wetenschappers (antropologen, filosofen, psychologen en biologen) die zich bezighouden met onderzoek naar de functie van religie. Allereerst is er een groep die ervan uitgaat dat geloven in God op zichzelf geen nut heeft. De redenering is dat wij mensen nu eenmaal gezegend zijn met een groot stel hersenen dat ons niet alleen in staat stelt in onze levensbehoeften te voorzien, maar ook na te denken over abstracte zaken als onze sterfelijkheid, hogere doelen, of bovennatuurlijke krachten.

God is volgens deze theorie dus een bijverschijnsel van ons grote brein. In dit kamp bevinden zich ook de Nieuwe Atheïsten, onder aanvoering van de evolutionair bioloog Richard Dawkins, die stellen dat geloven in God zelfs schadelijk is. Volgens hen is God een parasiet die zich verspreidt in de geesten van mensen met als doel hen dom te houden en te onderdrukken. Dit lijkt op het beeld van God als kwaadaardige, kettingrokende dronkaard, zoals in de film 'Le Tout Nouveau Testament'.

Het tweede kamp evolutionaire wetenschappers gaat ervan uit dat geloof in God wel een functie heeft, of althans hád in de samenlevingen waarin onze voorouders leefden. Dat verklaart waarom het menselijk brein nog steeds zo gevoelig is voor religieuze ideeën. Zo konden religies zich verspreiden over de wereld omdat zij steun en comfort boden in tijden van tegenslag. In prehistorische samenlevingen, waar ziekte, moord en doodslag constant op de loer lagen, kon een bovennatuurlijke verklaring voor een ramp troost bieden.

Een tweede, misschien nog belangrijker functie is God als Big Brother die ervoor zorgt dat mensen zich houden aan de normen en regels van een samenleving en bereid zijn hun eigen belang opzij te zetten voor het groepsbelang. Over deze 'straffende God-hypothese' heeft mijn Oxford-collega professor Dominic Johnson onlangs een zeer lezenswaardig boek geschreven met als titel 'God is watching You'.

Volgens Johnson hadden onze voorouders behoefte aan een stabiele, vredige samenleving waarin men op elkaar kon vertrouwen. Geloof in een bovennatuurlijke kracht die hebzucht bestraft, diende als stok achter de deur. Religieuze samenlevingen werden daardoor sterker en groter ten koste van samenlevingen die het God-concept niet omarmden.

Er zijn bewijzen voor de functie van een straffende God. In een vergelijkend onderzoek in 186 culturen blijkt dat hoe groter de samenleving is, hoe vaker die straffende goden heeft. Een voorbeeld van zo'n god: de Shona in Zimbabwe geloven dat hun bos bewaakt wordt door een slang die ervoor zorgt dat mensen erin verdwalen of sterven.

Kan het zijn dat het idee van een straffende God populair werd met het ontstaan van grote, complexe samenlevingen? Om dit te weerleggen deden onderzoekers een experiment in acht kleine, traditionele samenlevingen. Ze lieten mensen een spel spelen waarin ze moesten dobbelen om te bepalen hoeveel geld ze gaven aan zichzelf of aan een vreemdeling uit een ander dorp met dezelfde religie. Bij een eerlijke worp zou dit ertoe moeten leiden dat de helft van de worpen geld opleverde voor zichzelf en de helft voor de vreemdeling. Wat vonden de onderzoekers? Naarmate een samenleving sterker geloofde in straffende goden waren inwoners eerlijker en behulpzamer.

Maar hoe zit het dan met het christendom en de nieuwe vormen van religie in de westerse samenleving die vooral uitgaan van de Goddelijke liefde? Bij ons heeft de overheid de rol van bestraffer overgenomen, dus moet er naar een andere invulling van God worden gezocht. Op verschillende plekken waar de staat niet goed functioneert is hun God ook aan het verharden. Mocht Nederland bedreigd worden, dan zal de behoefte aan een alziend Christusbeeld-op-de-Berg groeien.

Mark van Vugt is hoogleraar evolutionaire psychologie en organisatiepsychologie aan de VU en verbonden aan de Universiteit van Oxford.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden