'Straf van de ouders is zó belangrijk'

'Als ouders het wangedrag van hun kind minder zwaar opnemen, is het nodig dat de kinderrechter harder ingrijpt.'Beeld Werry Crone

Na dertig jaar gaat kinderrechter Sonja de Pauw Gerlings-Döhrn met pensioen. Ze kent de kritiek op het 'te slappe' jeugdstrafrecht. 'Er wordt in Nederland voor sommige delicten milder gestraft dan de samenleving zou willen. Maar daarvoor hebben wij goede redenen.'

'Er wordt minder opgevoed dan dertig, veertig jaar geleden", vindt Sonja de Pauw Gerlings-Döhrn. "Destijds leerde je van je moeder dat je niet mocht liegen. Als je dat toch deed, werd je er meteen op aangesproken en keek je wel uit om nog eens te liegen. Je wist dat je moeder er een volgende keer opnieuw achter zou komen, en je wilde haar vertrouwen niet verliezen. Nu is dat anders, er is minder gezag."

Na dertig jaar gaat kinderrechter en vicepresident van de rechtbank in Rotterdam Sonja de Pauw Gerlings-Döhrn met pensioen. Als werklustige Rotterdamse, en als iemand die doen en denken laat samengaan, ziet zij niet heel erg uit naar haar afscheid. Dat zij aanblijft als rechter-plaatsvervanger ervaart zij hierom als een rijke troost. "Toen ik in 1982 begon, dacht ik dat de functie van kinderrechter voor mij te beperkt zou zijn. Maar al na een week was ik verkocht. Ik houd niet van het woord 'workaholic' en al helemaal niet als het over mijzelf gaat. Maar laat ik zeggen dat ik mijn werk altijd heel graag heb gedaan."

Achter gesloten deuren
De media besteden al jaren veel aandacht aan de toegenomen en in de samenleving als steeds heftiger ervaren jeugdcriminaliteit. Tegelijkertijd klinkt er met regelmaat kritiek op het jeugdstrafrecht en hiermee op kinderrechters. Dat de behandeling van strafzaken tegen jeugdige delinquenten voornamelijk achter gesloten deuren plaatsvindt, is tot daar aan toe. Zij het dat ook hier soms het kritische signaal doorklinkt dat jongeren die in staat zijn een oude vrouw te beroven, hun recht op privacy eenvoudig zouden verspelen en zich daarom in een openbare strafzitting moeten verantwoorden.

Mikpunt van kritiek zijn niettemin vooral de veronderstelde, milde straffen van jeugdige delinquenten. De zondaars zouden te vaak met fluwelen handschoenen worden aangepakt, er te vaak te makkelijk met een taakstraf vanaf komen. Kinderrechters zouden naar het oordeel van critici te weinig uit zijn op waarheidsvinding, en te veel hun aandacht richten op de bescherming van de jongen of het meisje in de beklaagdenbank. De aanpak van jongeren van twaalf tot achttien jaar, de leeftijd waarop de grens ligt met het strafrecht voor volwassenen, zou kortom te slap zijn.

Sonja de Pauw Gerlings-Döhrn herkent de kritiek. "Er wordt in Nederland voor sommige delicten milder gestraft dan de samenleving zou willen, dat is gewoon zo", zegt zij. "Maar daarvoor hebben wij goede redenen. De vraag die er telkens ligt is: Hoeveel straf heeft het kind nodig?

"Voor de beantwoording van deze vraag kijk je naar wat de ouders aan maatregelen hebben genomen. Als die adequaat zijn doe je daar dan nog een plusje bovenop: een extra straf, hoe klein ook, om te laten beseffen dat het kind niet alleen in de ogen van de ouders maar ook in die van de samenleving een fout heeft gemaakt. Wat zwaar meetelt, is of de ouders het serieus nemen. Als dat zo is en als ze het werkelijk vreselijk vinden dat hun kind voor de rechter staat, zijn ze erbij in de rechtbank.

Psychisch verzuipen
"Als de ouders alleen maar naar de zitting komen omdat zij daartoe letterlijk worden gedwongen, zoals soms gebeurt, ligt het anders. Als ouders het wangedrag van hun kind minder zwaar opnemen, is het nodig dat de kinderrechter harder ingrijpt. Het gevaar is dat het begint met het pikken van een speelgoedautootje en dat het eindigt met harde criminele feiten. Als ouders jarenlang dit gedrag op zijn beloop laten, zie je kinderen psychisch verzuipen en kan het voor het kind te laat zijn om hem nog bij te sturen."

De kinderrechter verhaalt uit de eigen praktijk. "Bij een strafzaak tegen een jongen zat zijn oma achter in de rechtszaal. Die vrouw huilde hoorbaar voor iedereen de hele tijd. Na afloop van de zitting zei ik: 'Die jongen doet nooit meer gekke dingen'. Waarom denk je dat, wilden anderen weten. Ik zei: 'Omdat zijn oma er bij was'. Een geschokte grootmoeder, geschokte ouders, dat is zo belangrijk! Net als het straffen van kinderen door hun ouders. Niet op vakantie omdat je rottigheid hebt uitgehaald, niet de beloofde bromfiets, lik op stuk, maar dan thuis. Enorm belangrijk."

In de loop der jaren merkte De Pauw Gerlings-Döhrn dat vooral veel ouders van allochtone jongeren meegaan in de 'ontkenning' door hun kind. "Ja", zegt de kinderrechter resoluut. "Als er bij de ouders zo'n ontkenning in zit en er wordt willens en wetens aan vastgehouden, dan straf ik dus strenger. Je kijkt naar het feit, naar eventuele sociale onrust, of de maatschappij het gebeurde pikt en hoe het met de kans op recidive staat. Ik wil niet verhelen dat zeker Marokkaanse ouders moeite hebben om een misstap van hun zoon te erkennen. Sommigen doen hun best. Dat is een eerste stap. Als een vader voor de rechter zegt 'Mijn zoon is fout geweest' is dat een volgende stap en kan je met die vader als bondgenoot de juiste aanpak zoeken."

De aard van het delict verraadt, en voorspelt, veel, is de overtuiging van de scheidende rechter. "Als een kind van zeven de nek van een eend omdraait, is er iets niet goed. Dan moet de psychiater er bij komen. Een willekeurig iemand in elkaar slaan voor de 'kick' is daarnaast heel iets anders dan heling of het onder valse voorwendselen tien euro inzamelen voor een sponsorloop die nooit zal worden gehouden.

"Een andere ontwikkeling is dat tegenwoordig meteen aangifte wordt gedaan. Tientallen jaren geleden was dat anders. Dan was een corrigerend gesprek door de politie meestal voldoende, had je een gezaghebbende leraar die als het moest streng en afdoende optrad en kreeg je straf thuis. Als een kind nu naar Bureau Halt wordt verwezen en het komt daar niet opdagen, wordt het opgeroepen om naar de rechtbank te komen. Dan groeit het dosssier uit tot een zaak die vroeger geen zaak zou zijn geweest. Anderzijds, de pakkans in Nederland is klein. Een kind wordt veroordeeld en krijgt een strafje opgelegd. Een jaar later wordt hij voor de tweede keer opgepakt en is hij recividist. Maar misschien pleegde hij in de tussenliggende periode wel al tien delicten. Dat weet je ook als rechter niet zeker. Wat wij doen is de straf per keer gradueel ophogen."

Buiten de eigen invloed
De risicofactoren voor jongens en meisjes dat het op jonge leeftijd fout kan gaan, zijn legio. Zij liggen voornamelijk buiten hun eigen invloed. Zwakbegaafde ouders zijn een groot minpunt, stelt De Pauw Gerlings-Döhrn. Geldzorgen thuis, geen werk voor de ouders, onvoorspelbaar gedrag van de vader of moeder, het ontbreken van een sociaal netwerk, lichamelijke gebreken bij het kind die pas laat worden geconstateerd, psychiatrische stoornissen, alles speelt een rol in het toekomstpatroon van het kind.

Tot 1995 was in Rotterdam kinderrecht in wijken onderverdeeld. "Je kende de scholen, meneer pastoor en je kende de dominee", herinnert De Pauw Gerlings-Döhrn zich. "Je had je eigen spreekuren, ons gezag was groter, je bemoeide je verregaand met de hulpverlening. Je had een band met die kinderen, maar toch minder dan wij soms dachten. Het was prachtig werk tot het politieke idee ontstond dat de kinderrechter te veel petten droeg. Het wantrouwen jegens de kinderrechter werd op een gegeven moment bewust aangewakkerd. Sinds 1995 beslist de kinderrechter of een kind onder toezicht wordt gesteld en is het de gezinsvoogd die verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze maatregel. Die ommezwaai was heel rigoureus."

'Vrijwillige gezinsvoogden zijn er niet meer'
De kinderrechter hield er geen rancune aan over. Toch is het ergens, in een hoekje, blijven wringen. Misschien was het wel dat de kinderrechter heel algemeen de grip op het geheel - het bepalen van een koers in een moeizaam verlopend kinderleven - kwijtraakte. "Vrijwillige gezinsvoogden heb je niet meer", zegt zij. "Gepensioneerden, leraren, verpleegkundigen, zulke mensen stonden heel dicht bij gezinnen die het moeilijk hadden, met de opvoeding, hun schulden, hun werk, hun sociale vaardigheden, alles dat je maar kan bedenken. Heel basale hulp. Die adviezen, ook van oma's en moeders, zijn er haast niet meer. Die fase slaan we inmiddels over in onze hulpverlening. Ooit stond in Nederland een legertje vrijwilligers gereed. Als ouders het niet meer wisten, was er altijd iemand binnen dat legertje die uitkomst bracht. Waar zijn deze mensen gebleven?"

Bevlogen als zij is, geeft zij zelf het antwoord. "Mensen hebben geen tijd meer. Zij werken. Vroeger hadden mensen meer tijd. Je ging voor je zieke buurvrouw medicijnen halen bij de apotheek. Of je ging, als de sneeuw de weg glad had gemaakt, haar hond uitlaten. Je verraste je oom met een bezoekje in het verpleeghuis. Dat schiet er tegenwoordig allemaal bij in. Zelfs naar onze eigen kinderen toe zijn we tekortgeschoten. Dat is een enorm groot gemis. Je zou het moeten organiseren en structureren, maar ja, dan is het geen vrijwiligerswerk meer. Je moet het van huis uit meekrijgen. Als de buren nooit beschikbaar zijn, is dat een groot probleem. De gezinsvoogden zijn nu allen professionals. Voor de ingewikkelder hulpverlening is dat ook nodig."

Het kan niet anders of het aantal kinderen dat onder toezicht van een gezinsvoogd wordt gesteld, zal alleen maar toenemen, voorziet de rechter. "De generatie die eind vorig eeuw volwassen werd, was een leuke generatie. Kosmopolitischer, zelfbewuster. Daarmee werd het wat makkelijker. Inmiddels is dat echter doorgeslagen in materialisme. Ik spreek bijna altijd een ondertoezichtstelling uit, als die wordt verzocht. Een paar keer heb ik aan een verzoek geen goed gevoel overgehouden. Later bleek dat een juist gevoel: de verhalen over het bewuste gezin waren zwaar overtrokken. Maar in geval van twijfel zeg ik in de rechtszaal: 'doen'. Laat er bij dat gezin maar iemand over de vloer komen. Als er niks of weinig aan de hand is, is dat na maximaal een jaar voorbij en wordt de zaak teruggedraaid. Dat vertel ik de moeder in de rechtszaal ook: 'Mevrouw, als u niets te verbergen hebt, wat hebt u er dan op tegen?'"

Zij waarschuwt voor het gevaar van te veel bureaucratie. In dat verband herinnert zij zich een voorval, in een dorp in de buurt van Rotterdam. Een problematisch gezin telde twintig, vijfentwintig hulpverleners. Maar de pas geboren baby in het gezin stierf bij wijze van spreken onder hun ogen, door verwaarlozing. "De moeder vertelde de ene hulpverlener die aanbelde met een glimlach dat haar baby sliep. Tegen de volgende vertelde zij bij de deur weer iets anders en de hierop volgende idem dito. Niemand zag de baby, iedereen ging uit van goed vertrouwen, tot het kindje dood was."

Mede hierom is Sonja de Pauw Gerlings-Döhrn blij met de vorming van klantvriendelijke jeugdteams binnen de rechtbanken, een slinger terug in de tijd. Kinderbeschermingszaken en strafzaken van dezelfde kinderen komen hierin samen en er is overzicht van het geheel. Groepjes rechters, in vaste samenstelling, buigen zich er tegenwoordig over. De kinderrechter, immer gedreven: "De schuldsanering zou er eigenlijk ook bij moeten."

Kinderrechter Sonja de Pauw Gerlings-Döhrn
Geboren in 1947.

Afgestudeerd in criminologie aan de Universiteit Leiden in 1969 Postdoctoraal: didactiek, pedagogiek en puberteitspsychologie.

Sinds 1980 werkzaam in de arrondissementsrechtbank Rotterdam, vanaf 1982 als kinderrechter en vanaf 1992 tevens als vicepresident.

Gedurende enige jaren voorzitter van de Vereniging Familie- en Jeugdrecht. Was tien jaar coördinator van de landelijke werkgroep kinderrechters.

Sinds vele jaren docent jeugdrecht, waaronder gastdocent aan de Erasmus Universiteit.

Lid van diverse adviescommissies ten behoeve van het ministerie van justitie.

Afgevaardigde van Nederland in de Comité Général van de Association Internationale des Magistrats de la Jeunesse et de la Famille.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden